Bezoekerscentrum De Breek in Etersheim zit in een grote impasse. De zaak is al maanden dicht. Samantha van den Bos en Roel van Rijsewijk huren sinds 2022 de opstallen van Stichting Etersheimerbreek. De problemen hebben te maken met achterstallig onderhoud en een verschil in toekomstvisie. We legden een aantal vragen voor aan de uitbaters.
In oktober 2025 besloten jullie geen huur meer te betalen. Kun je aangeven waarom je daarmee de noodklok hebt willen luiden?
“Dat beeld klopt niet helemaal. We zijn niet gestopt met betalen, maar hebben een deel van de huur opgeschort nadat we de stichting formeel in gebreke hebben gesteld. Het onderhoud is al lange tijd onvoldoende, de panden voldoen niet meer aan de eisen voor horecagebruik en afspraken over samenwerking worden in de praktijk niet nagekomen. Tegelijkertijd houden wij De Breek al jaren overeind met ons spaargeld, terwijl er geen duidelijk toekomstperspectief is en wel wordt verwacht dat wij volledige commerciële huur blijven betalen. In die situatie is verantwoord ondernemen simpelweg niet mogelijk.”
Het Stichtingsbestuur heeft aangegeven dat zij in beperkte mate geld heeft en dat ook steeds investeert in de Breek. En dat dit van begin af aan ook gecommuniceerd heeft met jullie als huurders. Zijn jullie ambities niet te groot voor zo´n kleinschalig centrum in een relatief stiltegebied?
“Onze ambities zijn niet groot, maar passend bij deze plek. We kiezen bewust voor kleinschaligheid, kwaliteit en educatie, met respect voor natuur en omgeving. Het beeld dat de stichting nauwelijks middelen heeft, vraagt nuancering: er zijn jaarlijkse inkomsten van circa €42.000, waarvan circa 60 procent uit onze huur komt, terwijl er sprake is van fors achterstallig onderhoud. Wij richten ons nadrukkelijk niet op massatoerisme of touringcars, maar op een rustige, stabiele exploitatie, ook doordeweeks en in de winter. Bovendien ligt De Breek niet in een echt stiltegebied: de locatie heeft al jaren een publieksfunctie, geldige horeca- en terrasvergunningen en valt per 1 februari 2026 niet meer binnen een stiltegebied.”
De vorige beheerder woonde boven het bezoekerscentrum. Er was sprake dat jullie het pand c.q. de opstallen konden kopen. Jullie hebben dat niet gedaan. Hadden niet veel (onderhouds-)problemen opgelost kunnen worden, als jullie het pand wel hadden aangekocht?
“We hebben aankoop serieus onderzocht en zelfs onze woning verkocht om de financiële ruimte te verkennen. Uiteindelijk bleek het pand niet financierbaar voor de bank omdat de bestemmingen, functies en feitelijk gebruik niet overeenkomen.
Daarbij zou het volgens de gemeente nog zeker twee jaar duren voordat er een veegplan zou komen, wat voor de bank te onzeker was. Dat was in 2024 en de bestemmingen zijn nog steeds niet aangepast.
Uit de taxatie bleek bovendien dat er na aankoop forse investeringen nodig zouden zijn. Tegelijkertijd lagen in de voorgestelde constructie de risico’s wel bij ons, maar zonder de bijbehorende zeggenschap en zekerheden. Onder die voorwaarden was aankoop geen realistische oplossing.”
Is het probleem niet al begonnen op het moment dat jullie een fors bedrag betaalden aan de vorige huurder voor overname van het beheer, terwijl de waarde relatief laag bleek te zijn?
“Nee, het probleem is niet begonnen bij de overname. We hebben die met eigen geld gefinancierd en een bedrag betaald dat paste bij een ondernemer die hier 17,5 jaar iets had opgebouwd. We stapten in op een gezamenlijke belofte: gemeente, stichting en exploitant zouden samen optrekken in de ontwikkeling van de Etersheimerbraak als toeristisch-recreatieve plek; ieder vanuit z’n eigen rol. Het voelde als instappen in een rijdende trein, met alle neuzen dezelfde kant op.
