De gemeente schrijft dat de begroting “sluitend” is. Maar achter die mooie woorden schuilt een andere waarheid, het huishoudelijk afval draait verlies, en dat tekort wordt al jarenlang weggewerkt in de grote gemeentebegroting.
Uit documenten die via een Woo-verzoek boven tafel kwamen, blijkt dat de gemeente in 2025 ruim € 1,4 miljoen tekortkomt op afval. De afvalstoffenheffing dekt nog maar 80,6% van de werkelijke kosten. Dat tekort is tot nu toe opgevuld met geld uit de algemene middelen, dus met ondermeer OZB en andere gemeentelijke heffingen van dezelfde inwoners die al jaren meer betalen.
Kort gezegd: de begroting lijkt sluitend, maar alleen omdat er met geld wordt geschoven.
De cijfers spreken voor zich. In het Dekkingsoverzicht Afvalstoffen 2025 is te zien waar het misgaat. Een groot deel van de kosten bestaat niet uit vuilniswagens, containers of personeel op straat, maar uit boekhoudkundige en administratieve lasten.
Daarbovenop komt ruim driekwart miljoen aan overhead, voor management, administratie en interne doorbelastingen. En tot slot nog eens meer dan 1,6 miljoen euro aan uitbesteed werk, voor taken die de gemeente ook prima zelf zou kunnen uitvoeren.
Tel dat allemaal bij elkaar op, en je komt precies uit op het tekort van 1,4 miljoen euro. Met andere woorden, als de gemeente het afval grotendeels weer zelf zou ophalen en verwerken, verdwijnen deze kosten en spelen we kiet.
In werkelijkheid worden alle kosten (inclusief die van de afvaldienst) op één hoop gegooid binnen de gemeentelijke exploitatie. Daartegenover staan de algemene inkomsten van het Rijk. Wat dan nog niet gedekt is, wordt simpelweg verrekend via de OZB en andere gemeentelijke heffingen.
Zo lijkt het alsof de afvalkosten niet worden gedekt door de afvalopbrengsten, terwijl een deel daarvan al zijn opgenomen in de OZB. Het nu gemelde tekort wordt vervolgens gebruikt als handvat om extra belastingen op te leggen, zogenaamd om “de afvaldienst kostendekkend te maken”. In werkelijkheid wordt het geld gebruikt om andere financiële gaten te vullen, bijvoorbeeld de overdracht van de milieustraat Volendam aan Purmerend, of om dure prestigeprojecten overeind te houden zoals het nieuwe gemeentehuis, Purmer-gronden en het bedrijventerrein aan de Julianaweg (waar de ondernemers niet weg willen).
Het is een bestuurlijke wisseltruc, de gemeente verkoopt het als milieubeleid, maar in feite wordt de burger extra belast om eerdere begrotingsfouten en onderzoekskosten van prestigeprojecten te maskeren. Het probleem zit niet bij de inwoners, maar bij een college dat meer uitgeeft dan verantwoord is.
Daar komt nog iets bij. Alle inwoners hebben onlangs een brief ontvangen over het nieuwe “grondstoffenplan”, met de uitnodiging om “mee te denken” over de toekomst van het afvalbeleid. Dat klinkt mooi en betrokken, maar het is schijnparticipatie. Het besluit om de milieustraat te verplaatsen naar Purmerend ligt er al, het traject om de milieustraat naar Purmerend te verplaatsen loopt al maanden onder de verantwoordelijkheid van de wethouder Openbare Werken (Volendam80). Terwijl inwoners nu pas worden gevraagd wat ze ervan vinden, is de koers in het gemeentehuis allang uitgezet. Het besluit om de milieustraat te verplaatsen naar Purmerend.
Met andere woorden, inwoners mogen achteraf hun mening geven over plannen die feitelijk al zijn voorbereid. De zogenaamde enquête en het “participatieproces” zijn niet bedoeld om beleid te vormen, maar om draagvlak te creëren voor een beslissing die al genomen is de overdracht van onze eigen afvalvoorziening aan Purmerend.
Zo lijkt het alsof inwoners nog iets te zeggen hebben, terwijl de koers allang is bepaald. En ondertussen wordt het tekort op de afvalbegroting als excuus gebruikt om deze verplaatsing te verkopen als een noodzakelijke bezuiniging. Het resultaat: minder voorzieningen, meer kosten en een gemeente die haar eigen inwoners voor de gek houdt.
Toch kiest het college voor een nieuw “grondstoffenplan” met zogenoemde gedifferentieerde tarieven, waarbij inwoners straks per zak of container moeten gaan betalen.
Dat wordt gepresenteerd als milieubeleid, maar in werkelijkheid is het een boekhoudkundig lapmiddel. Wie door gezinssituatie, medische redenen of beperkte ruimte meer afval heeft, betaalt straks extra terwijl het tekort in de gemeentekas gewoon blijft bestaan.
Ondertussen is in 2024 de OZB al met ruim 36,2% verhoogd (waarvan een deel samenhangt met de overdracht van heffingstaken van het HHNK naar de gemeente), de hoogste stijging van Nederland, en ligt voor volgend jaar alweer een nieuwe verhoging klaar 10% plus.
Volgens de landelijke regels (het Besluit Begroting en Verantwoording) BBV mag een gemeente geen winst maken op de afvalheffing, maar ook geen structureel verlies verbergen door te schuiven met geld. Elke heffing moet transparant en kostendekkend zijn, wat inwoners betalen, moet één op één naar het afval gaan. Dat is nu niet het geval.
Op papier klopt het allemaal keurig, maar de werkelijkheid vertelt een ander verhaal. Inwoners betalen steeds meer, terwijl het tekort wordt veroorzaakt door de gemeente zelf.
Als de gemeente haar afval weer zelf zou ophalen en verwerken, verdwijnen de onnodige kosten voor btw, overhead en dure contracten. De begroting komt dan vanzelf in evenwicht, zonder dat de lasten voor inwoners stijgen.
Fractie Lokaal Edam-Volendam