In meerdere gemeentes in de regio zitten dezelfde namen al decennia in de raad. Soms bijna 30 – 40 jaar. Wat ooit begon als betrokkenheid bij het dorp of de stad, is verworden tot een permanente positie. De vraag dringt zich op: voor wie is die zetel eigenlijk bedoeld — voor de inwoner of voor degene die erop zit?
Natuurlijk is ervaring waardevol. Kennis van dossiers, historische context en bestuurlijke verhoudingen kan helpen bij zorgvuldige besluitvorming. Maar wanneer volksvertegenwoordiging verandert in een langdurig verblijf zonder duidelijke einddatum, schuurt het met het principe van vernieuwing en representatie. Democratie is geen carrièrepad met vaste aanstelling.
Het wringt vooral wanneer partijen vasthouden aan dezelfde kopstukken bovenaan de kandidatenlijst, terwijl nieuwe, competente en gemotiveerde mensen zich al hebben gemeld. Jongere generaties, professionals met frisse expertise, inwoners met nieuwe ideeën — ze staan klaar. Toch krijgen zij vaak te horen dat “hun tijd nog wel komt”. Maar wanneer precies? Na dertig jaar?
Doorstroming is geen luxe, maar noodzaak. Gemeenten staan voor complexe uitdagingen: woningbouw, energietransitie, zorg, leefbaarheid. Dat vraagt om actuele kennis en nieuwe perspectieven. Wie al tientallen jaren meedraait, loopt het risico vast te zitten in patronen, netwerken en oude reflexen. Vernieuwing wordt dan eerder bedreiging dan kans.
Daar komt bij dat langdurig blijven zitten ook de interne partijdemocratie onder druk zet. Als lijstposities feitelijk gereserveerd blijven voor zittende raadsleden, wordt talentontwikkeling een lege belofte. Nieuwe mensen mogen meedenken, flyeren of op een onverkiesbare plek staan — maar echte invloed blijft uit. Dat ontmoedigt betrokken burgers en versterkt het beeld van een gesloten bolwerk.
Het argument dat “de kiezer beslist” gaat maar ten dele op. In de praktijk hebben partijbesturen en zittende fracties grote invloed op de volgorde van de lijst. Wie structureel bovenaan staat, heeft een enorme voorsprong. Democratie binnen de partij is minstens zo belangrijk als die in het stemhokje.
Niemand pleit voor het wegsturen van ervaren raadsleden puur vanwege hun dienstjaren. Maar een gezonde bestuurscultuur vraagt om zelfreflectie. Wanneer maak je plaats? Wanneer geef je bewust het stokje door? Wanneer kies je ervoor om je ervaring in te zetten als mentor in plaats van als permanente lijsttrekker?
Zonder natuurlijke vernieuwing dreigt de gemeenteraad los te raken van een nieuwe generatie inwoners. Democratie leeft bij gratie van dynamiek. Wie die dynamiek blokkeert uit behoudzucht of persoonlijke ambitie, schaadt uiteindelijk het vertrouwen in het lokale bestuur.
Misschien is het tijd om een ongemakkelijke maar noodzakelijke norm te bespreken: niet alles wat kán, is ook wenselijk. Een raadszetel is geen levenslange onderscheiding, maar een tijdelijke opdracht. En soms is het moedigste politieke besluit niet om wéér te blijven zitten — maar om ruimte te maken.
Inderdaad, Edam-Volendam wordt wakker! Sommige mensen zitten al meer dan 25 jaar in de gemeenteraad. Nieuw talent krijgt nauwelijks een kans. Die worden handig weggedrukt of gedemotiveerd. Nieuw talent wordt ook slecht opgeleid voor opvolging. Daar hebben de lijsttrekkers geen belang bij.
Volendam80 kent dit soort politici. Dieptepunt is wel de lijsttrekker van de VVD. Daar zit Emile Karregat al sinds de vorige eeuw in de gemeenteraad. Alleen vriendjes van hem komen op verkiesbare plaatsen. Wie kritiek op de leider heeft wordt weggedrukt. En als het even tegenzit, zit hij er over 30 jaar nog….
“Volendam80 kent dit soort politici ” Graag voorbeelden Frank !
In Landsmeer zit er eentje al bijna 40 jaar in de gemeenteraad: André de la Fontaine. Dé plaatselijke clown in de politieke arena. Zo wil je toch niet eindigen?
Lijst Kras leek ook dezelfde kant op te gaan. Hebben maar snel even hun partijnaam veranderd.
Na vijf jaar is het klaar, dan heb je je ding gedaan waarvoor je in de politiek wou, het moet geen verdienmodel worden. Zowel in de gemeenteraad als in de landelijke politiek. Raadslid is namelijk geen beroep.
Ik vind dit een schandalige reactie om lokale politici die zich zo lang inzetten, voor een fooi, zo af te schilderen. “Nieuw talent krijgt nauwelijks een kans. Die worden handig weggedrukt of gedemotiveerd. Nieuw talent wordt ook slecht opgeleid voor opvolging”. Dit is ronduit niet waar. Bij alle politieke partijen zie je nieuwe frisse gezichten.
Tuurlijk. Fossielen zijn dol op jonge frisse gezichten.
Maar het valt niet te ontkennen dat er in de gemeenteraad niet meer beweging zit dan het verschuiven van de dekstoelen op de Titanic.
Hoe gaat het trouwens met de familie Bond en hun overkapping?
De realiteit is natuurlijk dat talentvolle mensen weinig tot geen interesse hebben in een overheid. Als je iets wil in het leven dan zal dat altijd in de private sector of als ondernemer zijn. Er zou een IQ test moeten komen voor degene die wel in het overheid(bestuur) wil plaatsnemen met een vooraf bepaalde ondergrens.
Als ik nu kijk wat er rondloopt in Den Haag, gemeentelijk niveau etc., dat is echt van een bedroevend niveau. Zo uit de schoolbanken, nooit gewerkt (vroeg uit je bed) en zo een flutbaantje als assistent met als hoogtepunt ‘minister’. En de welwillenden van bijvoorbeeld Gen X zijn vaak niet de scherpste mesjes, anders zou je immers niet uitwijken naar de overheid.
Dus ook deze ontwikkeling verrast mij niet.