Vandaag is zo’n dag waarop alles anders is. Ik zou naar het ziekenhuis gaan, maar het hoeft niet. De drains zouden worden ververst, maar dat gaat niet door. In plaats daarvan worden ze morgen verwijderd en om ze nou een dag voor verwijdering nog weer te verversen, dat leek niemand een goed idee. Niemand belde om dit goede idee aan mij door te geven, dus heb ik het ziekenhuis gebeld om het goede idee aan hen door te geven. Alles kan namelijk ook altijd andersom.
Vandaag zou je dus mijn vrije dag kunnen noemen, ware het niet dat ik in principe elke dag vrij ben en elke dag druk ben met ziekenhuisbezoek en het ontvangen van bezoek. Gisteren is bijvoorbeeld Erwin de Jonge, jeugdvriend uit Rotterdam, op bezoek geweest. Het is ongelofelijk hoe gemakkelijk het is om terug te denken aan de jaren die ik met hem doorbracht aan de pedagogische academie, alsof het gisteren was zie ik zo nog de ene leraar na de andere leraar voor de klas staan. Allemaal nog voor de militaire diensttijd en de kibboets. Zo gaat alles voorbij als een emmer water die je uitgiet tot aan de laatste druppel. In werkelijkheid duurde het allemaal veel langer.
Zondag is Erik Marsman overleden. Ik zag hem een beetje als mijn voorganger, maar nu sta ik zelf dus vooraan in de rij. Al weet je nooit hoe het lot zich uiteindelijk zal voltrekken en welke mysterieuze ommetjes de dood nog zal maken, voordat hij hier is. Ik heb hem gezegd dat hij zich niet hoeft te haasten voordat hij hier aanbelt, want dat we nog genoeg te doen hebben. Of zou hij net als iedereen gewoon achterom komen?
Als-tie dat maar uit z’n hoofd laat, want zo goed kennen we hem ook weer niet en het moet toch een klein beetje opgeruimd zijn voor dat je zo’n sinistere figuur binnenlaat. Laat-ie maar netjes op z’n beurt wachten, al is is-tie dat volgens mij niet gewend. Heeft de dood eigenlijk het eeuwige leven? Ik bedoel, gaat-ie er ooit een keer mee kappen? We gaan het zien. Ik denk het eerlijk gezegd niet, maar wat voor aardigheid heeft-ie eraan? Daar zou ik wel eens met hem over willen praten, want mij lijkt het een baantje van niks. Zo geeft iedereen zijn eigen invulling aan het bestaan.