Alsof de naam Vegter voor een jongen al niet stoer genoeg is krijgt mijn vader op jonge leeftijd reeds een bijnaam die zijn zin in het leven goed weergeeft: hij is Derk Storm. In het Grunnens zelfs Derk Sturm. In de verhalen over vroeger is hij altijd de aanjager, de jongen die maakt dat het gebeurt en die de brokken maakt. Dat heeft hem ver gebracht en het heeft hem ook in menig lastig parket gebracht. Als leider van de jeugdvereniging in Apeldoorn besluit hij om samen met alle jongens de IJssel over te zwemmen, wat niet iedereen op prijs stelt.
Ik herinner mij nog goed onze ritten in de auto naar Groningen en met name de nachtelijke ritten terug, langs de Drentse Hoofdvaart. Mijn vader rijdt als het even kan vol gas: kruissnelheid is topsnelheid en dat kan in die tijd nog makkelijk in een Renault Dauphine of een Lelijke Eend, maar toch, het is ook zijn heilig principe: topsnelheid is kruissnelheid! En als het lekker gaat dan zit hij ook vaak te zingen in de auto, het Grunnens Laid heb ik vaak gehoord en ook Er ruist langs de wolken.
Hij heeft ook vrolijker nummers op zijn repertoire en als het lekker gaat begint hij in zijn handen te klappen, met naast hem mijn moeder die hem vol afgrijzen en met de handen voor de ogen smeekt: toe nou Dirk, hou het stuur vast! Denk aan de kinderen! En daar denkt hij ook aan, want dat is zijn publiek! Zijn broers Bram en Uko zijn net zulke kwajongens als hij en dat blijven ze tot op hoge leeftijd. Ik weet nog dat oom Bram als vijftiger per se een handstand in de kamer wil maken, om daarna breed lachend op te staan. Risico is een woord wat mijn vader niet kent.
Al op tweejarige leeftijd, maakt hij in zijn enthousiasme een flinke val van de zolder en loopt daarbij een enorme bult op zijn hoofd op. Het is een gewone gebeurtenis in een jongensleven, maar het wordt een verhaal met een staart, misschien is hij daarom wel zo druk… en zo vrolijk denk ik erachteraan, want opgewekt, vrolijk en optimistisch is hij altijd gebleven. En ook wijs en filosofisch. Hij kan je altijd troosten en weer aan het lachen krijgen: een mens z’n zin is een mens z’n leven, zegt hij dan. Het is zijn motto, zijn vaandel.
En als hij traag wordt en oud en ziek en het eten hem niet meer smaakt, dan zegt hij dat het lichaam er niet meer om vraagt, terwijl hij traag een glas wijn heft: `Proost, jongeman! Liever kort maar hevig!’