We zijn terug! Met nieuwe en oude momenten, kleine herkenningen, en een vleugje nostalgie. Twee zussen uit Volendam. Gudy schrijft, Angelique schildert.
Het is zaterdagmorgen en ik ben al vroeg beneden. Gisteravond was ik op de bank bijna in slaap gevallen, de stem van de voetbalcommentator monotoon op de achtergrond. Achteraf bleek het inderdaad een saaie wedstrijd, al was de kans op een gelijkmaker door Letland heel goed mogelijk geweest. Ik ging die vrijdagavond vroeg naar bed en sliep als een roos, zonder te plassen en zonder mijn paracetamolletje als placebo slaappil ingenomen te hebben. Het is nog donker buiten en doodstil. De huiskamer is behaaglijk verwarmd. Kennelijk heeft mijn man de thermostaat niet lager gezet voordat hij naar bed ging. Normaal gesproken zou ik daar niet zo’n punt van maken, maar nu gaat er toch een klein schokje door me heen, een lichte beving.
Voordat de winter überhaupt begonnen is, schreeuwen de koppen in de krant al over de gasprijzen die driedubbel – wat zeg ik: TIENVOUDIG!!!! – over de kop zullen gaan. En als ik het goed begrepen heb, ligt dat aan de lakse houding van onze regering en aan de afdeling Inkoop die dachten dat ze nog wel spek tot mei hadden. Hoe snel kan een mens verstoord raken. Van een vredig gevoel in de vroegte van een pas aangebroken zaterdagmorgen naar een versnelde hartslag met visioenen van een torenhoge energie-afrekening in april en van ijsbloemen op de ramen. Ik probeer het van me af te schudden terwijl ik koffie zet, de heerlijke geur opsnuivend uit de groene emaillen koffiebus. Naast de koffiebus staat er een met THEE er op en daarnaast weer een bus met SUIKER.
Hoe duidelijk en overzichtelijk daar op die keukenplank en ook nog eens vintage, ik hou er zo van. En als je hoort hoe dat trio bussen in mijn bezit is gekomen, dan worden ze nog waardevoller. Het was toen een van mijn laatste tantes van vaderskant was overleden. Die tante leek qua uiterlijk precies op mijn vader en had eenzelfde soort ondeugende humor. Mijn zussen en ik kwamen condoleren in haar oude-van-dagen-appartement waar het net zo rook als nog verder vroeger, in de aanleunwoning van oma. Vaag naar groene zeep en boenwas met een zweem van gestoofde peertjes en een flard herinnering aan versgebakken appeltaart. Toen een van mijn nichten koffie schepte uit de bewuste bus, sloeg ik enthousiast aan en prompt werden ze mij aangeboden.
De nicht beloofde me dat ik, na het opruimen van het huisje, de drie bussen kon komen ophalen. 1 Hoe blij kan een mens worden van bejaarde, licht gebutste bussen! Een week of wat later kwam plotsklaps de prachtige slaapkamerkast van tante uit mijn geheugen naar boven. Ik weet nog goed hoe trots zij reageerde op mijn uitroep van bewondering. De kast had ze nota bene al vanaf haar trouwen, eigenhandig in elkaar getimmerd door haar man. Van eikenhout met een mooi ingelegd patroon van smalle latjes in de panelen. Overmoedig belde ik de oudste nicht: ‘wat was er van die kast geworden, zou ik misschien in aanmerking kunnen komen…?’ Maar helaas, de nichten hadden zeker niet hetzelfde sentiment voor ouwe spullen als ik. De kast was zonder enig pardon in een container beland, met een grote hamer uit elkaar geramd. Eenzelfde schokje, dezelfde lichte beving als door de gigantische gasprijzen ging door mij heen. Had ik maar wat eerder de stoute schoenen aangetrokken.