We zijn terug! Met nieuwe en oude momenten, kleine herkenningen, en een vleugje nostalgie. Twee zussen uit Volendam. Gudy schrijft, Angelique schildert.
Vorig jaar eind augustus schreef ik over naaktslakken, waarschijnlijk omdat je die in deze tijd van het jaar veel tegenkomt en omdat ik toen, net als nu, weinig inspiratie had voor mijn wekelijkse column. Ik filosofeerde wat over het nut van die glibberige beestjes, waarom ze geen huisje hadden en nog meer van dat soort flauwekul totdat ik warempel vijfhonderdenvierendertig woorden getikt had en het toch nog een leuk stukje was geworden.
Tijdens onze vakantie had ik met mijn zwager een discussie over waartoe prikmuggen op aarde zijn. Het schijnt een uitzonderlijk goede zomer voor hen geweest te zijn, want ze waren met héél veel en overal op de camping zag je mensen lopen met een variant van de Middeleeuwse pokken, bij sommige liep zelfs de pus er uit. Ook ik werd druk bezocht en krabde me ’s nachts een ongeluk in knieholten, op enkels en tussen vingers en tenen. Daar is het vel lekker dun en zijn die vampierhufters snel klaar.
Ik heb ooit ergens gelezen dat alle dieren op de wereld, van nietige bacterie tot enorme olifant, een functie hebben in de fauna, net zoals alle bomen, bloemen en planten die hebben in de flora. Of liever gezegd: bestaansrecht, want de natuur zit zo allemachtig mooi in elkaar. Alles leeft en sterft, doodt en wordt gedood en opgevreten. Alles wordt vanzelf opgeruimd, tot het laatste verdroogde blad, de laatste verschimmelde kruimel.
Oké, na lang over en weer gepraat waren we het er over eens dat zelfs prikmuggen en wespen reden tot bestaan hebben, maar vroegen we ons tegelijkertijd af waarom het voortbestaan van deze twee insectensoorten altijd gepaard moet gaan met zoveel bloed, bulten en ander ongemak. Waarom doet die steek van een wesp zo verdomd zeer en wat levert het hem nu eigenlijk op? Waarom kan een mug niet gewoon snel en pijnloos steken, even bloed zuigen en dan weer klaar. Van mij mogen die muggen gerust een beetje bloed aftappen, heb genoeg van dat spul in mijn lijf, zeker nu bij mij ‘de rode vlag niet meer uithangt’ of dat ik geen ‘opoe’ meer heb, ‘ongesteld’ ben of zoals in ons dialect ‘de rommel heb’. Maar nu begeef ik me ineens op een heel ander terrein, van prikmug tot menstruatietaboes, hoe verzin ik het!
Toen ik vanmorgen met een ragebol de spinnen van de buitenboel schudde (ik trap ze trouwens niet dood, maar geef ze nog een kans een veilig heenkomen te vinden), belandde een soort van wesp per ongeluk in het web dat een spin tussen de stokrozen had gespannen. Ik liet mijn spons in de emmer vallen en keek ademloos toe hoe de veel kleinere spin de wespachtige razendsnel omwikkelde met de draden waarmee hij ook zijn web-art maakt. Jeetje, hij gaat die wesp straks gewoon opeten, realiseerde ik me. Zoveel moeite, zoveel geduld en nu kreeg hij dankzij mijn ramenlapperij een koningsmaal zomaar in zijn web geworpen.
Later die dag maken mijn man en ik een wandeling door de weilanden naar de dijk. We zien hoe een boerenjongen op een gemotoriseerd karretje naar een groepje jonge koeien rijdt. Ze wachten hem nieuwsgierig op en huppelen hem vrolijk achterna wanneer hij weer omdraait naar het hek waar een grote tractor met veewagen klaarstaat. Geen flauw idee wat ze te wachten staat. Een beetje bedrukt lopen we weer verder en gaan aan de kant wanneer de tractor met pinken ons inhaalt.