Als jonge agente in Hoorn moet Linda nieuwjaarsnacht 2001 halsoverkop naar Volendam. Daar, tussen alle paniek en sirenes, gebeurt iets wat haar haar hele leven blijft achtervolgen. Pas nu, 25 jaar later, begint ze een zoektocht naar het verbrande meisje op de brancard. “Ik vraag me al die tijd af of ze nog leeft.” Het is februari van dit jaar als Linda een schok door haar lijf voelt gaan. Vanaf haar bank in haar woonkamer in de buurt van Alkmaar zapt ze langs wat televisiezenders. Bij NH blijft ze hangen. Er is een jubileumuitzending bezig, met een verzameling indrukwekkende televisiefragmenten van de regionale omroep. Ook al duurt het beeld dat op haar tv verschijnt amper een seconde, ze herkent de plek en het moment meteen.
Ze voelt het weer en wordt helemaal teruggeworpen naar die nacht in 2001. Ze was een jonge vrouw bij de politie. 25 jaar. Het was de ergste dienst uit haar carrière als agent. Maar dat is niet alles. Op televisie ziet ze ineens zichzelf. “Ik wist niet dat ik gefilmd was, of dat deze beelden bestonden”, vertelt ze nu, lopend over de Dijk in Volendam. Het voelt als een teken dat ze op dat moment werd geconfronteerd met die ene herinnering aan een specifiek slachtoffer. Sinds de brand in café ’t Hemeltje in Volendam – die aan veertien jonge mensen het leven kostte en met ruim tweehonderd gewonden – heeft ze nog heel vaak aan haar gedacht. Op een zeker moment die nacht in 2001, het moet een uur of drie zijn geweest, begon het te ijzelen, weet ze nog goed. De brand was al uit, maar op de Dijk was het nog een drukte van jewelste.
“Het was al koud. Zo koud. En toen werd het ook nog eens glad.” Ze moest wanhopige ouders weghouden. En bijhouden welke verbrande kinderen er bij wie onder de douche stonden. Het ene na het andere slachtoffer werd ondertussen voor haar neus met een brancard naar van een geïmproviseerde tent naar de vele ambulances gebracht. “Er konden er veel niet gaan rijden. Ze konden niet weg. Door die tent en door een paal. Ik weet nog goed dat er een verpleger naar me toe kwam, roepend dat hij moest vertrekken, anders ging er een jongen dood.”
Alsof er nog niet genoeg verschrikkelijks gaande was, ging het vlak voor haar voeten nog meer fout. “Ik zie het nog zo voor me, het gebeurde echt hier”, zegt ze nu, wijzend naar de meters voor haar voeten. En de tranen springen in haar ogen. “De wieltjes van een brancard gleden weg. Het slachtoffer was gewikkeld in folie en kaal. Dus ik ging ervan uit dat het een jongen was. En die donderde zo op de grond. Dan ben je al verbrand en val je ook nog. Dat was zo’n surrealistische situatie.”
Waar Linda zich het meest schuldig over voelt, tot op de dag van vandaag, is dat ze zelf bevroor. En niet direct handelde.
Lees hier meer en de video op de site van NH Nieuws.
Stoute schoenen aangetrokken
Ze volgde de afgelopen jaren verschillende trajecten om de gebeurtenissen in haar politiecarrière te verwerken. Ook wat er in die nacht in Volendam in 2001 allemaal is gebeurd. Een gesprek dat ze had met aangeslagen leeftijdsgenoten in een hotel achter de brand, het moment met die wanhopige ambulancebroeder of ouders die gek werden van paniek. Inmiddels is ze gestopt als agent en trainer daar, en zelf ondernemer. Toch voelt dat ene moment als een los eindje. Ze is al 25 jaar benieuwd naar die persoon op de brancard.
Het enige aanknopingspunt dat ze heeft, is dat ze kort na de ramp van een politiecollega die ook werkte die nacht heeft gehoord dat het een meisje is. “Ik wilde de mensen in Volendam niet opzadelen met vragen. Maar toen ik mijzelf op tv zag begin dit jaar, dacht ik: ik trek de stoute schoenen aan.” Ze besluit een mail te sturen naar NH. En die komt weer terecht bij journalist Gerie Smit.
Tips over dit verhaal? Mail naar gerie.smit@nhmedia.nl.