Coach Chris van Kampen laat weten na drie jaar te willen stoppen. Te druk met werk, maar ook basketbal-gerelateerde omstandigheden spelen een rol. Zoals het besluit van de basketbalbond om de competitie met een maand te verkorten, om met het nationale drie-tegen-drie-team op stap te kunnen gaan.
Daarbij speelt ook nog iets anders: vroeger waren de Lions de meest professionele organisatie in de vrouweneredivisie, maar tegenwoordig zijn de omstandigheden minder riant. Een coach bij de Lions moet veel zelf regelen.
Amateurbasis
Tine Nat is voorzitter van de Stichting Topsport Basketbal Landsmeer, waarin het vrouwenteam is ondergebracht. Ze spreekt Van Kampen niet tegen. ‘Tegenwoordig werkt iedereen bij ons inderdaad op amateurbasis, zowel de speelsters als de vrijwilligers rond het team.
“We hebben in TopKip een goede sponsor, maar geen enorme pot met geld waarmee we professioneel kunnen werken. En de speelsters hebben drukke banen of zware studies, we kunnen bijvoorbeeld niet meer dan drie keer per week trainen.”
Nat bedrukt dat dit voor de meeste teams in de vrouwen-eredivisie geldt. “Behalve bij landskampioen Grasshoppers. Daar hebben ze vier speelsters die door de basketbalbond betaald worden, omdat ze in het nationale team spelen. Zij trainen dus elke dag. Je kunt je afvragen hoe eerlijk dat is.”
Zoektocht
Een opvolger voor Van Kampen is nog niet gevonden, zegt Tine Nat. De zoektocht valt volgens haar ook niet mee. “Het definitieve besluit van Chris kwam in een laat stadium. Veel coaches hebben zich al verbonden aan een club.”
Daarnaast moeten de Lions ook opvolgsters vinden voor twee vertrekkende topspeelsters. Mia Lieverst en Milou van Vliet vertrekken beide naar de Verenigde Staten, om daar in het college-basketbal te gaan spelen. Tine Nat: “Dat is ook lastig, want we zitten met een kip-of-ei-probleem. Speelsters willen graag weten wie de coach wordt en coaches willen graag weten hoe hun team eruitziet.”
Lichtpunt is dat de rest van het team heeft aangegeven in principe te blijven. In het team zit veel ervaring en genoeg talent om in elk geval goed mee te kunnen draaien. ‘Het belangrijkste is dat speelsters en coach goed met elkaar kunnen opschieten.’