Op 8 februari 2024 heeft u namens het college antwoord gekregen op technische vragen van de PVV die gesteld zijn over de officiële afwijzing Rijk businesscase Oekraïners. Als bijlage (zwart gelakt ivm privacy) bij de beantwoording is de communicatie per e-mail en WhatsApp tussen college en het Rijk over deze afwijzing bijgevoegd.
Ik wilde context mét een persoonlijke reflectie u (los van het eventuele politieke debat daarover) meegeven tijdens de bijeenkomst met uw raad, waarin wij samen zouden terugblikken op het proces dat wij gevolgd hebben voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Deze heeft gisteravond vanwege trieste omstandigheden niet plaats kunnen vinden. Vandaar dat ik u vandaag mijn toelichting stuur.
Allereerst wil ik via deze memo benadrukken dat ik afstand neem van mijn opmerking in mijn mail over verwijderen van berichten en dat ik daar mijn welgemeende excuses voor aanbied. Een opmerking die ik -hoewel wellicht menselijk verklaarbaar- nooit had mogen maken. Om meerdere redenen niet. Niet in de laatste plaats omdat onze inwoners een transparant bestuur verwachten en verdienen. Mijn bericht is een uitkomst van een ingewikkelde periode, waarin ik op de dag voor de raadsvergadering ondoordacht in een zinsnede een gedachte opschreef die bij mij opkwam. Later op diezelfde avond realiseerde ik mij dat ik een fout had gemaakt. Ik zou nooit berichten verwijderen en had dat alleen al daarom nooit mogen opschrijven.
Gelijk de volgende dag heb ik de directeur van het rijk opgebeld om hem te zeggen dat ik een fout had gemaakt. De directeur van het Rijk kreeg ik niet aan de telefoon, daarom stuurde ik hem een appje, het appje dat bij de beantwoording is gevoegd, tevens het eerste en enige appje aan de directeur uit die tijd. Op 1 december sprak ik hem op mijn initiatief alsnog, met die bewuste boodschap. Tijdens dat telefoongesprek heb ik aangegeven dat ik niet achter de bewuste zinsnede sta. Vanzelfsprekend heb ik niet gehandeld zoals in mijn mail staat en de bewuste berichten niet gewist.
Zoals u leest heeft de opmerking betrekking op mijzelf. Roep ik niemand daartoe op en is het bij mij ook bij die gedachte en opmerking gebleven. Alle relevante stukken zijn er nog: er is niets verwijderd en alles is u ter beschikking gesteld. Vanzelfsprekend leg ik hiervoor verantwoording af aan uw raad, hetgeen hoort bij de verantwoordelijkheid die ik als wethouder draag en de uwe, waarin u het college op hun handelen controleert.
Met vriendelijke groet,
Harry Rotgans
Wethouder
