Toen Siem een relatie kreeg met kunstenares Jannig Kwakman, verhuisde zijn schildersezel gelijk naar haar atelier. Daar maakte hij naar aanleiding van hun wandeling over de dijk langs het bevroren water 4 kleine schilderijtjes met een paletmes. Die vond ze mooi en ze hangen nog altijd in het trappenhuis. “Ik heb heel wat geleerd van Jannig,” vertelt Siem met een lach, “zelfs nu we al jaren samenzijn blijft ze een juf en kan ze me nog altijd zeggen dat ik nog niet klaar ben met een schilderij of dat ik te veel blijf hangen in de foto.”
“Op de lagere school mocht je als je eerder klaar was met de rekenles gaan tekenen, ik kon het vrij goed. Alle voorbeelden die er lagen heb ik nagetekend, van Sinterklaas kreeg ik nog meer tekenvoorbeelden. Toen ik wat ouder was merkte een kennis van mijn vader dat ik wel aardig kon tekenen. We deden met z’n drieën een wedstrijdje in elkaars portret natekenen. Ik won. Dat was voor mijn vader ook een voorzetje om te gaan tekenen, zo zijn we samen begonnen.”
Volendammer portretten
“Ik kwam in een rokerij te werken, in de zomer had je werk, in de winter was het stil. In Volendam kwamen ze aan je deur als je een beetje goed portretten kon tekenen, zo ook bij mijn vader. Hij schoof een opdracht naar mij door, maar het wilde niet lukken, ik had moeite met de oren. Op een avond kwam ik met een paar borrels op uit de kroeg en heb ik de oren afgemaakt. De volgende dag riep mijn vader: ‘Siem er zijn kabouters geweest, je oren zijn gelukt!’”
Eerst de foto, dan het schilderij
“Uiteindelijk ben ik op schilderles gegaan bij Jan Stroek. Bij het eerste schilderij vroeg ik hoe doe je dat? Hij schilderde voor hoe het moest, ik pakte een doekje en veegde het weg om het zelf opnieuw te doen. Dat vond hij bijzonder, niemand veegde het uit.” Inmiddels hangt de woonkamer vol met schilderijen die Siem heeft geschilderd maar ook met foto’s. “Op vakantie zie ik overal een schilderij in en ben veel bezig met fotograferen.”
‘Autistische’ kunst maken
“In Noorwegen maakte ik zo’n foto: bergen met donkere luchten, water en een knalrood huisje, beschenen door een laagstaande zon. Hier heb ik met verschillende technieken aan gewerkt. De wolken met sponsjes, de bergen met paletmes en kwasten. Ik hou ervan om te experimenteren met technieken. Ik schilder met olieverf en dat moet je verdunnen anders vloeit het niet. Bij het schilderij met de boomwortels was een heel precies werkje met veel fijne details.
Daar zit ongeveer 600 uur werk in. Dat komt onder andere omdat je bij fijne witte details soms wel 3 of 4 keer het moet overschilderen om het wit dekkend te krijgen.
