In deze raadsinformatiebrief geven wij u een samenvatting van de zienswijze van de regio Zaanstreek-Waterland op het ontwerp-omgevingsplan van de provincie Noord-Holland. Het college heeft deze op 26 augustus vastgesteld en de zienswijze zal door de wethouder van Purmerend namens de regio worden verstuurd.
Ontwerp-omgevingsvisie provincie Noord-Holland
De provincie Noord-Holland heeft een concept zienswijze opgesteld die nu ter inzage ligt. Tot 31 augustus kunnen reacties worden gegeven. De regio Zaanstreek-Waterland heeft een gezamenlijke zienswijze voorbereid. . Door in regionaal verband gezamenlijk op te trekken, wordt de positie van de regio met de zeven gemeenten richting de provincie versterkt. De omgevingsvisie beschrijft hoe de provincie Noord-Holland er in de toekomst uit moet zien en hoe wordt omgegaan met de beschikbare ruimte. In de provincie komen veel opgaven samen, zoals woningbouw, natuur, landbouw, energie en bereikbaarheid. Omdat de ruimte beperkt is, moeten er keuzes worden gemaakt.
De omgevingsvisie moet richting geven aan die keuzes. Het is het kompas voor het provinciale beleid tot 2030 en 2050. Hierin staat wat de provincie belangrijk vindt, hoe ze wil omgaan met de ruimte en waar zij samen met gemeenten, waterschappen en andere partners aan werken. Op die manier worden beslissingen over de inrichting van Noord-Holland goed op elkaar aangesloten en dragen ze bij aan een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving. De omgevingsvisie wordt verder uitgewerkt in concrete programma’s en regels, zoals de Omgevingsverordening.
Welke keuzes staan er in de omgevingsvisie?
De provincie kiest voor een toekomstbestendig Noord-Holland, waarin leefbaarheid centraal staat en ruimte zorgvuldig wordt gebruikt. Dat betekent dat niet alles overal kan. De provincie zet in op een sterke en duurzame economie, met ruimte voor sectoren die bijdragen aan innovatie en de overgang naar een circulaire toekomst. Daarbij wordt ook volop ingezet op de energietransitie. Er komt ruimte voor energieopwekking, opslag en de bijbehorende infrastructuur, met blijvende aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving. Belangrijke keuzes in de ruimtelijke ontwikkeling sluiten hierop aan. Nieuwe woningen worden vooral gebouwd in bestaande steden en dorpen en in de buurt van openbaar vervoer. Zo blijft het open landschap zoveel mogelijk behouden. Het landelijk gebied blijft grotendeels groen en open, maar verandert waar nodig om beter om te gaan met klimaatverandering, waterbeheer en natuurontwikkeling.
Water en bodem worden leidend bij de inrichting van de ruimte. Dit betekent dat er meer ruimte komt voor waterberging en maatregelen om het gebied klimaatbestendig te maken. Tegelijkertijd zet de provincie in op het beschermen en versterken van natuur en biodiversiteit, bijvoorbeeld door natuurgebieden beter met elkaar te verbinden. Nieuwe ontwikkelingen vinden bij voorkeur plaats op locaties waar al infrastructuur aanwezig is, zoals energievoorzieningen, wegen en openbaar vervoer. Zo wordt zorgvuldig omgegaan met de beschikbare ruimte en blijft de leefomgeving in balans.
Zienswijze Zaanstreek-Waterland
De kern van de reactie is dat de regio aan de provincie vraagt om explicieter te worden erkend als sleutelregio voor de verstedelijkingsopgave in de noordelijke Randstad, met daarbij een betere balans tussen wonen, werken, mobiliteit, landschap en leefbaarheid. Daarbij vraagt de regio Zaanstreek-Waterland om gerichte provinciale investeringen in werkgelegenheid, bereikbaarheid en energie, met leefbaarheid en een gezonde en veilige leefomgeving als randvoorwaarden. Het aanbod is om dat gezamenlijk vorm te geven in een gebiedsgerichte uitwerking. Ook vraagt de regio om meer aandacht voor kleinere kernen, zodat gemeenten voldoende afwegingsruimte houden om leefbaarheid en voorzieningen in stand te houden. De zienswijze bevat daarnaast specifieke aandachtspunten voor wonen, economie & werken, mobiliteit, energie en digitale infrastructuur, water en bodem, omgevingskwaliteit en recreatie.
Concreet worden in de zienswijze voor deze thema’s de volgende aanbevelingen gedaan:
- Wonen:
- Bouw voldoende flexibiliteit in om verschuivingen in vraag en aanbod op te kunnen vangen.
- Geef gemeenten eigen afwegingsruimte om te bouwen in kleine kernen.
- Economie en werken:
- Erken Zaanstreek-Waterland als complementaire economische regio binnen de MRA en bied voldoende ruimte voor bedrijven.
- Stuur op de opgave woon-werkbalans door meer ruimte voor werk en het verbeteren van multimodale bereikbaarheid.
- Verduidelijk de richtlijnen voor een toekomstbestendige economie in relatie tot datacenters
- Mobiliteit:
- Maak voor de regio Zaanstreek-Waterland een duidelijke keuze voor het verbeteren van de regionale bereikbaarheid ten gunste van de woon-werkbalans.
- Koppel de verbetering van de Zaancorridor en de Hoornse lijn aan de ontwikkeling van werklocaties bij de stations in onze regio en refereer daarbij aan de uitwerking van het OVknooppuntenbeleid.
- Energie en digitale infrastructuur
- Benader de inpassing van energie-infrastructuur in samenhang met andere opgaven.
- Water en bodem:
- Hanteer een gebiedsbrede afweging voor vernatting en verzilting.
- Geef bij de uitwerking van de Omgevingsvisie in de Omgevingsverordening helderheid over de ontwikkelmogelijkheden van UNESCO-werelderfgoed.
- Hanteer voor gebiedsprocessen één heldere regielijn met samenhang als uitgangspunt.
- Wees consequent in het hanteren van het uitgangspunt “water en bodem sturend”.
- Omgevingskwaliteit/gezonde en veilige leefomgeving
- Heb aandacht voor het spanningsveld mobiliteit vs. bouwen (woningen/voorzieningen).
- Neem hitte als nadrukkelijk thema mee in de Omgevingsvisie.
- Recreatie
- Voeg toerisme toe als concrete ontwikkelambitie en ondersteun daarbij ontwikkeling van hotels en voorzieningen.
- Voeg een ontwikkelperspectief inclusief verdienmodel toe.
- Algemeen
- Controleer samen met de betrokken gemeenten de kaarten en gehanteerde gebiedstypen om deze in overeenstemming te brengen met de lokale ontwikkelrichting.
Belang voor Edam-Volendam
De zienswijze is voor de gemeente Edam-Volendam relevant, omdat deze aansluit op meerdere gemeentelijke belangen. Dit betreft onder meer:
- het behoud van de leefbaarheid van kleinere kernen;
- voldoende lokale afwegingsruimte voor woningbouw en functiemenging;
- aandacht voor de bereikbaarheid en ontsluiting van de gemeente;
- bescherming van het waardevolle landschap en erfgoed;
- een zorgvuldige provinciale duiding van gebieden binnen de gemeente.
Na de inspraakperiode verwerken Gedeputeerde Staten de reacties in een Nota van Beantwoording. Daarna wordt de definitieve omgevingsvisie aan Provinciale Staten voorgelegd voor besluitvorming,
naar verwachting in december 2026.
