Uitkomsten bestuursopdracht wateroverlast buitendijkse gebieden Edam-Volendam
Aan leden van de gemeenteraad Edam-Volendam
Met de raadsinformatiebrief Hoog water Markermeer bent u via het weekbericht van 18-1-2024 geïnformeerd over de bestuursopdracht voor de fase na de wateroverlast in de buitendijkse gebieden als gevolg van het hoge waterpeil in het Markermeer. Middels deze brief informeren wij u tussentijds over de voortgang van de bestuursopdracht en de maatregelen die op korte termijn staan te gebeuren.
Deel I van de bestuursopdracht
1. Er is opdracht gegeven tot het opstellen van een feitenrelaas en een beschrijving van de gebeurtenissen tot medio januari 2024.
Het feitenrelaas is in grote mate gereed en op basis daarvan zijn verbeterpunten gesignaleerd.
Voorts zijn de kosten en inzet van de ambtelijke organisatie inzichtelijk gemaakt. Tot en met week 4 van 2024 bedraagt de inzet van ambtelijke capaciteit circa 115 uur. De inzet van de burgemeester, de wethouder en de afdeling communicatie zijn hierin niet meegerekend. Ook de inzet van de brandweer, veiligheidsregio, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is niet meegerekend bij de ambtelijke inzet van de gemeente.
De overige inzet is gepleegd door de aannemingsbedrijven en toeleveranciers. Tot en met week 4 van 2024 is EUR 89.146 door de gemeente uitgegeven aan buitendijkse maatregelen: de aanleg van een nooddijk, de aanschaf van zand (big bags) en de inzet van pompen.
Over de kosten voor opruimen en herstel wordt later gerapporteerd.
Er vindt nog aanvullend onderzoek plaats op kosten van Rijkswaterstaat over het peilbeheer. Wellicht kunnen daar nog lessen uit worden getrokken voor de toekomst. Rijkwaterstaat heeft in een bestuurlijke presentatie toegelicht dat het waterpeil in het IJsselmeergebied tot halverwege oktober 2023 is gehandhaafd binnen de bandbreedte van het peilbesluit. Vanaf half oktober kon er minder worden gespuid dan wat er aan water in kwam vanuit de rivieren, de polders en de aanhoudende regen. Onze eigen analyse van de data van de waterpeilen onderschrijft deze toelichting. Rijkswaterstaat heeft bureau Berenschot opdracht gegeven tot een onderzoek naar het peilbeheer in de genoemde periode.
2. De wettelijke verantwoordelijkheid van de betrokken partijen is uitgezocht en beschreven. Hieronder volgt een korte samenvatting:
Buitendijkse gebieden vormen een aparte categorie. De Waterwet, per 1 januari 2024 opgegaan in de Omgevingswet, voorziet namelijk alleen in de bescherming van binnendijkse gebieden. In hoofdstuk 3 van de Omgevingswet zijn voor zowel het Rijk, de provincies als de waterschappen verplichtingen opgenomen tot het vaststellen van waterprogramma’s.
Het Rijk stelt de kaders voor buitendijkse ontwikkeling gericht op de waterveiligheid binnendijks. De provincies kunnen nader beleid opstellen voor de buitendijkse veiligheid. De gemeente stemt zo nodig af met het waterschap, Rijkswaterstaat en de veiligheidsregio over maatregelen en crisisbeheersing.
De bewoners en bedrijven van buitendijkse gebieden moeten in beginsel zelf zorgen voor beschermende maatregelen en dragen de gevolgen van waterschade. De gemeente heeft daarbij geen wettelijke verantwoordelijkheid. De gemeente heeft wel de taak de veiligheidssituatie in te schatten en is, samen met de Veiligheidsregio, verantwoordelijk voor de communicatie over de risico’s in buitendijkse gebieden. Zij stellen bewoners en bedrijven op de hoogte van de veiligheid en de risico’s. Als de veiligheid van personen in het geding is treft de gemeente, in overleg met de Veiligheidsregio, veiligheidsmaatregelen bij hoogwater.
3. Stand van zaken met betrekking tot de nooddijk en de maatregelen op korte termijn.
De nooddijk bij het Slobbeland is intact gelaten zolang het waterpeil nog hoog was. Vanuit recreatiegebied Slobbeland is er een urgentie om tijdig op te ruimen. Om half mei open te kunnen moet het terrein begin april zijn opgeruimd en ingezaaid. Intussen is het waterpeil gezakt tot NAP -0,22m en dalende. Daarmee ligt het peil binnen de bandbreedte van het peilbesluit. Er zijn geen aanwijzingen dat er binnenkort weer sprake zal zijn van hoog water. Rijkswaterstaat heeft aangegeven dat de waterstand van begin januari 2024 een extreme situatie was die eenmaal in de 100 jaar is voorgekomen.
Gebaseerd op deze informatie wordt de kans op herhaling op de korte termijn laag geschat. Met de omgeving is gecommuniceerd dat de intentie is om in de derde week van maart te beginnen met opruimen mits het waterpeil binnen de bandbreedte van het peilbesluit ligt. Dat is intussen het geval.
Rond 22-26 maart is gestart het opruimen van de nooddijk langs het Slobbeland.
Het zand is bemonsterd. Het is schoon (“algemeen toepasbaar”). Het zand in de big bags wordt verwerkt in het strand van het Marinapark ter vervanging van het zand dat daar begin januari is weggespoeld. Een deel van het zand wordt benut om de verzakkingen in het straatwerk omgeving Slobbeland op te hogen. Bij parkeerterrein “Joppie” worden de weggeslagen basaltkeien hersteld en wordt de bestrating opgehaald.
Er wordt ook herstel gepleegd in de andere buitendijkse gebieden in eigendom van de gemeente. Bij Schardam wordt het dijkje langs recreatiegebied Burgerwoud hersteld. Bij Warder wordt assistentie verleend om de schelpen op het zwembad terrein op te ruimen.
Strandbad Edam bv heeft op hun eigen terrein herstel gepleegd en is bezig met maatregelen om hun terrein beter te beschermen tegen hoog water. De gemeente is hier niet bij betrokken.
4. Eventueel verhalen van de kosten van de maatregelen.
Uit de juridische beschouwing blijkt dat kosten voor noodmaatregelen, opruimen en herstel niet kunnen worden verhaald op andere overheden.
Deel II van de bestuursopdracht
Dit deel van de opdracht gaat over toekomstige hoog water situaties.
5. De communicatielijn voor waarschuwingen vanuit Rijkswaterstaat-Waterschap-Gemeente is intussen verbeterd. Aan een draaiboek voor toekomstige situaties van hoog water wordt nog gewerkt.
De gemeente heeft vooral een taak in de bewustwording en waarschuwing van de gebruikers van buitendijks gebied. De intentie is om de gebruikers aan te sporen tot het zelf nemen van maatregelen ter bescherming van hun bezittingen.
6. Wenselijkheid en haalbaarheid van structurele fysieke maatregelen
De keuze voor het wel of niet treffen van eventuele fysieke maatregelen door de gemeente wordt op een later moment voorgelegd aan de raad.