De dag begint redelijk goed, maar op het moment dat de thuiszorg tegen een uur of tien binnenkomt, ben ik toch te moe om weer naar boven te gaan en te douchen en aan te kleden. Ik ben niet alleen moe, maar ook nieuwsgierig hoe ze hier mee om zullen gaan. Ik speel met de opties in mijn hoofd: O, maar dan komen we morgen wel terug hoor, meneer Vegter, dat geeft niets, tot: Ja maar meneer Vegter, dat kan echt niet. Wij komen hier niet voor niets. U moet nu echt mee naar boven. De uiteindelijke oplossing verrast mij, hoe zeer zij ook voor de hand ligt: Dat geeft niets, dan ga ik eerst even langs een andere cliënt en dan ben ik iets over elf weer hier. Dat spreekt mij zeer aan en zo komen we er samen uit.
Even later staat zij alweer voor de deur, maar mijn zus vertelt mij dat ik in de stoel voor de tv een uur heel vast heb geslapen. Ik kan mij daar niets van herinneren, maar voel mij wonderwel opgewekt en dan moet ik nog gaan douchen. Ook de verdere dag heb ik meer energie dan ik de laatste dagen gewend ben. Ik bel de dokter om een afspraak te maken en die kan wonderwel diezelfde middag, alsof ik nu al tot de spoedgevallen behoor. De dokter die komt is de vervanger van mijn eigen huisarts, maar hij is heel goed, we hebben een lang en informatief gesprek en hij kan zich net als iedereen ook enorm opwinden over de afsluitingen op de A10. Ik geloof niet dat veel mensen daar deze zomer veel plezier van gaan hebben en het duurt nog tot een onbegrijpelijke 9 september. Dan toch maar liever naar Parijs, waar het naar verluid heel rustig is.
Tegen het einde van de middag gaan we nog even iets drinken met mijn schoonmoeder en zo wordt deze mooie dag toch op een passende manier afgesloten. Wel zijn er een aantal zaken waar ik volgens de arts in de komende tijd over zal moeten nadenken. Langzaam bereiden we ons voor.