De Amerikaanse turnsters, met als absolute kopvrouw de teruggekeerde Simone Biles, hebben voor de zevende keer op rij de wereldtitel voor landenteams veroverd. De Nederlandse vrouwen eindigden als zevende bij de WK in Antwerpen.
Wevers kan niet excelleren
Voor de Nederlandse ploeg, bestaande uit Naomi Visser, Vera van Pol, Eythora Thorsdottir, Sanna Veerman, Sanne Wevers en reserve Tisha Volleman, was de grootste prijs maandag al behaald. Door een zesde plaats in de kwalificatie, ontvingen ze een ticket voor de Olympische Spelen van Parijs.
In de WK-finale begon Nederland op balk en daar waren de ogen vooral gericht op Wevers, de olympisch kampioene op dit onderdeel in 2016. Het lukte de 32-jarige balkspecialiste echter niet te excelleren. Ze viel na een wankeling van het 10,16 centimeter brede toestel af en kreeg daardoor een vol punt aftrek. Ze kwam uit op 12.933.
De beste Nederlandse score op de balk was daardoor voor Thorsdottir (13.633). Datzelfde was het geval op vloer en sprong. De 25-jarige Thorsdottir scoorde op het onderdeel vloer, waarop ze in 2019 EK-zilver veroverde, 13.300. Voor haar sprong kreeg ze 13.700 punten.
Op de brug met ongelijke leggers was Naomi Visser met 14.233 de beste Nederlandse, Saans Veerman scoorde daar 13.833. Alle scores bij elkaar opgeteld kwam Nederland tot 159.563. De score van de Verenigde Staten was 167.729.
De grootste vreugde in de turnhal in Antwerpen was overduidelijk te zien bij de Braziliaanse vrouwen. Zij grepen het zilver. Nooit eerder won Brazilië een WK-medaille op een teamonderdeel. Het brons was voor Frankrijk.