Ik heb genoten van Dave van Aken’s bijdrage in de Stadskrant van week 23. ‘Lege woorden voor een lege binnenstad.’ Wat een glasheldere analyse Op die uitnodiging tot meeschrijven ga ik graag in. Het klopt: de bestuurlijke gemeenplaatsen zijn niet van de lucht en staan in schril contrast tot welk willekeurig bestemmingsplan ooit, waar men alleen al 72 punten nodig heeft om een bouwkundig object te definiëren.
Alles op het gebied van ruimtelijke ordening en bestemming is tot op vier plaatsen achter de komma dichtgetimmerd, maar dat betekent dat de Wethouder ook niet veel keus heeft en ook nog eens voor een deel afhankelijk is van zijn ambtenaren. Dus, ‘don’t shoot the messenger!’
Wat betreft die akelige winkelleegstand: is dat geen signaal van de markt dat er, mede als gevolg van felle concurrentie op het internet, en van grootwinkelbedrijven, alleen nog plaats is voor winkels die zich onderscheiden, zoals de Leuke Keuken dat 20 jaar heeft kunnen doen? Maar de huidige vraagprijzen, voor dit onroerend goed, lijken een rendabele exploitatie te verhinderen en dat is natuurlijk niet de schuld van de gemeente.
En dat is de keiharde realiteit! Op dit moment vinden we op Funda in business voor de Oude Kom Edam 7 ruimtes die als winkel worden aangeboden. Voor de Oude Kom van Volendam is dat zelfs 9 ruimtes. Dream on zou ik zeggen, als het gaat om het openen van een nieuwe winkel in de Oude Kom! Daar komt bij het risico van een recessie, mede in verband met een uiterst onzekere geopolitieke situatie. Wie begint er dan nog een winkel?
Dus is het reëel om bij winkelpandjes transformatie tot verblijfsruimte toe te staan, of dat nu permanent wonen is, short stay, of B&B, dat zou moeten worden overgelaten aan de nieuwe eigenaren, anders staan die pandjes over twee jaar nòg leeg. En ja, dat verandert inderdaad de atmosfeer van het stadje. Ik hoor mensen al zeggen, ‘maar dan moeten er meer parkeerplaatsen komen’. Maar waar zijn al die rode verbodsbordjes voor die garagedeuren toch voor? Oh ja, je mag niet voor de deur van de garage parkeren. Als dat verblijfsruimte wordt, komt er weliswaar geen ruimte vrij als de ruimte werkelijk als garage werd gebruikt, maar wanneer er sprake is van een werkplaatsje komt er wèl een parkeerplaats vrij. Dus dat hoeft geen belemmering te zijn.
Over die sfeer in de Oude Kom: maar is die sfeer dan écht afhankelijk van het openblijven van winkels?
Is de schoonheid van het stadje en de vriendelijke kleinschalige atmosfeer dan niet genoeg? Er is ook redelijk wat Horeca. Wèl snap ik dat die kleine zelfstandigen op hun hun beurt het verenigingsleven en met hun advertenties de Stadskrant ondersteunen. Maar als ondernemers ergens geen brood in zien, hebben ze meestal gelijk en je kunt ze ook niet dwingen.
Maar nu iets anders: ik meen in Oud Edam een groot potentieel te zien aan bedrijfsruimtes zoals garages of werkplaatsen die benut kunnen worden om personen te herbergen (of dat nu recreatie, short stay, of woonruimte is). Een goed voorbeeld is de Breestraat, tegenover de Kapsalon en naast de Thai massage (zie foto). Maar ook de Beestenmarkststeeg.
Natuurlijk hebben we een beschermd stadsgezicht, maar wat is hier mooi aan? Ja, recht daar tegenover is het prachtig, maar stel dat je hier een verblijfsruimte van maakt in welke vorm dan ook (dat hangt natuurlijk ook af van het formaat), dan vergroot je de economische basis van de Oude Kom en je verfraait het uiterlijk.
Vanzelfsprekend is een dergelijk initiatief volstrekt aan de eigenaren in Oud Edam en Oud Volendam, mochten ze überhaupt geïnteresseerd zijn in een dergelijke bestemmingswijziging. Dat betekent natuurlijk ook, dat als een winkelruimte langer dan een half jaar leeg staat, de gemeente toestemming zou moeten geven voor een verandering tot verblijfsruimte: toeristisch, short stay of permanent.
Dat lijkt me de enige manier om een ‘economisch en samenhangend beleid dat ruimte biedt aan initiatieven’ om met de Wethouder te spreken, feitelijk uit te voeren, want als je geen ondernemers meer vindt die trek hebben in het grote economische avontuur dat we ‘winkel’ noemen, is het te gek voor woorden om niet in te spelen op deze drie wezenlijk bestaande behoeftes die wèl een economische basis hebben.
Joop Klinkhamer