Met de brief van 11 april 2024 informeerde het dagelijks bestuur van de Vervoerregio u over het besluit om aan EBS twee boetes op te leggen: een boete voor de tekortkomingen tijdens de implementatie en een boete voor de hoge rituitval gedurende de eerste maand van uitvoering van de concessie Zaanstreek-Waterland. Het totaal aan opgelegde boetes bedroeg 2,2 miljoen euro.
Met haar brief van 22 mei, aangevuld op 19 juni, maakte EBS bezwaar tegen dit besluit. Het dagelijks bestuur heeft de vaste Adviescommissie voor de bezwaarschriften (Commissie) verzocht over dit bezwaar advies uit te brengen, met een volledige heroverweging van het besluit. Hiertoe heeft de Commissie op 5 september een hoorzitting gehouden. Vervolgens heeft de Commissie op 18 september haar advies uitgebracht.
In haar – zeer uitgebreide – advies geeft de Commissie aan dat een boete van 2,2 miljoen euro hoog is en dat een dergelijke boete de bedrijfsvoering van EBS onder druk kan zetten, in ieder geval in 2024. Aan de andere kant is er sprake van ernstige en forse tekortkomingen: op 10 december 2023 bleek EBS niet in staat waar te maken wat zij had beloofd. Dit wordt nog eens bevestigd door de forse rituitval gedurende de eerste maand van uitvoering. Van een naadloze overgang naar een nieuwe concessie is zeker geen sprake geweest. Reizigers hebben (ernstige) overlast ondervonden.
Uiteindelijk concludeert de Commissie dat het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam, als bevoegd bestuursorgaan, bij afweging van alle betrokkenen belangen, in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen. Ten aanzien van het bezwaar van EBS adviseert de Commissie het dagelijks bestuur daarom EBS in haar bezwaar te ontvangen en de bezwaren ongegrond te verklaren.
In de vergadering van 24 oktober 2024 heeft het dagelijks bestuur dit advies overgenomen. Dit betekent dat de boetes voor de tekortkomingen tijdens de implementatie en voor de hoge rituitval gedurende de eerste maand van uitvoering onverkort blijven staan. Over dit besluit is EBS inmiddels geïnformeerd.
Mocht EBS het niet eens zijn met het besluit van het dagelijks bestuur, dan kan zij nog beroep instellen bij de bestuursrechter, in dit geval het CBb, het College van Beroep voor het bedrijfsleven. De termijn voor het indienen van het beroep bedraagt zes weken.
Zoals eerder met u gecommuniceerd, wil het dagelijks bestuur de boetes ten goede laten komen aan de reizigers in Zaanstreek-Waterland. Immers, die reizigers hebben daadwerkelijk overlast ondervonden van het onvoldoende presteren van EBS.