Ondanks het feit dat deze twee vrouwen ieder een sterke eigen identiteit hebben, zijn ze ook onlosmakelijk met elkaar verbonden en verweven. Vandaar dit keer een wandeling met z’n drieën! De Edammer tweeling Jitske en José Hermanides appen mij als hun lievelingsplek ‘au Nouveau Port’, ofwel aan de Nieuwehaven. José, net terug uit Frankrijk, waant zich, versterkt door deze zwoele zomeravonden in september, klaarblijkelijk nog in mediterrane sferen. Daar spreken we samen met fotograaf Cor Kes af om voorafgaand aan ons ‘vestinkie om’ de foto te nemen. De wijnglazen worden erbij gehaald en ons gesprek komt al levendig op gang, nog voordat we de vesting betreden.
‘Als een God(in) in Frankrijk’
De keuze om op deze plek af te spreken was snel gemaakt. Terwijl José de witte wijn inschenkt legt Jitske uit: “Ik hou van het water! Met name in de buurt van het IJsselmeer. Dit is José haar stekkie aan de Nieuwehaven, verbonden aan het IJsselmeer, waar ik graag regelmatig aansluit”. José, woonachtig op deze plek aan de Nieuwehaven, vult aan: “Hier kan ik aan het eind van een dag echt even dankbaar plaatsnemen”. José werkt in het voortgezet speciaal onderwijs met kinderen die, om uiteenlopende redenen, extra ondersteuning nodig hebben. Niet alleen in het onderwijs, maar ook met het vinden van een eigen volwaardige plek in de maatschappij. Een dankbare taak maar ook zo nu en dan behoorlijk confronterend om jonge mensen te zien worstelen met de alledaagse basale ‘dingen des levens’. “Als ik dan thuis kom bij mijn gezin en ik plaats neem aan m’n picknicktafel bij de Nieuwehaven, besef ik me temeer hoe gezegend ik ben met het leven dat ik leid op deze fijne plek”. Als een god(in) in Frankrijk.
‘Quartier du Moulin’
Jitske, zelf woonachtig ‘au quartier du Moulin’ ofwel de Molenbuurt, kan beamen dat ze alleen al de route langs de molen over het Gouwtje richting Oud Edam iedere keer weer bewust ervaart als een dankbaar moment. “Binnen de vestingmuren werk ik, hier woont onze moeder in ons ouderlijk huis onder de Speeltoren, mijn zus woont aan de Nieuwehaven en zo zijn er nog tal van redenen waarom ik iedere dag met veel genoegen in Oud Edam kom”. Tegelijkertijd kan ze haar eigen stekkie in de Molenbuurt ook erg waarderen. “Vanochtend nog, nam ik in alle rust plaats op mijn eigen bistrosetje in de tuin waar ik eerst even rustig genoot van een kop koffie voordat ik mijn weg binnen de vestingmuren begon.” Jitske werkt ook met kinderen, maar dan in de buitenschoolse opvang, onder andere in het centrum van Edam.
“Blokker in Edam”
Jitske en José zijn opgegroeid onder de Speeltoren in de Kleine Kerkstraat in de winkel van bij ’t Vuur. Moeder Voufke bij ’t Vuur heeft van jongs af aan de familiewinkel overgenomen. De winkel, ‘een soort van Blokker van nu’ zoals de zussen het omschrijven, werd later onderdeel van het familiehuis, verbonden met het pand er naast. Sinds de geboorte van haar oudste zoon heeft Voufke, naast haar werk en vrijwillige en ondersteunende activiteiten, op die plek gezorgd voor haar kinderen en voor de familie.
“In één klap nuchter”
Het was Jitske die zich, zo’n zes weken te vroeg aandiende. José vertelt: “Het was Muziekdag, wat nu Kaaspop is, en toneelvereniging D’Ye, mede opgericht door onze moeder, gaf diverse voorstellingen op de Kaasmarkt. De toneelspelers kwamen die dag bij onze moeder in de Kleine Kerkstraat om zich om te kleden en vader ondersteunde dit evenement door met de pet rond te gaan om donaties op te halen voor de vereniging, ondertussen genietend van de optredens en de nodige drankjes. “Toen hij vanuit huis nog even een laatste drankje in de binnenstad wilde gaan halen gaf onze moeder aan dat hij maar beter even iemand erbij kon halen om op de andere kinderen te passen en richting het ziekenhuis af te reizen. De ambulance was er eerder dan Pa en Jitske werd geboren, nog voordat hij met een taxi arriveerde in het ziekenhuis. Eenmaal daar aangekomen werd er een hele kleine Jitske in zijn hand gelegd. Zo klein dat ze ook echt letterlijk in zijn hand paste. En er werd hem tegelijkertijd medegedeeld dat er een tweede kindje onderweg was. Ze waren tot die tijd in de veronderstelling dat ze één kindje zouden krijgen. “Pa was in één klap weer nuchter!”, zeiden de meiden lachend!
“Waar doorgaans van een tweeling wordt verwacht dat ze op elkaar lijken en in alles gelijk opgaan, putten wij juist kracht uit onze verschillen. Zo hebben we elkaar in de loop van onze levens aangevoeld en aangevuld en, daar waar nodig, elkaar gedragen. Als het glas van de één half leeg bleek, werd het door de ander weer bijgevuld.