Aan de leden van de Raad der Gemeente Waterland.
Zoals u wellicht bekend is, heeft de Vereniging Oud Monnickendam (VOM) in de maand mei een bezwaar ingediend tegen het verkeersbesluit – instellen van een blauwe zone – in de binnenstad van Monnickendam. Het bezwaar richt zich met name op het aanbrengen van de blauwe belijning in een Rijks beschermd Stadsgezicht. Op 24 Juni 2025 jl. hebben wij ook een bezwaar ingediend tegen het aanwijzingsbesluit parkeerschijfzones gemeente Waterland 2025.
Langs deze weg willen wij u informeren waarom het bestuur van VOM zich genoodzaakt voelt deze stappen te zetten.
Tijdsijn afgelopen maanden
Op 9 januari 2025 had het dagelijks bestuur van VOM haar halfjaarlijks periodiek overleg met de Gemeente. Bij dit overleg was wethouder Scheepstra aanwezig. Tijdens dit overleg kwam het parkeerbeleid aan de orde en heeft VOM haar zorgen geuit en aandacht gevraagd voor de positie van vrijwilligers die werkzaam zijn in het Museum.
Tijdens het overleg heeft de wethouder namens het College gevraagd of VOM de functie zou willen vervullen zoals die ook wordt ingevuld door dorpsraden in andere kernen van de Gemeente Waterland. Dit omdat er in Monnickendam op dat moment een dergelijk platform ontbreekt. Door VOM is hier positief op gereageerd en is er vervolgens een afspraak gemaakt voor een stadswandeling met wethouder Scheepstra en wethouder van de Weijenberg. Deze wandeling vond plaats op 1 mei jongstleden, tevens de datum van de publicatie van het verkeersbesluit.
Middels een bewonersbrief gericht aan de inwoners van de binnenstad waren enkele leden van het bestuur van VOM inmiddels op de hoogte van het voornemen om blauwe lijnen aan te brengen in de binnenstad. Door het college zijn wij niet actief vooraf geinformeerd over dit voornemen wat wel verwacht had mogen worden gelet op de rol die ons in januari was gevraagd en de rol die VOM inmiddels 75 jaar vervult als actieve erfgoedvereniging waar het de historische binnenstad betreft.
Tijdens de wandeling op 1 mei hebben wij wethouder Scheepstra gevraagd af te zien van de blauwe belijning en dit op te lossen met verkeersborden. Met dit voorstel wilden wij schade aan het beschermd stadsgezicht voorkomen. Wij hebben ook voorbeelden genoemd in de gemeenten waar dit zonder of met beperkte blauwe belijning en bebording was opgelost.
De Wethouder was echter stellig in zijn reactie dat de blauwe belijning de enig juiste manier was en het niet anders kon. Op basis van deze reactie hebben wij geconcludeerd dat er geen bereidheid was om tot een oplossing te komen en het college niet bereid was haar discretionaire bevoegdheid als wegbeheerder te gebruiken. Deze rol biedt de wegbeheerder immers de mogelijkheid zich niet strikt te houden aan vastgestelde regels en daarmee ruimte heeft om rekening te houden met andere belangen. In dit geval het niet onaanzienlijke belang van het behoud van een beschermd stadsgezicht.
De bezwaarschriften
1. Er stond VOM daarom geen andere weg open dat bezwaar te maken tegen het genomen verkeersbesluit en gelet op de urgentie, meteen te vragen om een voorlopige voorziening bij de rechtbank met het verzoek de start van de werkzaamheden te voorkomen lopende de bezwaartermijn. Het bezwaar is aan de Burgemeester persoonlijk ter hand gesteld met het verzoek te wachten met het aanbrengen van de blauwe belijning tot de uitspraak voorlopige voorziening en de behandeling van het bezwaar.
Het college heeft dit echter willens en wetens niet af willen wachten en is gestart met de werkzaamheden. Op het moment van behandeling van de voorlopige voorziening was 80 procent van de werkzaamheden uitgevoerd. De rechter heeft daarom niet besloten de werkzaamheden te stoppen en heeft daarbij tevens aangegeven dat de situatie niet onomkeerbaar is en de blauwe belijning kan worden verwijderd.
Wij betreuren het dat het college heeft besloten de werkzaamheden toch onmiddellijk uit te voeren. Daarmee was de laatste mogelijkheid, om nog in overleg tot een oplossing te komen, verdwenen. Ter voorbereiding op de behandeling van het bezwaar tegen het verkeersbesluit hebben we ook gekeken naar besluitvorming die vooraf is gegaan aan het genomen verkeersbesluit. Op 13 februari 2025 is het Aanwijzingsbesluit parkeerschijfzones gemeente waterland 2025 gepubliceerd. Ook hierover zijn wij niet actief geïnformeerd en is ons niet om advies gevraagd.
Ook hier had VOM in haar gevraagde rol als stadsraad en als erfgoedvereniging mogen verwachtten dat dit wel was gebeurd. Tot onze verbazing is bij de publicatie van het instellingsbesluit niet de mogelijkheid opgenomen om bezwaar te maken. Omdat het hier een concretiserend voorstel van algemene strekking betreft had die mogelijkheid in het besluit of in de publicatie van het besluit opgenomen moeten worden. De afdeling bestuursrechtspraak van de raad van state is hier duidelijk over. Een besluit zonder informatie over beroepsmogelijkheden is onbehoorlijk.
Verder hebben wij geen bevindingen terug kunnen vinden van de uitkomst van een erfgoedtoets. Bij ingrepen die de ruimtelijke inrichting van een Rijksbeschermd stadsgezicht kunnen beïnvloeden, zoals de invoering van een blauwe zone, moet een erfgoedtoets worden gedaan. Op basis hiervan had richting meegegeven kunnen en moeten worden over de inrichting van de openbare ruimte aan een later te nemen verkeersbesluit. Dit is naar het zich laat aanzien achterwege gebleven.
2. Bovenstaande is voor VOM aanleiding geweest om alsnog een bezwaar in te dienen tegen het aanwijzingsbesluit. We hebben de adviescommissie voor de bezwaarschriften gevraagd ons bezwaar ontvankelijk te verklaren en in behandeling te nemen. Tevens vragen wij de blauwe belijning te verwijderen zodat een inrichting kan worden gekozen die recht doet aan ons beschermd stadsgezicht. In Delft, Maastricht en ook Amsterdam zijn voorbeelden hoe dat wel kan zonder blauwe belijning.
Wij hechten eraan te benadrukken dat ons bezwaar zich niet richt tegen de invoering van de blauwe zone. De keuze voor de vorm van de inrichting van het parkeerbeleid en het politieke debat daarover is een zaak van College en Raad. VOM neemt daarin geen positie in.
Ons bezwaar richt zich alleen tegen de wijze waarop dit beleid vorm krijgt in het beschermd stadsgezicht en in dit geval de openbare ruimte. Het historische erfgoed en een goede zorg daarvoor is ons primaire belang en wij zijn dan ook statutair verplicht om er alles aan te doen om dat te behouden.
Wij waren er graag in overleg uitgekomen.
Wij hopen u op deze wijze voldoende te hebben geïnformeerd over onze overwegingen en zijn graag bereid u daarover verder te informeren.
Vereniging Oud Monnickendam