De problemen zijn ontstaan toen die ontwikkeling vervolgens stilviel en zelfs werd losgelaten, terwijl van ons wel volledige commerciële huur en maximale huurverhogingen worden gevraagd, alsof hier een reguliere horeca-exploitatie mogelijk is. In de praktijk moeten wij jaarlijks eigen geld bijleggen. Het probleem zit dus niet in de overname, maar in het wegvallen van die gezamenlijke koers en in het ontbreken van samenhang tussen ambitie, beleid en realistische mogelijkheden; en in het gebrek aan samenwerking tussen verhuurder en exploitant.”
Waarom verhuren jullie de bovenverdieping niet als bed and breakfast, zoals de vorige huurder dat deed? Het pand is nu grotendeels onbeheerd.
“Ook nu we gesloten zijn, zijn we nog dagelijks op het erf. We wonen op een paar minuten rijden in Oosthuizen; als er iets is, zijn we er zo. Dat hebben we bewust zo gekozen. Beheer en toezicht kun je op verschillende manieren regelen, daar moet je samen naar kijken.
Een bed & breakfast is hier geen oplossing. Mensen die in deze omgeving een B&B boeken, zoeken rust. De Breek is een levendige plek met reuring, personeel en activiteiten, en er is geen goede scheiding tussen wonen, logies en horeca. Dat leidde ook bij de vorige exploitant tot teleurstelling en slechte reviews. Daarnaast voldoet het pand nu niet aan de eisen voor bewoning of logies, met problemen zoals lekkages en houtrot.”
Wat kunnen jullie doen richting Stichtingsbestuur om dit proces weer vlot te trekken voor 1 april, feitelijk het begin van het nieuwe seizoen?
“Wij proberen al langere tijd het gesprek vlot te trekken en hopen dat we samen met het stichtingsbestuur om tafel kunnen om hier uit te komen. Op dit moment wordt aangegeven dat er eerst voorwaarden nodig zijn voordat er gesproken wordt, of dat men wil wachten op de gemeente. Zo wordt het lastig om dit gezamenlijk op te lossen.
Een opening in april staat daardoor onder druk. Ons seizoen begint namelijk in de winter: evenementen, groepen, feesten en partijen – goed voor een groot deel van onze omzet – worden maanden van tevoren geboekt. Door het uitblijven van duidelijkheid zijn veel van die reserveringen inmiddels weggevallen.
Daarnaast hebben we te maken gehad met een NVWA-controle. Een deel van de punten ligt bij ons – denk aan betere allergenen vermelden op de kaart – maar een belangrijk deel vraagt om bouwkundige aanpassingen waar wij niet zelfstandig over kunnen beslissen of in kunnen investeren, zoals ventilatie, scheiding van horeca en privé en geschikte opslag- en koelruimtes. In de huidige staat voldoen de panden hier niet aan, terwijl wij als exploitant wel verantwoordelijk worden gehouden.
Wat wij nodig hebben om weer verantwoord open te kunnen, is op korte termijn overleg met het stichtingsbestuur, om samen te verkennen wat nodig is en daar concrete afspraken over te maken. Daarnaast is een helder toekomstbeeld nodig waarin gebruik, functies, regels en huur met elkaar kloppen. Zonder die duidelijkheid kunnen wij geen seizoen voorbereiden of draaien.”
Is de relatie met de Stichting niet al te veel geschaad, nu alles zo uitgebreid in de media is gekomen?
“Dat betreuren wij enorm. We hebben bewust geprobeerd terughoudend te zijn in de media, ook al was de frustratie soms groot. Wat ons echt heeft geraakt, is dat het college vlak voor kerst via een brief aan de raad feitelijk alles openbaar heeft gemaakt, en dat er flink naar ons werd uitgehaald in de media. Daardoor is een beeld ontstaan van ons als ondernemers dat niet klopt.
Ondanks de onzekerheid hebben wij De Breek jarenlang draaiende gehouden. Er is echt wel schade aangericht. Tegelijk willen wij de deur niet dichtgooien. We staan open voor gesprek en hebben verkenners en mediation voorgesteld. Wat ons betreft is er behoefte aan een gelijkwaardig proces en een eerlijk gesprek over de toekomst van de plek.”
Jullie betreuren daarbij de werkwijze van de gemeente en de inhoud van een opgesteld rapport over de gang van zaken rond De Breek. Hoe gaan jullie hier mee om? Is de inzet van een mediator een optie?
