In de nieuwe tentoonstelling van het Edams Museum Naar Levend Model staan recente schenkingen en bruiklenen centraal met schetsen, tekeningen en objecten van de kunstenaars Ties van Dijk (1873-1967), Jan Cornelis Bander (1885-1956), Léonie Bander-Lutomirski (1887-1982) en Wijnand Otto Jan Nieuwenkamp (1874-1954). Foto Cor Kes www.luxphotography.nl.
De vier woonden en werkten deels tegelijkertijd in Edam. Modellen die zij kozen waren de gezinsleden, bekenden, beminden, hun muze of modellen die waren gekozen uit etnografische belangstelling. Passie voor het tekenen is duidelijk zichtbaar in het werk van de vier.
Naar Levend Model toont de kunstenaars aan het werk. Er is veel aandacht voor hoofddeksels, hoofdtooien, mutsen, hoeden en hullen van de geportretteerden. Leonie Lutomirski en Jan Bander ontmoetten elkaar op de Rijksacademie in Amsterdam. Zij waren leerlingen van Nicolaas van der Waay (1855-1936). Deze kunstenaar en docent aan de Academie, heeft het Edams Museum het vaakst bezocht om er te werken.
Hoogstwaarschijnlijk hebben Lutomirski en Bander als leerlingen van Van der Waay het Edams Museum tussen 1906 en 1911 bezocht. Nieuwenkamp, op dat moment vicevoorzitter van het Edams Museum, woonde al in Edam en exposeerde samen met Jan Bander in een groepstentoonstelling in 1911 Amsterdam.
Jan en Léonie Bander-Lutomirski verhuisden in 1918 naar Edam. Daar werd in 1920 Jan Bander aangesteld als leraar aan de Stadsteekenschool. Het echtpaar Bander-Lutomirski raakte bevriend met tekenaar en beeldhouwer Ties van Dijk, al sinds 1903 aangesteld als tekenleraar aan die Stadsteekenschool.
Diens muze en model was Toos Hulst (1915-2000), dochter van de eigenaar van café Buitenlust aan het Volendammerpad in Edam. Beelden van Toos en andere objecten uit eigen bezit, de meeste jarenlang in het depot verborgen gebleven, worden vanaf 23 maart in het Edams Museum op de zolder getoond.
Tijdens de opening vorige week zaterdag eerde Julie Hengeveld, conservator van het Edam Museum en samensteller van de expositie op de bovenverdieping van het oude Coopmanshuys, de onlangs overleden Cary Venselaar, kunstenaar en schrijver van het imposante ruim 3.000 tellende boekwerk over W.O.J. Nieuwenkamp ‘Alles voor de kunst’. Ze had enkel jaren intensief met Venselaar samengewerkt en prees zijn kennis over Nieuwenkamp en het werk dat hij voor het museum heeft betekend.
De expositie bestaat uit een introductie van de kunstenaars, laat schetsboeken zien van Bander en werk van Ties van Dijk. Verderop zien we de Volendamse dracht in al zijn glorie en de schilderijen van Volendamse dames, gemaakt in en rond het Coopmanshuys een eeuw geleden. Maar ook werken van Nieuwenkamp uit Indonesië en Timor en bewaarde werken van Ties van Dijk, de man die sommeerde om na zijn dood al zijn werken te verbranden. Gelukkig zijn er enkele bewaard gebleven. Onder meer geschonken door Fred Roskam.
Bijzonder zijn de portretten van drie Marker meisjes door Nieuwenkamp. Ook zij zijn een jaar lang te bezichtigen aan het Damplein. Aangevuld met diverse mooie portretten een aanrader voor de liefhebber van regionale geschiedschrijving en kunst.
Gea Karhof
Afgelopen zaterdag volgde de tweede opening van dit prille seizoen. Ditmaal op de bovenverdieping van het raadhuis aan het Damplein. Gea Karhof heeft in ruim 50 jaar een eigenzinnig oeuvre weten op te bouwen. Haar werk is niet te verbinden aan een groep of beweging en dat maakt het juist zo bijzonder. Zij probeert een ‘wereld van ideeën’ te omvatten: in handgekleurde etsen die haar brede interesse weerspiegelen. Natuur, cultuur, torens, universum, biodiversiteit. Dit zijn de delen waaruit de tentoonstelling is opgebouwd.
Inspiratiebronnen die een lijn door de tijd trekken van haar inmiddels omvangrijke oeuvre. De vroegste etsen hebben vooral de natuur als onderwerp. Daarin figureren bijzondere modellen. Wanneer Gea een ervan tegenover Toetachamon tekent en deze serie ‘Lines of History’ noemt, begint het reizen naar Egypte en andere, verre cultuurgebieden. In de etsen die volgen ontstaan verbindingen tussen verschillende tijden en culturen. Daaruit volgt een serie grote etsen met torens, belangrijk als oriëntatiepunten. Aziatische tempels worden naast de modernste architectuur geplaatst. De hedendaagse torenwedloop – steeds hoger – herinnert aan de ambitie van vroegere kathedralenbouwers. Boven de torens zien we al iets van het magische universum en wat daarin in mythologische en wetenschappelijke zin verbeeld wordt.
‘Godsdeeltje’
Bevlogen door dit onderwerp volgt Gea Karhof cursussen bij de Sterrenwacht Oostzaan en bij Govert Schilling. Zij verwerkt deze kennis in complexe etsen als ‘De zwaartekracht voorbij’ en ‘A passion to fly’. Een recente serie werk heeft als titel ‘Heimwee naar de toekomst’ en ‘Grenzen verleggen’ gekregen, geïnspireerd door het Cernproject in Zwitserland; daar zoekt men naar het ‘Godsdeeltje’ om zo dichtbij het ontstaan van leven te komen.
In deze etsen creëert Gea haar persoonlijke universum en staat de deur naar de verbeelding wijd open. Ook de magische kinderwereld speelt een rol in de vorm van de stripfiguren uit haar jeugd. Tijdens de lockdown kan zij niet reizen. Gea gaat terug naar de natuur en de strijd daarin op moleculair niveau. Een pictogram van het virus dat ons allen toen verbond, zette haar daartoe aan. Er ontstaat werk met als thema biodiversiteit. Door de microscoop ontvouwt zich een ongeziene wereld van micro-organismen die aantoont hoe alles met elkaar verbonden is.
Oerkracht
De ets ‘Wonderful world’, special gemaakt voor deze tentoonstelling, probeert alles te omvatten en de oerkracht van het leven te verbeelden. Met biodiversiteit als uitgangspunt. Het werk van Gea Karhof is herkenbaar en trekt inmiddels omvangrijk publiek. Om een indruk te krijgen van de totstandkoming van de etsen van Gea Karhof, wordt tijdens de tentoonstelling de film ‘Van schets tot ets’ getoond (in de burgemeesterskamer).