Aan tafel met wethouder Kees Schilder, verantwoordelijk voor onder meer de portefeuilles Openbare Werken, Verkeer en Vervoer, Milieu en Gemeentelijke dienstverlening. De aanleiding voor dit gesprek is een nieuwsgierige blik op de gemeentewerf en de alom tevreden geluiden over deze voorziening voor de Zeevangse dorpen. Bij de maandelijkse openstelling op zaterdag staat er, voordat de milieustraat open is, ook regelmatig een file op de Hoornse Jaagweg, een rij voor het afstorten van restafval. In de volksmond heet de milieustraat dan ook ‘de stort’.
De vraag waarom het wenselijk is dat deze voorziening in Oosthuizen blijft, is volgens Schilder heel legitiem. “Elk jaar zijn er berichten waarin ‘de stort’ ter sprake komt als zijnde een post die weinig oplevert en veel kost. Deze vraag had ik wel verwacht en ik wil hier een genuanceerd en realistisch antwoord op geven. We hebben twee milieustraten in onze gemeente, Volendam en Oosthuizen.
Het terrein in Oosthuizen is bijna even groot als dat van de milieustraat in Volendam. In Oosthuizen staat een groot nagenoeg leeg gebouw dat nauwelijks meer een functie heeft en afgeschreven is. Ik kan me voorstellen dat er misschien weleens aan woningbouw of uitbreiding van het industriegebied op deze locatie wordt gedacht. Dat er dan op termijn gesneden moet worden in deze voorziening, of dat deze moet worden afgestoten, sluit ik niet uit. Op enig moment moeten er keuzes worden gemaakt”, aldus Schilder.
Alternatieve locatie
“Er zijn regionale ontwikkelingen die in ieder geval nopen tot nadenken over een andere plek; niets is besloten, nadenken moet. Er wordt in regionaal verband gedacht aan een centrale ligging. De Purmer is in dit opzicht een optie; hier zouden de gemeenten Edam-Volendam en Purmerend een gezamenlijke milieustraat kunnen vestigen. In 2025 bij de bespreking van de Kadernota, het jaarlijks prioriteitenlijstje, komt dit onderwerp naar ik verwacht zeker weer aan de orde”, geeft Schilder aan.
Kampioen afval produceren
“Onze gemeente heeft de twijfelachtige eer om in Noord-Holland koploper te zijn wat betreft het produceren van een zeer hoog aantal tonnen restafval en van het nogal onvoldoende scheiden van huishoudelijk afval. In Volendam geldt een financiële regeling voor grote bouwondernemers, anders gezegd: zij betalen voor het bouwafval dat in de milieustraat op de Julianaweg wordt gestort, of hebben een contract daarvoor met een andere afvalverwerker. Veel kleinere bedrijven en zzp’ers bieden hun (bedrijfs)afval nog aan bij de gemeentewerf. Zij storten nu nog af onder de marktconforme prijzen. Ik sluit echter niet uit dat op termijn ook hierin verandering komt.
In Oosthuizen gaat het voornamelijk om het aanbieden van groen- en bouwafval. We moeten met z’n allen wel realistisch zijn: we produceren veel te veel afval en dat moet ergens heen. In de gemeente werken we volgens het afvalbeleidsplan. Mijn doelstellingen lopen grotendeels parallel met die van de rijksoverheid wat inhoudt dat het aantal kilo’s restafval per persoon in 2030 teruggebracht moet zijn van 100 kg naar 30 kg. Dit is volgens mij geen haalbare kaart. Wél haalbaar is invoeren van het principe ‘de vervuiler betaalt’. Kosten en baten moeten in balans zijn, iemand die meer afval aanbiedt zou ook meer moeten betalen en dat is nu volstrekt niet het geval. Het plaatje van nu laat zien: de kosten rijzen de pan uit en de inwoners zijn tevreden met de dienstverlening die zo dicht bij huis voorhanden is. Maar ik loop niet weg van moeilijke keuzes. Die horen er nu eenmaal bij”, zegt de wethouder.
| Aantal huishoudens | Tonnage ontvangen | |||
| Volendam | 12.195 | 82% | 10.154 | 89% |
| Oosthuizen | 2.659 | 18% | 1.200 | 11% |