Vragen van de fractie van WaterlandNatuurlijk aan het college van burgemeester en wethouders (ingezonden op 27 november 2024) en beantwoording daarvan door het college van burgemeester en wethouders in cursief.
Aanleiding
Op 26 november is een gewijzigde motie onder nummer 36600-J-18 in de Tweede Kamer aangenomen. Deze motie strekt er toe om water robuuste woningbouw en ‘drijvend wonen’ niet uit te sluiten maar mogelijk te maken. Naar aanleiding van deze aangenomen motie heeft de fractie van de Lokale partij WaterlandNatuurlijk de volgende vragen.
Vraag 1
Tijdens de presentatie aan de raad van Waterland van het woningbouwproject Nieuw Monnickendam (NIMO) d.d. 21 november 2024 is er gesproken over contact met het ministerie VRO. Er zou een uitnodiging van minister Madlener zijn om het plan NIMO toe te lichten. Is de wethouder voornemens om op korte termijn, op deze uitnodiging in te gaan? Zo niet, waarom niet?
Antwoord 1
Op 19 november jl. hebben wij kennisgenomen van een artikel (bron: H2O Waternetwerk news) waarin is aangegeven dat de Minister van Infrastructuur en Waterstaat ruimte ziet voor een woningbouw-ontwikkeling op de locatie Nieuw Monnickendam. Op 19 november hebben wij per e-mail geïnformeerd of het ministerie bekend is met de berichtgeving en deze kan verifiëren. Daarbij is tevens gevraagd of de gemeente schriftelijk wordt geïnformeerd ten aanzien van het gewijzigde standpunt van het Rijk ten aanzien van het project zoals geformuleerd in de brief van 4 juli jl. (zie bijlage). Deze vraag is uitgezet bij het ministerie en hierop zijn wij in afwachting van een reactie. Tevens gesteund door de motie (genoemd in vraag 3) in de Tweede Kamer zien wij hernieuwde kansen voor het project. Om voornoemde redenen is direct aangegeven dat de gemeente open staat voor een gesprek waarbij kan worden besproken onder welke randvoorwaarden het Rijk wel positief tegenover een woningbouwontwikkeling staat op de locatie. Dit gesprek voeren wij bij voorkeur samen met de initiatiefnemer. Het college is voornemens in januari schriftelijk een verzoek in te dienen voor een dergelijk gesprek met het Rijk. Daaraan voorafgaand organiseren wij een overleg met de initiatiefnemer.
Vraag 2
Onze informatie is dat er meerdere malen van uit het ministerie is geprobeerd contact te leggen. De wethouder gaf ook toe dat er contact is geweest. Waarom is er niet al op de uitnodiging ingegaan?
Antwoord 2
Op 31 oktober jl. hebben wij per e-mail een uitnodiging ontvangen van het ministerie van VROM voor een telefonische afspraak met betrekking tot het project Nieuw Monnickendam. Op 5 november jl. is er een afspraak gepland. Op 18 november jl. heeft er een telefonisch gesprek plaatsgevonden waarbij ons erop is gewezen dat er, ten behoeve van Nieuw Monnickendam, een gewijzigde interpretatie van de beleidslijn ten aanzien van water en bodem sturend bouwen is. Eerdere uitnodigingen zijn ons niet bekend.
Vraag 3
Gaat het college, met de steun van de aangenomen motie in de Tweede Kamer in de rug, nog deze maand de afwijzingsbrief van de ministeries van VRO en I&W (d.d. 4 juli 2024) beantwoorden, conform de verwachte wens van het ministerie van VRO? Is het college bereid dat te doen in overleg met de initiatiefnemers?
Antwoord 3
Zie antwoord op vraag 1.
Vraag 4
Het college heeft al in een eerder stadium aangegeven het woningbouwproject NIMO in 2025 te initiëren. Het is opgenomen in het Meerjaren Woningbouw Programma.
Kan de wethouder toezeggen het woningbouwproject NIMO met voorrang (in januari 2025) in overleg met de initiatiefnemers op te pakken gezien de kansen die zich nu voor doen?
Antwoord 4
Ja, zie antwoord 1. Aanvullend is van belang op te merken dat in de brief van 4 juli jl. het project conform de uitgangspunten van het voormalige kabinet is afgewezen om meerdere redenen. De afwijzing zag niet enkel op beleid rondom water en bodem sturend bouwen, waar onder het nieuwe kabinet een ander standpunt hierover is ingenomen. Het Rijk heeft ook aangegeven dat het project niet past binnen de huidige regelgeving en afspraken rond erfpacht en buitendijks bouwen. Dit is ook een belangrijk aspect ten aanzien van de kans van slagen van het project. Ten aanzien van dit onderwerp hebben wij ook behoefte aan de randvoorwaarden vanuit het Rijk en welke worden gesteund op basis van de hernieuwde uitgangs-punten van het nieuwe kabinet om toch medewerking te kunnen verlenen aan het plan. Op basis hiervan krijgen we een beter beeld van de stappen die moeten worden genomen en welk proces hierbij past. Wij gaan de initiatiefnemer betrekken bij het overleg met het Rijk.
Vraag 5
Is het college bereid ambtelijke ondersteuning bij de provincie te vragen, mocht de capaciteit bij de gemeente niet afdoende zijn?
Antwoord 5
Indien het ontbreekt aan voldoende ambtelijke capaciteit gaan wij in overleg met de provincie onder welke voorwaarden zij kunnen voorzien in de behoefte om het project verder te brengen. Daar hoort ook ambtelijke ondersteuning bij. Daarvoor moet er zicht zijn op een haalbaar project binnen de randvoorwaarden en kaders die het Rijk geeft.