Langs de Noord-Hollandse Markermeerkust, zien we op verschillende plekken mogelijkheden voor de verbetering van waterkwaliteit. Dat kan bijvoorbeeld door meer geleidelijke overgangen van water naar land te maken als leefgebied voor vissen, kleine waterdieren, vogels en planten.
Ook kijken we naar de verbinding van leefgebieden achter de dijken. Daarbij houden we oog voor de cultuurhistorische waarden die er al zijn langs deze Markermeerkust.
Waarom we dit doen
De Markermeerkust had ten tijde van de Zuiderzee al harde (zee)dijken. Dat is zo gebleven na de grote waterstaatkundige ingrepen, die Nederland veiliger en welvarend hebben gemaakt. Na de aanleg van de Afsluitdijk, de Flevopolder en de Markerwaarddijk (Houtribdijk) ontstond het Markermeer.
Langs een groot deel van de Markermeerkust is dus sprake van een harde overgang tussen het meer, de binnenwateren en het achterland. Leefgebied ging hierdoor verloren en veel wateren staan niet meer met elkaar in verbinding.
De ingrepen hebben bovendien de stroming van water en het bezinken van sediment veranderd. Plant- en diersoorten missen daardoor passend leefgebied. Ook zijn de mogelijkheden voor vistrek beperkt. Dit zorgt voor minder diversiteit in soorten en dat maakt het watersysteem kwetsbaar.
Kansen voor verbeteren waterkwaliteit
In het project Noord-Hollandse Markermeerkust kijken we naar de mogelijkheden om het ecosysteem te versterken, door leefgebieden voor vogels en vissen te verbeteren of aan te leggen. Dat doen we door:
- Het maken van natuurlijke oeverleefgebieden; het zorgen voor meer geleidelijke overgangen van water naar land, met zones met ondiep en helder water en overgangen in waterdiepten. Daarbij letten we er op dat ook visserij en recreatie plaats kan vinden en houden we vaarroutes vrij.
- Het verbinden van het Markermeer met binnendijks water, zoals de boezem en in (kleine) sloten.
- Het land achter de dijk (achterland) verbeteren als leefgebied voor vissen en vogels