De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat een echtpaar uit Wormerland van 2012 tot 2022 ten onrechte bijstand ontving. Ze verzwegen buitenlandse reizen, financiële giften en werkzaamheden in een familiebedrijf. De man verbleef regelmatig in het buitenland en werkte feitelijk in het tegelbedrijf van zijn zoon, wat bevestigd werd door getuigen.
De gemeente trok in 2022 de uitkering in en vorderde ruim €148.000 terug. De rechter oordeelde dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld door gebrek aan duidelijkheid over inkomsten en werkzaamheden. Wel moet de gemeente afzien van terugvordering over de laatste twee jaar en het bedrag opnieuw berekenen. Een schadevergoeding werd afgewezen; wel krijgt het echtpaar een proceskostenvergoeding van €3.628 en het griffierecht terug.
Lees hier de hele uitspraak.