Rijkswaterstaat is klaar voor het zomerseizoen in het IJssel- en Markermeer, ook wel onze nationale regenton. In de zomer wordt het waterpeil daar hoger gehouden om voorbereid te zijn op droogte. Vanwege de ongewoon hoge waterstanden van afgelopen winter worden de meren nauwelijks aangevuld.
De voorbereiding op de komende zomer is anders dan andere jaren verlopen, vanwege de hoge waterstanden in februari. Gewoonlijk houdt Rijkswaterstaat tussen 1 maart en 1 april het water in het IJssel- en Markermeer vast, zodat het water geleidelijk stijgt van het winterpeil van 40 centimeter onder NAP, naar het zomerpeil van 20 centimeter onder NAP.
Door het waterpeil in de zomer hoog te houden, bereidt Rijkswaterstaat zich voor op eventuele droogte. Dat is belangrijk om genoeg drinkwater voor de Kop van Noord Holland te hebben. Ook gaat het verzilting tegen als in de zomer veel water verdampt.
Hoge waterstanden
Maar door de hoge waterstanden van afgelopen winter was het nauwelijks nodig om het waterpeil verder te laten stijgen. Een combinatie van hevige regenval en veel aanvoer van smeltwater zorgde ervoor dat veel water in de Nederlandse rivieren terecht kwam. Ook was het moeilijk om water weg te laten lopen via de afsluitdijk, vanwege harde wind.
Winterseizoen
Na de zomer, in september, laat Rijkswaterstaat juist water via de spuisluizen in de Afsluitdijk weglopen, als voorbereiding op de grotere aanvoer van water in het najaar en de winter. Het peil zakt dan totdat eind september een peil van 30 cm onder NAP is bereikt. Voor watervogels is het dan makkelijker om bij voedsel op de bodem te komen.