We zijn terug! Met nieuwe en oude momenten, kleine herkenningen, en een vleugje nostalgie. Twee zussen uit Volendam. Gudy schrijft, Angelique schildert.
We waren een weekend weg met het sleurhutje. Gewoon omdat het mooi weer was, de kermis niet doorging en we maar één keer leven, zoals veel mensen zo stellig durven beweren. Zelf vermoed ik zomaar dat we na onze dood nog wel eens terugkomen op een of andere plek, in een of andere tijd. Dat we alles wat we hier goed of slecht hebben gedaan op een tussenstation in de ruimte mogen overdenken. In alle rust en met zeeën van tijd voor zelfreflectie, zonder oordeel, straf of hellevuur.
Maar misschien is het alleen simpele hoop die me overeind doet houden tot ergens in het jaar 2055 wanneer ik in tevredenheid mijn ogen voorgoed mag sluiten. Want tegenover al het geluk dat mij tot nog toe is overkomen, valt er ook veel te piekeren over het immense leed dat overal in de wereld iedere dag, ieder jaar, iedere eeuw over de mensheid wordt uitgestort. En ik weet heus wel dat de mens zelf de grootste aanstichter van die ellende is: oorlogen en geweld, natuurrampen, bedrog, onderdrukking en manipulatie. En je hoeft geen theoloog of historicus te zijn om, net als mijn oma, vol levenswijsheid te mogen zeggen dat ‘alles in het leven nu eenmaal draait om geld, macht en een bloot gat’.
Zo is het in Afghanistan na een relatief rustige en ‘vrije’ periode van twintig jaar weer linke soep voor de vrouwelijke helft van de bevolking, hoewel dat blote gedeelte van oma’s uitspraak hier ten strengste verboden is. In ieder geval voor het oog van Job of Allah. Het is onvoorstelbaar wat de vrouwen daar in deze moderne 21e eeuw zich nog moeten laten welgevallen. Ik kan het niet anders omschrijven als pure vrouwenhaat. En waarom in Godsvredesnaam? Wat leveren al die geboden en verboden voor vrouwen de mannelijke Taliban nu eigenlijk op? Ja, dat de helft van de bevolking siddert van angst en alleen nog met neergeslagen ogen kan deelnemen aan de maatschappij. Wat een kapitaalvernietiging in een land dat al zo weinig heeft…
En hier, in ons veilige en welvarende Nederland, wachten we al ruim vijf maanden op een nieuw kabinet. De arrogantie van de macht kan zich blijkbaar die ellenlange verkenningen permitteren, met de handen voor de ogen en de lippen op elkaar geperst. Je zou denken dat een land regeren helemaal niet zo moeilijk of belangrijk is, alle urgentie lijkt als sneeuw voor de zon verdwenen. Net als de ronkende verkiezingsbeloften en holle frasen: ‘We beloven dat we het nu écht radicaal anders gaan doen’ en ‘Ik zal nooit meer jokkebrokken’. Vooralsnog blijven ze op hun handen zitten. Het volk mort wel, niet over het gevaar voor onze democratie, maar over andere zaken. Onder een stralende zon drinken ze koffie op de Dam in Amsterdam, scanderen leuzen over vrijheid en protesteren tegen de Corona-maatregelen waarvan sommige meelopers deze met de Holocaust in de 2e WO durven te vergelijken.
Gefrustreerd foeter ik nog even na over dat idiote Formule 1-festival in Zandvoort, op het meten-met-twee-maten-beleid van onze demissionaire regering. Over al die lekkere half blote wijven die nog niet zo lang geleden op billboards, over auto’s gedrapeerd en naast coureurs geëxposeerd werden. Gelukkig gaan we dit weekend wéér naar de camping. Kan ik even bijkomen en alvast overdenken wat ik deze week goed en fout heb gedaan.