Faris Haroun behoeft allang geen introductie meer op de Bosuil en het grote publiek heeft ondertussen ook kennisgemaakt met Stef Wils. Maar wie is de derde man in de dug-out van de Great Old? De Nederlandse T3 Robert Molenaar (56) zorgt voor een pak ervaring, maakte destijds als Premier League-speler een vliegtuigcrash mee en draagt de bijnaam ‘Terminator’. Een portret.
Antwerp zocht en vond eind juni een ervaren profiel naast hoofdcoach Stef Wils (43) en T2 Faris Haroun (39). Zijn naam? Robert Molenaar, een 56-jarige Nederlander die zijn sporen heeft verdiend in eigen land en over het Kanaal. Als speler maakte hij naam bij Volendam en Leeds, dat rond de eeuwwisseling hoge toppen scheerde in de Premier League. Als hoofdtrainer stond hij aan het roer bij clubs als Volendam, Almere, Roda JC en NAC Breda. In zijn laatste job was hij assistent van Kees van Wonderen bij Schalke 04. Aan ervaring geen gebrek dus.
Structuur
“Ik weet niet of het voelt alsof ik veel ervaring heb”, vertelde een bescheiden Molenaar aan de clubkanalen van NAC Breda bij zijn voorstelling in 2022. “Soms wel, als je ziet hoe het gegaan is bij meerdere clubs. Wat voor type trainer ik ben? Gestructureerd, grondig. Ik sta open voor allerlei noviteiten, maar bovenal wil ik duidelijk zijn naar de spelers toe.”
Molenaar is eerder een ingetogen maar warm type, laten we ons vertellen. Als je met hem praat, merk je dat hij al wel wat gezien heeft in zijn trainerscarrière. Dat kan Harm van Veldhoven, nu voorzitter van Lommel SK maar destijds sportief verantwoordelijke bij Roda JC, bevestigen. Van Veldhoven stelde Molenaar in 2017 in Kerkrade aan als T1. “Toen ik hem voor het eerst bij me thuis uitnodigde, voelde ik meteen dat je van Robert een echte vriend kon maken. De Russische investeerder van de club was opgepakt in Dubai, dus we zaten in een moeilijke situatie. Maar Robert triggerde ons en het ging eigenlijk heel goed. Toch degradeerden we onverwacht.”
Structuur, aandacht voor detail, volharding in zijn voetbalprincipes. Zo vat Van Veldhoven Molenaar samen. “Robert gaat niet zomaar zeggen: ‘Dit is de basiself, goed druk zetten en dan komt het wel goed’. Nee, hij ging er dieper op in. Op dat vlak zag je dat hij misschien nog meer is weggelegd voor de rol van assistent dan die van hoofdcoach, omdat je als hoofdcoach soms de dingen even moet loslaten om rust te creëren. Dat bedoel ik niet oneerbiedig. Maar niet elke speler pikt zomaar meteen alles op en daar keek Robert soms wel van op. In het trainerswereldje geniet hij respect. Toen ik las dat Antwerp hem haalde als assistent, dacht ik: ‘Goed ingevuld’.”
Terminator
Als speler verdiepte Molenaar zich al in het trainersvak. “Hij heeft al enkele trainersdiploma’s, dus hij begrijpt de verschillende systemen”, was een van de argumenten van manager George Graham om centrale verdediger Molenaar in 1997 van Volendam naar Leeds te halen. In Engeland beleefde Molenaar de hoogdagen van zijn spelersloopbaan. Hij mocht er op proef bij Tottenham en Leicester en deelde bij Leeds United (van 1997 tot 2001) de kleedkamer met onder anderen Jimmy Floyd-Hasselbaink en Alfie Haaland, voordat de club in 2004 zijn neergang naar de Championship inzette.
Tijdens zijn periode in Engeland kreeg hij de bijnaam ‘Terminator’, vanwege zijn robuuste bouw en harde speelstijl. In 1998 liep Molenaar een zware kruisbandblessure op na een onzacht contact van toenmalig Arsenal-spits Nicolas Anelka. Een bewijs dat hij voor weinig terugdeinsde. Van Veldhoven: “Hij was een stevige speler en tackelde wanneer het moest. Als speler was hij in niets te vergelijken met wie hij als trainer is. Hij zou nu zelfs in vraag stellen waarom je in een bepaalde situatie een tackle doet. Hij denkt meer na.”
Zijn bijnaam heeft Molenaar na al die jaren omarmd, maar dat was ooit anders. “Vroeger had ik daar meer moeite mee, omdat een voetballer niet geassocieerd wil worden met een allesvernietiger”, vertelde hij enkele jaren geleden in The Roaring Peacock, een podcast voor en door Leeds-fans. “Ik had de arrogantie om te zeggen dat ik liever bekendstond om mijn voetballende kwaliteiten. Maar nu ben ik blij dat ik zo genoemd word.”
Vliegangst
In diezelfde podcast vertelt Molenaar overigens over een vliegtuigongeluk waarbij hij en de voltallige ploeg van Leeds betrokken waren. Na een uitwedstrijd tegen West Ham United vertrok de vlucht van de luchthaven van Stansted in Londen op 30 maart 1998 om iets na middernacht om vlak na opstijgen weer een noodlanding te moeten maken wegens motorproblemen. Door een ontploffing in de motor had die vuur gevat. “Ons eerste gedacht was een bom”, zei de piloot achteraf. En: “De hemel lichtte helemaal op door het vuur.”
“Ik zat vlak naast de motor die ontplofte”, getuigde Molenaar in de podcast. “Er brak wat paniek uit, maar het vliegtuig geraakte uiteindelijk relatief veilig aan de grond. Ik vergeet dat beeld nooit: dat vliegtuig voorovergebogen met zijn snuit tegen de grond en die staart in de lucht. Ik herinner me nog dat ik mijn jas en voetbaltas pakte en langs de linkerkant uit het vliegtuig moest geraken, want de rechterkant stond in brand. Uiteindelijk hielden we allemaal het hoofd koel. Het bracht de ploeg dichter bij elkaar. Toen ik daarna mijn vrouw belde, bleef ik ook rustig, zodat zij niet in paniek zou geraken. Ik zei gewoon dat we later zouden thuiskomen. ’s Ochtends zag ze dan op televisie wat er gebeurd was en kon ze het nauwelijks geloven. En nu heeft ze vliegangst.”
Hoe het met de vliegangst zit, weten we niet, maar een familieman is Molenaar altijd gebleven. Van Veldhoven: “In Kerkrade kwam zijn gezin – hij heeft drie kinderen – altijd kijken. Ze wonen nog steeds in Roosendaal (net over de grens ten noorden van de provincie Antwerpen, red.) geloof ik. Nu hij in Antwerpen werkt in plaats van in Duitsland is die verbinding ideaal. Hij kan nu meer contact hebben met zijn familie.”
Als Molenaar het hoofd koel kan houden in een vliegtuigbrand, zal dat ook wel lukken in de Hel van Deurne-Noord.
Topper