George Groot, grondlegger van het literair-muzikale cabaretgezelschap Don Quishocking, is op 82-jarige leeftijd aan kanker overleden. Samen met Neerlands Hoop en Kabaret Ivo de Wijs domineerde Don Quishocking het Nederlandse cabaret in de jaren zeventig.
Foto uit 1974: Louis Davidsprijs uitgereikt aan Don Quishocking in het Carltonhotel in Amsterdam; Don Quishocking met de prijs, en Willem Willmink: v.l.n.r. Willem Wilmink, Pieter van Empelen, Fred Florusse (met prijs), George Groot, Anke Groot, Jacques Klöters (met baard). Op de enveloppe staat met de hand geschreven dat het om 2500 gulden gaat.
Het overlijden van George Groot (Edam, 1942) werd dinsdag bekend gemaakt door Jacques Klöters, die na het eerdere overlijden van Groots echtgenote Anke, pianist Pieter van Empelen en Fred Florusse, nu het enige overgebleven lid van cabaretgroep Don Quishocking is.
In februari 1972 was Don Quishocking de topattractie op het Boekenbal in het Amsterdamse hotel Krasnapolsky. Een beter bewijs dat de cabaretgroep op dat moment tot de intellectuele crème de la crème behoort is nauwelijks te vinden. De literair begaafde cabaretiers voelen zich in dit gezelschap als een vis in het water en zijn niet te beroerd om het schrijverspubliek op het bal te trakteren op teksten over kanker, geslachtsziekten en een nieuwe roman: Het Monster van Anne Frankenstein.
Hoogtepunt van reddeloos feest
Het Parool noemt het optreden het ‘hoogtepunt van een reddeloos feest’. Hoe intelligent het publiek misschien ook is, iedereen tuint vrolijk in de val van het meezing-slotlied, waarmee het domme, volgzame gedrag van mensen belachelijk wordt gemaakt.
En we willen zelf beslissen want we zijn geen kuddedier
En we haten volle bussen: oh we zijn zo particulier
Een geheel verzorgde reis
Naar Ibiza of Parijs
Nee dat doen we voor geen prijs. Alsjeblieft niet!
Zeker voor driehonderd ballen
In zo’n bus gaan zitten lallen
Van: “we zingen met z’n allen nog een lied”
Maar als we dan zo tegen al die samenzangen zijn
Waarom zitten we dan wel in Carré?
Bij Toon of Seth of elk willekeurig cabaret
En brullen elk stom refreintje mee!
Omdat we zellef van die zakkenwassers zijn
Ja we weten het zo goed
Maar niemand die iets doet:
Omdat we zellef van die zakkenwassers zijn
Met dat nummer wordt ook het lopende programma Waar Het Valt Daar Legt Het afgesloten in het Amsterdamse Tingel Tangel. Prinses Beatrix komt langs en zingt vrolijk met het slotlied mee. Na afloop hoort George Groot dat Claus aan Beatrix vraagt: “Wat is toch eigentlich een zakkenwasser?”
Ontwikkeling tot artistiek leider
De tekst van dat lied is van Groot en is een perfect voorbeeld van zijn houding en kwaliteit: het publiek (en zichzelf) scherp, venijnig en vrolijk op de zwakheden wijzen.
Het begin van Don Quishocking is een briefje dat Groot in januari 1966 ophangt op het prikbord van het Instituut voor Neerlandistiek van de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam. ‘Neerlandici die mee willen doen aan een cabaret op het feest van studentenvereniging Helios moeten zich opgeven bij George Groot.’ In Anke Petersen (Amsterdam, 1941) had hij al een groepslid. Ze zijn elkaar op de trappen van het Instituut tegen het lijf gelopen en zijn nog dezelfde dag gaan samenwonen. Ze zijn tot de dood van Anke in 2010 bij elkaar gebleven, ook al kon Groot zijn homoseksuele kant maar moeilijk verbergen. Na de dood van Anke voelde hij zich daarin wel volkomen vrij.
Ofschoon Don Quishocking een hecht collectief is, schrijft Groot de meeste teksten en ontwikkelt zich tot artistiek leider. Groot kan met Willem Wilmink, Drs. P, Ivo de Wijs, Jan Boerstoel en Annie M.G. Schmidt tot de absolute top van het Nederlandse liedtekstschrijversgilde worden gerekend.
Zwaar voor de kiezen
De onderwerpen die in liedjes en conferences worden aangesneden geven een helder sociologisch-politiek beeld van de jaren zeventig: de monarchie, religie, seksuele moraal, het leger, en de tegenstelling rijk-arm. Politici, collega cabaretiers, zeurkousen en ook de leden van de groep zelf krijgen het regelmatig zwaar voor de kiezen.
Na zeven programma’s komt er een breuk in de groep als Groot zich aansluit bij de beweging van de Indiase goeroe Bhagwan, die hem naar een staat van verlichting moet leiden. Ex-katholiek Klöters en de doorgewinterde socialist Fred Florusse staan versteld. De broederstrijd resulteert in Wij zijn volstrekt in de war (1981), een programma op het scherp van de snede. Per Justesen van Het Parool verklaart de groep dood. Toch blijkt de vriendenband sterker dan de tegenstellingen. Na een rustpauze van enkele jaren volgen nog vier programma’s, waarbij Anke wordt vervangen. Zij kan zich niet meer opladen.
Ook buiten Don Quishocking heeft Groot een enorme invloed gehad op het Nederlandse cabaret. Meer dan dertig jaar was hij docent tekstschrijven aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU) en docent taalexpressie en taal & spel aan de Theaterschool in Amsterdam. Tot 2013 gaf hij les in het vak liedtekstschrijven op de Koningstheateracademie in Den Bosch. Hij schreef teksten voor onder anderen Haye van der Heyden en Paul de Leeuw, en maakte programma’s met Jenny Arean en Adelheid Roosen. Na Anke had George Groot sterke vrouwen nodig om in balans te blijven.