Wij hebben grote moeite met de totstandkoming en de inhoud van het rapport. Er is geen hoor en wederhoor toegepast en op inhoudelijke onjuistheden die wij hebben aangekaart, is niet gereageerd. In het rapport is helemaal niet gekeken naar de huidige gang van zaken rond De Breek en de huidige business case van het erfgoedplex; dat had juist een waardevolle analyse kunnen opleveren waaruit lessen te trekken waren en waarmee een weg vooruit gevonden had kunnen worden. In plaats daarvan werd ons gevraagd een simpele businesscase aan te leveren en zijn onze bestaande activiteiten en het aanbieden van een lunchkaart vervolgens beoordeeld, langs de lat van toekomstig Waterfrontbeleid en het etiket ‘stiltegebied’, terwijl De Breek al ruim twintig jaar een publieksfunctie heeft, een uitzonderingspositie kent in het horecabeleid en over geldige vergunningen beschikt. Men lijkt ook te vergeten dat de exploitatie en de levendigheid die we creëren om de molen heen, ook voor de instandhouding ervan zorgt. De Breek is een waardevolle plek in de Zeevang en dat moet men koesteren op een manier die recht doet aan ons ondernemerschap.”
Dat is des te wranger omdat de provincie heeft bevestigd dat De Breek per 1 februari niet langer binnen een stiltegebied valt. En op de avond dat dit artikel verschijnt, is er pas een avond in Warder om met inwoners te praten over Waterfront. Het gaat daar nog helemaal niet over uitgewerkte plannen, maar over ideeën voor de toekomst. Hoe kun je ondernemers daar nu al op afrekenen, en ons tegelijk verwijten dat we ‘de juridische kaders’ niet vooraf goed zouden hebben gecheckt, terwijl die kaders er nog niet eens zijn?
In deze fase zien wij daarom meer in de inzet van onafhankelijke verkenners dan in mediation. Eerst moet helder worden hoe dit proces heeft kunnen ontsporen en wat daarin niet goed is gegaan. Het college en de raad zouden dit rapport kritisch moeten bekijken en de schadelijke beeldvorming richting ons moeten corrigeren. De inmenging van het college heeft de oplossing in de praktijk alleen maar verder weg gebracht.”
“Feiten in plaats van emoties”
Friso de Zeeuw is voorzitter van St. Etersheimerbraak. Desgevraagd meldt hij er uit te willen komen met de uitbaters van De Breek. “Al zal het afgesloten contract moeten worden nagekomen. Veranderingen kunnen alleen in overleg.”De Zeeuw is direct als het gaat het vervolg. “We voelen niets voor mediation. In direct contact proberen we het op te lossen.”
“Als het gaat om een aantal zaken die genoemd wordt zal ik heel transparant zijn. Het klopt niet wat er beweerd wordt. Sinds oktober is er slechts 500 euro betaald aan huur. Die bedraagt 1850 euro per maand. In onze ogen een redelijk bedrag voor een woning, bedrijfspand en opstallen. We hebben een voorstel gedaan om dit tijdelijk 20% te verlagen. Daar is niet op ingegaan.”
“Zelf denken we dat er door de uitbaters te veel is betaald aan hun voorganger. Dan begin je met een financiële achterstand. Meermaals is ons verweten niet transparant te zijn. Bijvoorbeeld over onze jaarrekening. Die staat gewoon op onze website samen met de begroting. Het bedrag dat genoemd wordt is niet alleen voor De Breek maar ook voor het Dik Trom Museum. We moeten het dus met beperkte middelen doen en dat hebben we vanaf de start ook gecommuniceerd. Andersom vragen wij al lang naar een rapport van de Voedsel- en Warenautoriteit. Zonder die te ontvangen.”
“Als het gaat om verkoop van de woning en het bezoekerscentrum hebben we in 2024 op verzoek van de uitbaters het pand laten taxeren. Uiteindelijk hebben we het aangeboden voor een lager bedrag. Mede gelet op achterstallig onderhoud. Dat werd 234.000 euro. In onze ogen een zeer schappelijk bedrag. Hierna trokken zij de stekker eruit. En kochten ze later een woning in Oosthuizen.”
“Wij gaan over de verhuur van het casco. Niet over de inrichting. Daarvoor zijn zij verantwoordelijk. Dit zijn de feiten. We gaan niet in op de emoties.”