Aankomend weekend hangen er tijdens de Jan Haring Race voor het eerst gekweekte palingen in de rookkasten. Waar deelnemers de afgelopen jaren nog streden om de trofee met de Ierse wilde paling, ligt de uitdaging dit jaar bij de lokale, gekweekte vis. En dat vraagt om een nieuwe rokerstechniek.
Ongeveer vijf weken voor de start van de Jan Haring Race in Monnickendam, reist het bestuur jaarlijks naar de visrokerij van importeur Jan Schilder in Enkhuizen. Bij een kopje koffie bespreken ze de stand van de Ierse wilde paling: hoe is de kwaliteit, is de vis vet genoeg? En, de belangrijkste vraag: is er voldoende wilde paling om 200 kilo te bestellen voor de jaarlijkse palingrookwedstrijd? Schilder kan dit jaar kort zijn: “Het gaat niet lukken. Ieder jaar denk ik dat het niet slechter kan, maar de kwaliteit en de aantallen zijn wederom minder.” Het Ierse meer, ooit de bron van de ‘Rolls Royce’ onder de paling, levert niet meer zoveel op als vroeger.
Het bestuur moest op zoek naar alternatief om de 92 deelnemers aan de jaarlijkse Jan Haring race in Monnickendam van paling te voorzien. Paling uit het IJsselmeer is geen optie, want door de kwaliteit van het water is deze vis niet vet genoeg. En dus komt de wedstrijdpaling voor het eerst in de geschiedenis uit een Noord-Hollandse kweek.
Een goed alternatief, vindt Schilder. Het voordeel is dat de race eerlijker verloopt met gekweekte paling, omdat deze palingen allemaal ongeveer even groot en dik zijn. Maar, een gekweekte aal roken is wel moeilijker. Het is een kunst om het velletje lekker zacht te krijgen.
Hier meer op de site van NH Nieuws. Foto: Laurens Niezen / NH Media
Gekweekte paling bestaat niet. Het is vetgemest paling/aal. Een misleidde kop dus.