De rode draad uit de sessies met de gemeenteraden is dat er is bij de meeste regiogemeenten belangstelling is voor deelname in de regionale aanpak deelmobiliteit. Alle gemeenten onderschrijven dat deelmobiliteit regionaal georganiseerd moet worden om succesvol te zijn. Gemeenten zien deelmobiliteit als een kans, vooral als een aanvulling op openbaar vervoer (first- en last mile oplossing), in het kader van duurzaamheid (het is een duurzame reisoptie) en ander ruimtegebruik zowel in de bestaande stad als ook bij gebiedsontwikkelingen (minder eigen autobezit dus meer ruimte voor iets anders).
Maar er zijn ook vragen en zorgen. Over de uitvoerbaarheid van de aanpak door de gemeenten (capaciteit en kennis) en over hoe de aanpak lokaal ook goed passend te maken is. Gemeenten willen maatwerk en duidelijke kaders, maar geen opgelegd systeem (‘niets moet, alles mag’). De Vervoerregio neemt de opmerkingen en inzichten mee in de verdere uitwerking van de regionale aanpak deelmobiliteit.
Samenvatting van de gegeven input
Doelgroepen en lokale verschillen
- Er is een grote variatie in de regio, onder anderen in type gebieden, en daarmee ook in potentie en behoefte.
- Hoog autobezit (2e/3e auto) en vergrijzing spelen een rol bij kansen voor deelmobiliteit.
- In met name kleinere gemeenten is eigen bezit van auto(‘s), fiets(en) en scooter de norm en er zijn zorgen of deelmobiliteit daar echt werkt.
- Er is nog geen goed inzicht in lokale doelgroepen of gebruikspatronen – gemeenten vragen om lokaal onderzoek en pilots.
Deelauto’s / buurtauto ’s
- Buurtauto’s worden relatief positief ontvangen, vooral als ze coöperatief worden georganiseerd.
- Gemeenten vragen hoe ze het gebruik van deelauto’s kunnen stimuleren en hoe de Vervoerregio hierbij ondersteunt (financiële bijdrage, procesbegeleiding, gedragsinterventies).
- Er is vraag naar duidelijke beleidskoppeling: hoe kan de regionale aanpak deelmobiliteit bijvoorbeeld helpen om parkeernormen te verlagen en speelruimte/groen te vergroten?
Deelfietsen en deelscooters (micromobiliteit)
- Voor deelfietsen is er interesse in veel gemeenten, vooral bij stations en bushaltes (first/last mile).
- Er zijn ook zorgen, met name over zwerffietsen en ruimtegebruik.
- Gemeenten vragen om duidelijke infrastructuureisen (hubs, vakken, laadinfrastructuur).
- Scooters roepen veel vragen op over veiligheid, handhaving en of ze echt iets toevoegen voor de reiziger.
- Sommige gemeenten pleiten voor een duidelijk onderscheid tussen deelfiets en deelscooter.
Beleid en regelgeving
- Gemeenten hebben vragen over:
- Wat moet er precies worden aangepast in de APV?
- Hoe verhoudt gemeentelijke handhaving zich tot aanbieder-sancties of -acties?
- Wat als een aanbieder failliet gaat?
- Er is behoefte aan:
- Uniforme voorbeeldverordeningen.
- Flexibele contracten (4-5 jaar) met ook een optie tot uitstappen gedurende het contract.
- Duidelijkheid over wie waarvoor verantwoordelijk is (handhaving, klachten, tarieven, etc.).
Financiën en businesscase
- Gemeenten vragen naar inzicht in de kosten en investeringen voor de gemeente. Ook naar kosten voor de gebruiker. Zijn deze vergelijkbaar met ov? Helpt subsidie om de gebruikersprijs aantrekkelijk te maken?
- De haalbaarheid van een businesscase voor aanbieders in kleinere gemeenten is meerdere keren aan de orde gekomen.
- Er is een zorg over stijgende prijzen gedurende een contract voor het gebruik van bijvoorbeeld een deelscooter.
- Er zijn vragen gesteld over het verdwijnen van concurrentie in de markt door het contract.
- Leidt dit tot marktverstoringen?
- En hoe heeft dit invloed op de regionale aanpak?
Samenhang met beleid en ruimtegebruik
Deelmobiliteit raakt andere beleidsdomeinen zoals ruimtelijke ordening (nieuwbouwplannen en parkeernormen), toerisme en recreatie (Twiske, strand, buitengebieden) en gezondheid, leefomgeving en vergroening. Hoe is de samenhang hiertussen gewaarborgd in de regionale aanpak deelmobiliteit? Gemeenten vragen om een integrale benadering en ondersteuning bij beleidsharmonisatie.
Monitoring, data en effect
- Gemeenten willen graag een onderbouwing bij het effect van deelmobiliteit op:
- Vermindering van autoverkeer
- Vervanging van OV-ritten
- Ruimtebeslag/parkeervraag
- De Vervoerregio wil de monitoring van de aanpak goed inrichten. Huidige cijfers zijn er beperkt, ook vanuit de meeste gemeenten, en niet regionaal beschikbaar. Aanbieders beschikken wél over data en de vraag is dan ook om relevante data te delen.
Communicatie, eigenaarschap en beeldvorming
- Belangrijk is dat gemeenten het gevoel hebben aan het stuur te zitten.
- Er is behoefte aan:
- Heldere uitleg over het “waarom” van deelmobiliteit (probleemdefinitie).
- Duidelijke positionering: deelmobiliteit als aanvulling op OV, geen vervanging.
- Positieve voorbeelden, best practices, en bruikbare praktijkverhalen.
Aanbevelingen
- Gemeenten zien potentie in coöperatieve buurtinitiatieven, zeker met ondersteuning van de VRA, en zijn de moeite waard om verder te onderzoeken.
- Een heldere afbakening van rollen, verantwoordelijkheden en flexibiliteit is nodig.
- De rol van Amsterdam in de regionale aanpak (zonder Amsterdam lukt het niet) wordt begrepen, maar voorkom te veel focus op Amsterdam. Benadruk de regionale samenwerking
Waar gemeenten behoefte aan hebben:
- Praktische ondersteuning en voorbeeld-APV’s.
- De mogelijkheid voor lokaal maatwerk en informatie over verschillende doelgroepen.
- Helderheid over kosten.
- Een begrijpelijk werkend monitoringsplan voor verantwoording en om het effect van de aanpak te kunnen aantonen.