Honderden knuffels en brieven liggen al bijna 25 jaar onaangeraakt in een kamertje in Volendam. Het zijn steunbetuigingen aan de slachtoffers van de Nieuwjaarsbrand. In de nieuwe documentaire ‘Museum voor de Hemel’ onderzoekt journalist en overlever van de brand Gerie Smit of deze spullen en het verhaal van de ramp een publieke plek kunnen krijgen.
Met haar verbrande handen pakt ze een beertje met een hartje uit een blauwe plastic zak. Gerie Smit moet slikken. Ze realiseert zich ineens dat de knuffel toen ook voor háár is neergelegd. In de weken na de Nieuwjaarsbrand in 2001 kwamen duizenden mensen uit heel Nederland naar de Dijk in Volendam om getroffenen een hart onder de riem te steken.
Het is een van de vele aangrijpende scènes in de nieuwe documentaire van de NH-journalist. Smit (40) zit er ogenschijnlijk relaxed bij op de redactie, een paar dagen voor haar persoonlijke project de wereld ingaat.
Maar in het plat Volendams zegt ze tegen cameraman en regisseur Mischa Korzec (52) ’toch wel zeven kleuren te schijten.’ “Alleen als ik het niet doe, doet niemand het hè.”
Smit is een puber van vijftien als haar leven voorgoed verandert.
Ze is in café ’t Hemeltje die nacht in 2001, maar herinnert zich verder weinig. Vrij snel na het ontstaan van de brand raakt ze bewusteloos. Dat ze niet is gestikt, is een wonder. Wel raakt ze verbrand over haar lichaam, net als tweehonderd van haar leeftijdsgenoten. Veertien jongeren uit het dorp overlijden.
“Ik was echt in shock over hoe ze in Zweden de brandwondenslachtoffers herdenken”
Gerie Smit over documentaire Museum naar de Hemel
Over haar verhaal schreef ze eerder het boek ‘Nieuwe handen’ en maakte ze de prijswinnende documentaire ‘Daar praten we niet meer over.’ Die titel zegt alles over hoe vele dorpsgenoten omgaan met het trauma van de brand.
“Ik was er ook zo een, ik wilde er jarenlang ook liever niet over praten. Ik wilde niet eens een tegeltje in het herdenkingsmonument op de Dijk. Ik wilde gewoon Gerie zijn.”
Maar dat veranderde toen ze aan de slag ging als journalist.
In Volendam is Smit een bekende verschijning. Niet zoals de vele zangers natuurlijk, maar wel als mondig en toegankelijk verslaggever van NH en barvrouw in de kroeg van haar partner. Daar merkt ze ook hoe de Nieuwjaarsbrand op de achtergrond raakt.
“Jongeren vragen echt vaak aan mijn man: wat heeft je vrouw met haar handen?” Ze mist een paar vingerkootjes en er lopen littekens tot haar schouders. “Als hij dan over de brand vertelt, weten ze vaag nog wel iets, maar het héle verhaal kennen ze niet. Terwijl ze bijna altijd familieleden hebben die zijn getroffen.”
Plek in het museum
Toen Smit, samen met Korzec, twee jaar geleden in Zweden zag dat het herdenken van een ramp voor verbinding zorgt, begon ze om zich heen te vragen of het niet tijd is dat de Nieuwjaarsbrand een plek krijgt in een museum.
In haar nieuwe documentaire is dit indrukwekkende bezoek aan de Zweedse stad Gotenburg te zien. “Ik was in shock over hoe het daar ging”, zegt Smit. “De herdenking was groots. De slachtoffers en nabestaanden zoeken elkaar juist op, vinden steun bij elkaar. Organiseren etentjes. Dat kende ik helemaal niet van mijn Volendam.”
In het Volendams Museum is nu de expositie Onderbroken Tijd te zien. Die gaat over de periode voor, tijdens en na de verwoestende brand. Aanjager van deze tentoonstelling is Gerie Smit.
Cameraman en regisseur van de documentaire Korzec sluit zich daarbij aan. “Het heeft me echt verbaasd hoe erg ze daar juist het leven vierden.”
Hij is een ‘jas’ (Volendams voor buitenstaander), maar heeft het vissersdorp en de vele getroffenen dankzij Smit goed leren kennen. De fatale nieuwjaarsnacht in 2001 herinnert hij zich nog goed: Korzec is dan als cameraman aan het werk voor de Amsterdamse stadszender AT5.
“Met een verslaggever was ik nietsvermoedend aan het draaien in clubs in Amsterdam. Toen we klaar waren had mijn collega veertien gemiste oproepen. Ik weet nog dat ik baalde dat ik die nacht niet daar was. Daar waar het grootste nieuws van heel Nederland gebeurde. Maar met alle kennis van nu ben ik heel blij dat ik alles daar niet in het echt heb hoeven zien.”
Korzec heeft in de nasleep van de brand meerdere herdenkingen en begrafenissen in Volendam gefilmd. En sinds hij met Smit samenwerkt, groeide bij hem ook de verbazing dat er geen publiek toegankelijke plek is over de Nieuwjaarsbrand.
In ’t Hemeltje mag je alleen komen na een speciaal verzoek bij de gemeente. En het monument voor het café op de Dijk vertelt niet het verhaal.
“Toen we aan het filmen waren in de kroeg, en er allemaal verbande bekers tevoorschijn kwamen – zelfs de muzieklijst van die nacht is nog intact – kreeg ik het gevoel van een Indiana Jones-verhaal. Zo’n van: dit hoort in een museum”, zegt Korzec.
“We vonden een dik boek vol steunbetuigingen, voor ons”
Mischa Korzec over documentaire Museum naar de Hemel
Daarnaast stond hij achter de camera bij alle interviews met nabestaanden. “Wat me keer op keer trof, is dat ouders zeiden: wij dachten juist dat onze kinderen daar veilig waren. In Volendam. En dan gebeurt zoiets. Ik denk dat die gedachte bij vele anderen leeft.”
Steunbetuigingen van wildvreemden
In Museum voor de Hemel gaat Smit samen met slachtoffer Gary Veerman door niet eerder geopende dozen met knuffels en brieven. “Dat raakte me wel heel erg”, zegt Smit. “We ontdekten dat er zelfs een condoleanceregister is van gevangenen in Vught, een dik boek vol met steunbetuigingen van wildvreemden van de andere kant van Nederland. Dat was gewoon voor ons. Ik heb dat nooit geweten.”
De praatgrage Smit wordt er nu, daags voor de première, weer stil van. “Ik ben blij met Mischa als cameraman. Ik moest me elke keer weer kwetsbaar opstellen. En in gesprek met andere slachtoffers begonnen ze ook vragen te stellen aan mij. Dan is het heel fijn dat er iemand is die even zegt: Geer, je moet dit echt nog even vragen.”
Ze is ongelooflijk trots op het eindresultaat. “In de documentaire grappen we over de Volendamse mentaliteit: niet lullen, maar pellen. Maar toen ik de eindmontage van Mischa zag, dacht ik: wauw. Hoe hij dit heeft gedaan. Dit is stof tot nadenken. Dit is voor de veertien jongeren die er niet meer zijn.”
Bekijk bovenaan de documentaire Museum voor de Hemel.