In alle vroegte fiets ik, na mijn afspraak bij de tandartsenpraktijk aan de Oosthuizerweg, dwars door een nog ontwakende en serene stad, naar exact de andere kant. Daar staat aan het begin van de donkere kant van de Voorhaven op nummer zeven Iris op mij te wachten op een voor haar bijzondere plek. “Dit is nou mijn geboortehuis”, vertelt ze trots. En terwijl ik de prachtige trapgevel bekijk vertelt Iris over de staat van het pand toen haar ouders het huis eind jaren ’70 kochten. “De gevel was helemaal grijs gepleisterd en dus was er van een fraaie opgemetselde stenen gevel zoals deze toen geen sprake. Mijn ouders hebben het in de loop van de jaren flink gerenoveerd om het zoveel mogelijk in de authentieke staat terug te brengen”. Foto Cor Kes www.luxphotography.nl: Iris Franke bij haar geboortehuis aan de Voorhaven.
‘Gele steentje’
“Zij hebben daarom ook destijds het ‘gele steentje’ in ontvangst mogen nemen”, vertelt Iris. Dat is een bijzondere onderscheiding die ieder jaar door Vereniging Oud-Edam uitgereikt wordt. Het is in het leven geroepen om bedrijven en particulieren in het zonnetje te zetten, die inspanningen hebben geleverd om behoud en verfraaiing van onze stad te realiseren. Ondertussen komt de buurvrouw van nummer vijf naar buiten en ook zij luistert aandachtig mee naar de verhalen over de renovatie, de indeling van het pand en Iris haar jeugd aan de Voorhaven.
Coen de Koninglaan
We wandelen naar het speeltuintje, wat in Iris haar jeugd nog het ‘Indianendorp’ werd genoemd. “Toch grappig als je bedenkt dat wij hier echt uren konden spelen met eigenlijk alleen maar drie houten tipi tenten. En moet je zien hoe fraai het nu geworden is!” Voordat we de Noordervesting oplopen staan we nog even stil bij de Coen de Koninglaan, de straat die grenst aan het speeltuintje. “Misschien wel leuk om te weten dat deze grond van mijn overgrootouders was. Mijn overgrootvader was tuinder en jaren na zijn overlijden heeft mijn overgrootmoeder het ergens eind jaren ’60 begin jaren ’70 verkocht aan een projectontwikkelaar. Daar is toen deze straat met de zo kenmerkende bungalow-woningen uit voortgekomen”.
Vrij
Als we via de Noordervesting het ‘vestinkie om’ beginnen vertelt Iris mij, op de plekken waar de ‘Nieuwe School’ en de ‘In de Veste’ zich in de jaren ’80 bevonden, dat ze als klein meisje heel zelfstandig was, toen zij naar de ‘In de Veste’ ging. “Ik wilde op mijn vierde jaar graag zelf naar school lopen. Mijn moeder liet dat toe, als ik maar ik binnendoor via een vaste route rechtstreeks naar school liep. Dat beloofde ik plechtig. Achteraf hoorde ik dat mijn overgrootmoeder, die op de route woonde, in de deur stond om te kijken of het goed ging. Ondanks het feit dat ze me met koekjes naar haar toe riep heb ik dat nooit doorgehad, want ik liep doelgericht en met een flinke pas naar school, zoals beloofd. Toen ik zes was nam ik mijn vierjarige broertje aan de hand mee”. En zo koestert Iris mooie herinneringen aan haar zeer vrije opvoeding binnen de veilige vestingmuren.
Bosvolk
Eén van die fijne herinneringen heeft ze ook aan Bosvolkkamp te danken. “Mijn oma was één van de begeleiders in het vrijwilligersteam. Zoals iedereen had ook zij een bijnaam. Ze werd ‘De Ma’ genoemd. Toen ik eenmaal de leeftijd had om mee te mogen, ging zij helaas niet meer mee. Dat vond ik wel jammer, maar ik denk ook dat ik dan geen moment van haar zijde zou zijn geweken!” Zelfredzaam als Iris was genoot ze van de vrijheid en tegelijkertijd geborgenheid van het kamp, net zoals ze dat ook op de voettochten naar school ervaarde. Het deed haar daarom veel verdriet dat ze op haar zestiende het fijne, maar eigenlijke kleine huis aan de Voorhaven moest verlaten. De wens van haar ouders om ruimer te wonen met twee opgroeiende pubers kon in Middelie worden gerealiseerd.
Volleybal
Dat Iris haar mannetje kan staan, blijkt uit de diverse voorbeelden die ze gedurende een ‘vestinkie om’ met mij deelt. Zo vertelt ze hoe ze bijvoorbeeld als vierjarig meisje door haar moeder werd meegenomen naar de Volleybal vereniging, nu MOVE geheten, waar die vrijwilliger was. Iris mocht dan, zo jong als ze was, de scores van de wedstijden zelfstandig bijhouden. “Ondanks de twijfels die er heersten over mijn rekenprestaties had ik het na controle zelden mis, tot grote verbazing van velen!” Zo is ook haar liefde voor Volleybal ontstaan. Nog steeds speelt ze, recreatief, één keer in de week.
‘Mijn huis’
Haar eerste huis kocht ze in Hoorn, maar in de kortst mogelijke tijd kroop het bloed waar het niet gaan kon en kwam ze toch weer terug naar Edam. Daar kocht ze een huis in de net nieuw aangelegde Broeckgouw. Inmiddels is Iris weer een beetje dichterbij het centrum komen wonen, samen met haar twee kinderen, in een kindvriendelijke wijk net buiten de vestingmuren. “Ik blijf nog altijd kijken of er ooit een mogelijkheid bestaat om weer binnen die vestingmuren te kunnen wonen. Maar ik beschouw het huis op de Voorhaven nog steeds gewoon een beetje als ‘mijn huis’”.