Uit de Woningmonitor 2026 blijkt dat met corporaties en huurdersverenigingen is afgesproken dat maximaal 33% van de vrijkomende sociale huurwoningen wordt verhuurd aan zogenaamde ‘bijzondere doelgroepen’. Tot deze doelgroepen behoren vergunninghouders, sociale en medische urgenten, huiselijk geweldurgenten, mantelzorgurgenten, stadsvernieuwingsurgenten, mensen die uitstromen uit instellingen, verhuringen aan zorginstellingen en woningen die via de 5%-maatwerkregeling worden toegewezen.
Het CDA constateert dat deze afspraak niet alleen niet wordt gehaald, maar dat het aandeel de afgelopen jaren zelfs fors is gedaald. Waar in 2023 nog 24% van de vrijkomende sociale huurwoningen aan deze groepen werd toegewezen, daalde dit naar 21% in 2024 en vervolgens naar slechts 15% in 2025. Daarmee blijft de praktijk niet alleen ruim onder het afgesproken maximum van 33%, maar beweegt deze zich ook steeds verder van dat maximum af. Dat verbaast het CDA zeer. Het is immers moeilijk voor te stellen dat er sprake zou zijn van een tekort aan woningzoekenden binnen deze doelgroepen.
Het bevreemd het CDA nog meer dat Purmerend inmiddels achterloopt op de wettelijke taakstelling voor de huisvesting van vergunninghouders. In de recente memo aan de raad meldt het collega aan de raad dat in 2025 een achterstand is ontstaan en dat momenteel een plan van aanpak wordt opgesteld om de achterstand in te lopen.
Daarnaast is inmiddels de Wet versterking regie volkshuisvesting in werking getreden. Deze wet en de daarop gebaseerde regelgeving verplichten gemeenten om in hun huisvestingsbeleid nadrukkelijk aandacht te besteden aan verschillende aandachtsgroepen en zal ook gevolgen hebben voor de Purmerende gemeentelijke huisvestingsverordening. Dit vanwege een verplichte herziening en uitbreiding van de urgentiecategorieën.
Dat maakt het des te relevanter om nu inzicht te krijgen in het functioneren van het huidige beleid en de wijze waarop het college invulling wil geven aan toekomstige prioritering van deze doelgroepen.
- Kan het college verklaren waarom het afgesproken maximum van 33% voor verhuringen aan bijzondere doelgroepen al meerdere jaren niet wordt gehaald?
- Hoe verklaart het college dat het aandeel verhuringen aan bijzondere doelgroepen zelfs is gedaald van 24% in 2023 naar 21% in 2024 en vervolgens naar 15% in 2025? Welke ontwikkelingen liggen hier concreet aan ten grondslag?
- Hoeveel huishoudens wachten op dit moment concreet op huisvesting binnen elk van de onderscheiden bijzondere doelgroepen (vergunninghouders, sociale en medische urgenten, stadsvernieuwingsurgenten, uitstromers uit instellingen, etc)?
- Is het college voornemens maatregelen te treffen om het aandeel verhuringen aan bijzondere doelgroepen weer richting het afgesproken maximum van 33% te brengen? Zo ja, welke maatregelen worden overwogen en op welke termijn verwacht het college resultaat te zien?
- Wanneer verwacht het college een voorstel voor een vernieuwde huisvestingsverordening aan de raad voor te leggen, in het licht van de recente wijzigingen in de landelijke wet- en regelgeving?

Misschien komen reguliere woningzoekers nu eens aan de beurt
Sinds 2023 is het aantal reguliere woningzoekenden dat een huurwoning vindt in Purmerend dus al gestegen van 76% naar 85%.