Omdat ik als inmiddels ‘belegen Edammer’ zo nu en dan een verlangen heb naar het verleden, richt ik mijn ‘Vestinkie om’ graag in met medewandelaars in de categorie ‘oude Edammer’. Vanuit mijn werk als jongerencoach ligt mijn hart bij een nieuwe generatie die volgens mij ook een plek verdient in onze Stadskrant. Toen ik hoorde dat er twee jongedames in de oude kom gingen samenwonen deze zomer, het ouderlijk nest verlatend, werd mijn nieuwsgierigheid gewekt. En zo kwam ik op het idee om niet met één, maar met twee ‘jonge Edammers’ de vesting onveilig te maken.
Robbin Gedikink reageert direct enthousiast op mijn uitnodiging. De favoriete plek in Edam is zonder twijfel hun nieuwe stek aan de Nieuwehaven. Daar willen ze de wandeling beginnen. Kim vult daarbij aan dat we onze wandeling afsluiten op het Damhotelterras. Als de volle agenda’s bij elkaar worden gelegd en de datum is geprikt staan we aan de rand van diverse festiviteiten in onze gemeente: de derde week van bouwvak, Waterdag en de Kermissen. En dat gecombineerd met een fulltime baan en een opleiding is soms even afzien voor de meiden. Kim Bakker werkt als Eventmanager bij unieke horecagelegenheden in Amsterdam en Robbin werkt in de GGZ naast haar Master Klinische Psychologie. En dat nu met een huishouden er bij gaat hen vooralsnog goed af. Kim zegt hierover: “We zijn eigenlijk allebei rommelkonten, maar nu we ons eigen huis hebben zorgen we er heel erg goed voor”.
‘Vestinkie om’
Als ik bij het huisje op de Nieuwehaven arriveer staat de bovendeur open. Ik kijk naar binnen en zie een gezellig tafereel. Robbin en Kim begroeten mij hartelijk en maken zich klaar voor de wandeling. In het halletje bij de voordeur staan de spullen klaar voor de Waterdagverkoop. In het raam hangt een bordje om aan te geven dat de plek bezet is door bewoners. We lopen via de Nieuwehaven richting de Kettingbrug om van daaruit de vesting op te lopen. Ik vraag ze of ze wel eens tijd hebben om een ‘Vestinkie om’ te gaan. Maar dat komt er nu niet meer zo van. Robbin vertelt: “Ik heb het wel een tijd met mijn vader gelopen en ik ben regelmatig op pad met mijn hond, maar dan loop ik ook graag richting de Zeevangszeedijk”. Kim vult aan: “In coronatijd hebben we wel regelmatig met onze vrienden een ‘Vestinkie om’ gedaan. Je moest toch wat in die tijd”. Robbin herinnert dat zich, ondanks alles, toch als een fijne periode. De creativiteit om met elkaar op gepaste wijze leuke dingen te doen vierde toen hoogtij en sindsdien is hun vriendengroep nog hechter geworden.
Als we de Noordervesting opgaan krijgen we gezelschap van een medewandelaar. Het is een bekende van de dames die een stukje meeloopt. Dat komt vaker voor bij Edammers onder elkaar. Kim legt uit dat het gesprek ging over een festival dat ze hebben overgeslagen. “In plaats daarvan belandden we bij ons voor de deur met een karaf Sangria in de zon. En steeds meer mensen voegden zich bij ons waardoor het een spontaan gezellig samenzijn werd. Leuker dan het festival!” En zo gebeurt het wel vaker dat het huis van Kim en Robbin een punt van samenkomst is voor vrienden en vriendinnen.
‘Ons kent ons’
Robbin weet zeker dat ze nooit meer weg wil uit Edam: “Ik wil mijn kinderen net zo’n leuke jeugd geven als ik hier in Edam heb gehad”. Daarbij denkt ze aan de geborgenheid die ze heeft ervaren. “Je kunt hier bij wijze van spreken de fiets nog van het slot laten”, zegt Robbin. Kim vindt het een fijn idee om nog steeds bij haar ouders binnen te kunnen vallen voor een bakkie. “Ook al gebeurt het niet zo vaak als ik zou willen, het idee is fijn!” Mocht zij ooit Edam moeten verlaten, dan wil ze wel binnen een half uur weer terug kunnen zijn. Het ‘ons kent ons’ gevoel herkennen ze allebei heel sterk. Een soort van sociale controle, maar op een prettige manier. Ze ervaren bijna dagelijks het gevoel om vanuit Amsterdam weer thuis te komen. “Als je dan zo via het Schouw weer tussen de weilanden rijdt, weet je dat je weer bijna thuis bent”, zegt Kim.
‘l’histoire se répète’
Met de eindbestemming in zicht hebben we flink de pas er in. Als we de Zuidervesting verlaten en de eendenvijver passeren neemt Robbin, die aan mijn linkerzijde loopt, bijna de afslag naar links voor een sluiproute richting de Baanstraat. “Oeps, het Damhotelterras lonkte al”, zegt Robbin terwijl Kim en ik in de lach schieten. Toch lopen we braaf de hele vesting rond en als we weer bij de Kettingbrug zijn aangekomen lopen we in één rechte lijn via de Voorhaven zo op ons einddoel af. We nemen plaats onder het Lancester en Kim bestelt resoluut drie Aperols. We proosten op de festiviteiten die voor de deur staan. En ik realiseer met dat de jonge Edammer niet veel afwijkt van de belegen of de oude. Want: l’histoire se répète: Santé!
