De Nederlandse waterpolosters wisten donderdag na de halve finale op de Olympische Spelen van Parijs niet goed hoe zich moesten voelen. De laatste 24 minuten speelde de ploeg fantastisch. Maar dat was net niet genoeg om van Spanje te winnen.
Laura Aarts leunt een half uurtje na de verloren penaltyserie tegen Spanje op een hekje in de Paris La Défense Arena. De Nederlandse keeper heeft wat ondersteuning nodig om haar emoties onder woorden te kunnen brengen.
“Ik ben verward, verdrietig en boos. Maar ook trots”, zegt Aarts. “Ik voel echt een tweestrijd. Natuurlijk baal ik ontzettend dat we verloren hebben. Maar als ik terugdenk aan hoe bizar goed we hebben gespeeld na de eerste periode, dan vind ik dat echt goud waard.”
Nederland en Spanje maakten er donderdag een waterpoloklassieker van. Het uitverkochte stadion, waarin heel veel fans in het oranje zaten, kregen een wedstrijd te zien waarin alles zat.
De Spaanse vrouwen domineerden het eerste kwart en kwamen op een 6-1-voorsprong. Nederland herstelde zich en won het derde kwart met 6-1, waardoor het na 24 minuten gelijk stond.
De laatste periode was vreselijk spannend. Spanje kwam een halve minuut voor tijd op een 14-13-voorsprong, maar Brigitte Sleeking sleepte er met een fraaie treffer toch nog een penaltyserie. Uitgerekend Sleeking miste vervolgens als enige een strafworp.
“Ik denk dat dit een van de mooiste waterpolowedstrijden ooit was op de Olympische Spelen. Dat hoorde je ook aan het publiek, het was waanzinnig”, stelt Aarts. “Ik vind het een eer dat ik bij dit duel betrokken was. Ik hoop dat we de jeugd geïnspireerd hebben en dat heel veel mensen vandaag gezien hebben hoe gaaf onze sport is. Maar ik had nog liever gewonnen.”
Als de Nederlandse bondscoach Evangelos Doudesis na nog geen zes minuten waterpolo een time-out neemt, waarschuwt zijn assistent Richard van Eck hem dat hij niet té boos op zijn ploeg moet worden. Ook al staat Oranje in de herhaling van de WK-finale van vorig jaar al met 1-5 achter.
“Mijn Griekse temperament kwam daar even naar boven. Ik was supergeïrriteerd”, zegt Doudesis met een glimlach. “Maar Richard zei: ‘We hebben nog heel veel tijd.’ En daar had hij natuurlijk gelijk in. Dus dat heb ik vervolgens ook aan de meiden verteld. Vergeet de stand, focus je op de juiste dingen doen. En dan gaat het goed komen.”
Doudesis begon drie jaar geleden na de Spelen van Tokio als bondscoach van de waterpolosters. Sindsdien heeft de Griek zijn ploeg vooral voorbereid voor de momenten dat het níét goed gaat. De wedstrijden waarin er tegenslagen zijn, de verdediging niet functioneert of alle schoten op de paal of net naast gaan.
“We trainen daar echt op. Dat als alles misgaat, we alsnog kunnen presteren”, zegt aanvoerder Sabrina van der Sloot. “Aan het eind van heel zware trainingen, als iedereen er al af ligt, zeggen we tegen elkaar: nu gaan we er nog een tandje bij doen. Die aanpak maakt ons een heel veerkrachtige ploeg. We blijven altijd geloven in onszelf, ook na een slechte start.”
Aarts: “Je ziet dat ons team echt een collectief is. We blijven vechten, nog meer voor elkaar dan voor onszelf. Aan dat proces hebben we de afgelopen jaren keihard gewerkt. En dat zag je vandaag terug. We bleven één muur. Ook na een achterstand van vijf treffers.”