Daar hang ik dan. In mijn eistoel in onze tuin. Ik bungel wat, want ik ga een boek lezen en genieten van de nazomerzon. Niets daarvan. Nooit wat daarvan. Want mijn telefoon ligt binnen handbereik en die gaat weer af met mensen met vragen en verzoeken. Of ze staan gewoon op de stoep. Omdat dat in het verlengde ligt van mijn werk, van mijn passies, omdat ik me graag dienstbaar opstel, omdat ik graag ondersteun. Bladibla… Dit alles is vanzelfsprekend m’n eigen schuld en dat is uiteindelijk overgelopen als een verstopte doucheput. Akkoord.
Dus haal ik dat opgepropte haar eruit – moet ik maar vaker naar de kapper ha! – die verstopping heb ik zo opgelost. Ik dop m’n eigen boontjes. Maar voor ik het weet is het hetzelfde liedje. Steeds sneller verstopt het putje totdat het haast een continue staat van zijn is geworden. Altijd paraat, altijd in opperste staat van activiteit. Volgestouwd met verzoeken in mijn richting. Sluimerend werk. Slaap ik daarom zo slecht ’s nachts? Met droomflarden waarin ook alles verwart en dichtslaat.
Frank Bond
Langzaam veranderen er dingen. Zo had ik vroeger in de vorige zinnen gezocht naar een betere vergelijking dan dat harige gore putje, maar dat laat ik nu maar. Het staat er immers best, toch? Gezien alles relatief is, moet ik blij zijn dat ik zulk fijn werk heb en niet aan stukjes wordt geschoten in een Oekraïense greppel. Overtrokken beeld maar ik kijk steeds beter naar mezelf. Van een afstandje zie ik dan de waanzin van het meeste in mijn toch vrij veilige en overzichtelijke leven. Ik word zelfbewuster en trager, maar scherper.
Zoals die monnik uit dat ene verhaal. Hij gaf aan nog maar 1 keer per maand zijn post te zullen lezen. Uiteindelijk ontving hij steeds minder brieven en toen iedereen begreep dat hij het echt meende, ontving hij slechts nog een enkele brief om de zoveel maanden. Deze brieven waren dan die van waarde, van vrienden. Brieven met een emotioneel en daadwerkelijk belang. Niet slechts verzoeken, of klusjes, maar uitwisselingen.
Zelfs Napoleon opende zijn brieven pas na enkele weken. Ik geloof ook dat het meeste van wat we voor onze kiezen krijgen van een vervliegende waarde is, en daar duiken we op, iedere dag weer. Langzaam veranderen er dingen. Want ik dreg nog regelmatig dat putje, maar de laatste tijd vind ik regelmatig kleine edelsteentjes. Korrels goud soms. Laatst zelfs een diamant.
Hier meer op de site van enClave.