‘Een ‘vestinkie om’ met Edammers, omdat die allemaal wel een verhaal hebben wat alleen wij binnen de vestingmuren zo goed kunnen begrijpen. We spreken af op een favoriete plek naar keuze in onze stad, waarna we richting de vesting lopen. Daar begint het ‘vestinkie om’, waarin ik mijn medewandelaars beter leer kennen door hun vertellingen.
Op de vraag waar hij zijn vestinkie om wil beginnen is Kees heel duidelijk. “Bij ‘t damhek over de Koningsbrug van de Purmer-Ringvaart direct links”, appt hij mij. Terwijl ik daar op hem wacht sta ik even letterlijk stil bij het natuurschoon om mij heen. Mijn blik rijkt ver. Het is de diepte van de 17e -eeuwse polder en hoogte van de dijk wat de weidsheid versterkt. Foto Cor Kes www.luxphotography.nl.
‘Witte reiger’
Als Kees zich bij mij voegt genieten we samen van de omgeving. Opvallend vindt hij de zeldzame witte reiger die op een niet al te grote afstand zich aan ons laat zien. En terwijl Kees vertelt over zijn affiniteit met deze weidse omgeving, voortgekomen uit zijn geboortegrond op het platteland in Nibbixwoud, lijkt de reiger aandachtig mee te luisteren. “Op deze plek zijn mooie zonsondergangen te zien die mijn partner Beatrix dan prachtig weet vast te leggen met de camera. Alles valt of staat met goed licht. Daar heeft zij oog voor. Vanaf dit punt zijn wij met regelmaat over het damhek geklommen en hebben wij te voet flink wat kilometers afgelegd naar Monnickendam”.
‘Swaf’
Terwijl we onze fietsen meenemen, lopen we over de Koningsbrug weer terug richting de vesting. Als we achterom kijken valt het Kees op dat de witte reiger ook zijn reis heeft gecontinueerd en we zien nog het topje van een vleugel boven het dijkje vandaan komen. Wandelend langs het Thomas Café attendeert Kees mij op de straatnaam en de naam van het café die in spiegelschrift op de gevel staat aan de overkant van het café. “Dat kan alleen een kroegeigenaar doen”, zegt Kees met een lach.
En hij kan het weten. Hij is namelijk jarenlang de eigenaar geweest van café Swaf in Hoorn samen met zijn compagnon Nico. Een klein muziekcafé in de binnenstad waar vele vormen van muziek vaak live ten gehore wordt gebracht. Waar jong en oud, punker en hiphopper hand in hand kunnen gaan. “Hier hebben bijvoorbeeld ook een Douwe Bob, Tim Knol en de band Johan hun eerste optredens gegeven”, voegt Kees daar aan toe.
‘Nieuwehaven’
We parkeren onze fietsen bij het busstation waarna we via de kastanje vesting richting de Baandervesting lopen. En zodra we de vesting betreden beseffen we ons dat we een echt ‘vestinkie om’ kunnen maken. De vesting is weer toegankelijk voor voetgangers. Via de achterzijde van de inmiddels al oude nieuwbouw lopen we via een steegje naar de waterkant van de Nieuwehaven waar Kees zijn eigen huis aan de overkant wil laten zien.
Met een leuk weetje over het pand een paar huizen verderop waar we pal tegenover staan. De drie onder één kap Anno 1914, gebouwd door de welbekende kunstenaar Nieuwenkamp. “Deze man wilde graag een mooi uitzicht en bouwde een huis in de stijl van zijn eigen huis; het huis waar we nu naast staan. Het middelste huis is als eerst gebouwd, maar de panden links en rechts er van zijn later aangebouwd met oude restmaterialen en steentjes”, weet Kees te vertellen.
‘Van Boerenzoon tot kroegeigenaar’
Als boerenzoon is Kees opgegroeid bij zijn ouders op de boerderij in Nibbixwoud. Op zaterdagavond zong hij nog wel eens in een band en dan moest zijn jongere broer voor hem invallen op de zondagochtend. Door ruilverkaveling werd de grond eerder dan verwacht verkocht door zijn ouders, waarna Kees dus niet het boerenleven instapte, maar kort daarna bij Swaf terecht kwam.
“Ik stond eigenlijk liever aan de andere kant van de bar, maar van het één kwam het ander en voor ik het wist stond ik achter de bar”. In de jaren negentig is Kees in Edam komen wonen. Met zijn werkzaamheden in Hoorn en een uitgaansleven in Amsterdam bood Edam een gulden middenweg als thuisbasis. “Het was nog niet zo eenvoudig om een aan een pand te komen in de stad, omdat er in het jaar 1990 nog geen vrije vestiging was onder de drie ton in guldens. Ik heb mijn wachttijd van een half jaar uitgezeten voordat ik erin kon.”
‘Echte Edammer’
Zo heeft het lot hem zo nu en dan een handje geholpen. Kort na de verhuizing naar Edam ontmoette hij zijn Bea op bijzondere wijze waarbij je eigenlijk kunt concluderen dat toeval niet bestaat. Inmiddels zijn ze in januari alweer 33 jaar samen en zijn ze trotse ouders en grootouders van een dochter Luka-Lomé en een kleindochter met de naam Juna-Mae. “Hier moet je maar eens een aparte column aan wijden”, zegt Kees.
Dat Kees inmiddels zelf een échte Edammer is blijkt uit de vele begroetingen die over en weer worden uitgewisseld. Een kennis roept vanaf zijn balkonnetje naar Kees dat hij het leuk vond om hem weer eens te zien en vraagt of ik een rondleiding krijg door Edam. “We leiden elkaar een beetje rond!”, roept Kees. “Het zou eigenlijk in de krant moeten!” Met een knipoog voltooien wij onze wandeling de hele vesting rond.