We zijn terug! Met nieuwe en oude momenten, kleine herkenningen, en een vleugje nostalgie. Twee zussen uit Volendam. Gudy schrijft, Angelique schildert.
Mijn man zat er vrijdagavond klaar voor. Dat is misschien wat te overdreven beschreven. Het Europees Kampioenschap voetbal was dan begonnen, maar hij zat gewoon in zijn hoekje van de bank waar hij altijd zit, niet op het puntje daarvan en zeker niet vol van hooggespannen verwachtingen. ’s Middags vroeg ik hem nog of hij niet met een paar voetbalmaatjes het EK zou willen volgen, met een van zijn broers of zwagers, maar hij schudde verwoed het hoofd. Aan zijn lijf geen polonaise en al dat opgeklopte nationalisme en die overdreven gezelligheid vindt hij maar niks.
Hij wil gewoon voetbal kijken en in stilte het spelverloop voor zichzelf een beetje analyseren. Niet heel uitputtend in de trant van ‘als die middenvelder nou op dat moment op de juiste plek had gelopen, dan had hij mooi de voorzet van de spelverdeler kunnen aannemen en….’. De bal is rond hè en ‘as is verbrande turf’ zou mijn moeder zeggen. Ik zat naast hem in de bank en keek af en toe opzij. En ja hoor, nog voor het rustsignaal had geklonken was hij al op de zij gedraaid en diep in zijn eerste slaap vertrokken. Mooi zo, dan kon ik vanavond nog verder met het vierde seizoen van mijn vrouwenserie op Netflix.
Toch wel beetje jammer hoor. Ik herinner me nog middagen en avonden tijdens een EK of WK. Het was altijd stralend mooi weer buiten en wij zaten binnen bij elkaar gehokt met familie of vrienden, de gordijnen dicht, waarbij we onze Leeuwen steeds luidruchtiger aan- moedigden. Bij de aanvang van een groot toernooi was het straatbeeld nog vrij rustig. Naarmate het Oranjelegioen verder kwam in de poulewedstrijden en er serieus zicht kwam op de kwartfinales, werden voorzichtig de eerste slierten met oranje vlaggetjes opgehangen. En later, wanneer ons kleine landje steeds verder kwam – oh my God, we zitten in de halve finale!! – togen we met enige gêne naar de supermarkt en kochten een oranje sjaal of toeter en sloegen in één moeite door een extra kratje bier en een zak oranje paprikachips in.
En dan anno 2021….Wat is dat toch met de Nederlandse volksaard? Wat rechtvaardigt ons op niets gebaseerd vertrouwen? Wat voor een gekte heeft beslag van ons genomen om, voordat het toernooi überhaupt is begonnen, al die straten en pleintjes te annexeren met alles wat oranje is. Ik ben echt geen doemdenker en wil niemands sfeertje op voorhand verpesten, maar stel nou eens dat het níet zo goed gaat met de Leeuwen. Dat we na de kwartfinales het veld al moeten ruimen? Of nog erger, dat we de kwartfinales niet eens halen! Is er per straat of plantsoen dan ook een blokhoofd aangesteld die na de kater de ladder pakt en de vlaggetjes naar beneden durft te trekken?
Ik denk zo maar eens dat het met het voorspelde gevoel van de ‘roaring twenties’ heeft te maken. Na de ellende van de Grote Oorlog van 1914 tot 1918, een periode van malaise en daarbovenop nog eens de Spaanse Griep, hadden de meeste mensen in de grote steden van de VS en Europa voorlopig even ‘schijt aan dronken Naatje’. Er werd – al dan niet clandestien – gezopen, aan waterpijpen gelurkt en heel frivool de Charleston gedanst, met korte rokjes aan en veel bloot. Ik voorzie in de nuchtere Lage Landen dezelfde ondeugende taferelen.