Als antwoord op de vraag waar Robbert zijn wandeling wil beginnen nodigt hij mij uit voor een cappuccino bij hem thuis. Dat sla ik niet af. Omdat hij weet van mijn volle agenda komt hij direct met het idee een ‘koffie to go’ te verzorgen, zodat ik op tijd bij mijn volgende afspraak kan zijn.
In alle vroegte op de afgesproken maandagochtend, appt hij mij dat ik achterom kan binnenlopen in het vrijstaande huis, halverwege de ‘Kastanjevesting’, waar voorheen de familie (dokter) Reilingh woonde. “We hebben een rommelige nacht gehad met de kleine”, zegt Robbert, maar op deze manier kunnen zijn vrouw Nathalie en zoontje Levijn nog even lekker blijven liggen. Meteen vormt zich het beeld van de zorgzaamheid die hij als vanzelfsprekend uitdraagt.
Center Parcs
Terwijl Robbert onze cappuccino bereidt in de nog authentieke keuken waan ik me in de jaren ‘70. “Alsof je in Center Parcs bent, he?”, zegt Robbert lachend. Inderdaad, de tijd lijkt hier te hebben stilgestaan bij het zien van de keukenbar, de houten vide, bakstenen muren, vintage keukenkastjes en groen gebloemde tegels. “Volgend jaar gaan we verbouwen.” En dan vertelt hij over de plannen die ze hebben om de woning en de tuin te renoveren. “Dit was niet de plek die ik voor ogen had om een gezin te stichten, maar mijn vrouw zag dit huis destijds in verkoop staan”. Op haar vraag wat hij er van vond moest Robbert eerlijk bekennen dat hij het niet zo zag zitten. “Nou dan heb je pech, want ik heb een bezichtiging geboekt”, had ze gezegd. Vandaar…
Familieman
Terwijl we met onze warme koffie in de hand de vesting opstappen, vertelt Robbert verder. “Toen ik eenmaal voet op deze grond zette was ik meteen verkocht”. Ondanks het feit dat ze aanvankelijk overboden werden, was het hen gegund en kwam het huis alsnog in bezit van Robbert en Nathalie. En dit is dan ook de plek waar ze met trots hun zoon samen opvoeden. “Wij doen echt alles samen, van het huishouden, de boodschappen tot het klaarzetten van zijn tasje voor de volgende dag”. Op zondag en maandag genieten ze van hun uitgestelde weekend, want zaterdag is en blijft nog altijd een drukke dag voor de familie vanwege de werkzaamheden bij het familiebedrijf Slagerij Taam aan de Hoogstraat.
Familiebedrijf
“Ondanks het feit dat mijn vader zes dagen van de week aan het werk was in de slagerij, was hij op de momenten dat hij thuis was, er ook écht voor óns. En als we uit school kwamen zat mijn moeder áltijd klaar met een kop thee”. Zij was in de slagerij ook de betrokken gastvrouw en ze was op de hoogte van het wel en wee van iedere bezoeker.
Geïnspireerd door en gezegend met de eigenschappen van beide ouders en de warme herinneringen aan zijn jeugd, heeft Robbert besloten zijn deelname aan het familiebedrijf, op een andere wijze te willen aanvliegen. “Van kinds af aan heb ik mij altijd heel verantwoordelijk gevoeld voor ons gezin. Als het bijvoorbeeld drukke tijden waren in de zaak probeerde ik thuis een beetje bij te dragen in de verzorging, om mijn moeder te ontlasten. Nadat mijn moeder overleden was werd deze houding ten opzichte van de andere gezinsleden behoorlijk versterkt”.
Vakmanschap
Robbert heeft aanvankelijk buiten de vestingmuren het vakmanschap geleerd in Amsterdam. “Toen ik vandaar uit in het familiebedrijf aan de Hoogstraat kwam wilde ik een waarde toevoegen”. Zo is het ambachtelijk roken van onder andere de bekroonde worsten en vleeswaren een kwaliteit die hij met de opleiding ‘Meester Worstmaker’ heeft verrijkt. “Samen met mijn pa hebben we trainingen gevolgd om het beste in elkaar naar boven te halen, waardoor we het bedrijf hebben leren runnen zoals we dat nu doen”. Zo hebben ze door de jaren heen samen heel wat tegenslagen overwonnen, zaken veranderd en vernieuwingen bewerkstelligd: een (her)opening, corona- en energiecrisissen, veranderingen in de persoonlijke sfeer en bij dat alles moest de zaak natuurlijk wel ten dienste blijven staan van Edam. “Daar heb je geen idee van als je je hapjesschotel bij me komt halen”.
Zorgen voor Edam
“Mijn verantwoordelijkheidsgevoel werd zo groot, dat het er soms op begon te lijken dat ik ook een stuk van Edam door middel van het bedrijf wilde verzorgen. Toen onze zoon werd geboren realiseerde ik me dat mijn leven in de eerste plaats om mijn gezin draait, met als logisch gevolg dat ik het besluit nam om minder dagen te willen werken. Ik heb tegen mij pa gezegd dat hij dat ook maar eens moest gaan doen in aanloop naar zijn pensioen”. En zo past opa een vaste dag op Levijn en krijgt Robbert meer balans in zijn leven en kunnen zijn vakmanschap en passie vooralsnog ten goede komen aan Edam. En dat allemaal natuurlijk ook dankzij de stevige basis van zijn liefdevolle gezin, een groot vertrouwen in zijn teams, het voorbeeld van de krachtige ondernemersgeest van zijn vader en de verzorgende eigenschappen van zijn moeder die in hem voortleven.