Door de ramen van de keet zien we in de verte de installaties van het bestaande 380.000 volt elektriciteitsstation Oostzaan. TenneT-projectleider Edzo Oosterhuis noemt dit het eerste grote uitbreidingsproject om de stroomfile in de regio Amsterdam en Zaanstreek op te lossen. ‘Hier bouwen we een nieuw 150.000 volt elektriciteitsstation. Vergelijk het met een stekkerdoos, we koppelen straks met grote stekkers achttien verschillende stroomverbindingen aan elkaar. Het station levert straks een groot deel van de elektriciteit voor Amsterdam en de Zaanstreek.’
Schaft. Uit broodtrommels en koelboxen verschijnen belegde boterhammen en pakken melk. Voor ons het moment om een rondje over de bouwplaats te lopen. Piet loopt de trap af en vertelt verder: ‘Voor de bouw onderzoeken we de bodem op draagkracht. Daarna maken we constructietekeningen en een ontwerp voor de gebouwen met de installaties.’
Geen ruimte voor een openluchtstation
‘Het station bestaat uit twee hallen en een bedieningsgebouw’, vult Edzo aan. ‘Binnen komen achttien schakelvelden, vergelijkbaar met je meterkast thuis. Een veld is een soort groep die je met een schakelaar aan- en uitzet. We noemen dit een Gas Insulated Switchgear, of afgekort een GIS-station. De installaties staan in een gebouw en zijn geïsoleerd met gas. In principe bouwt TenneT elektriciteitsstations op een terrein in de buitenlucht. Dit noemen we dan een Air Insulated Switchgear, of AIS-installatie. Daar isoleert de buitenlucht de installaties. Alleen als het écht niet anders kan door ruimtegebrek of regelgeving, plaatsen we de installaties in een gebouw.’
In Oostzaan was geen ruimte voor een openluchtstation. Edzo: ‘De bouwplaats ligt ingeklemd tussen de drukke Verlengde Stellingweg, hotel Van der Valk Oostzaan en het bestaande 380.000 volt elektriciteitsstation Oostzaan. Vooral de doorgaande weg leverde kopzorgen op. De twee hoogspanningsmasten die we moesten verzwaren om de lijnen ondergronds te leggen, staan pal naast de weg. Om veilig te werken, hebben we de weg een stuk verplaatst.’
Bouwrijp maken van de grond
In de bouwkuip zien we damwanden, betonnen muren en vloeren. ‘Eerst hebben we de hoogspanningslijnen van het bestaande station ondergronds gelegd’, zegt Edzo terwijl hij naar één van de grote hoogspanningsmaster wijst. ‘Dat kon niet zonder de masten eerst te verstevigen. Daarna maakten we de grond bouwrijp.’
‘Een gebouw rust altijd op heipalen en een vloer’, vervolgt Piet. ‘Ook hiervoor maak je een plan: waar kan de heimachine veilig staan, waar liggen de ondergrondse stroomkabels en zijn de plekken van de palen. In januari 2025 zijn we begonnen met heien.’
Zonder overlast voor de omgeving
Heien gaat niet geruisloos en levert trillingen op. Daarom zijn schroefpalen gebruikt. Piet: ‘Dit zijn holle buizen die je in de grond schroeft. In de buis hangen we een stalen constructie en storten er beton in. Zo blijft een betonnen paal achter, zonder overlast voor de omgeving.’
Na het heien is de bouw van een station vervolgens een kwestie van de vloer storten, kabelgoten leggen en damwanden plaatsen. Zo ontstaan een heuse bouwkuip. Met overtollig zand weet het bouwteam wel raad; dat ging in dit geval naar het TenneT-terrein bij het elektriciteitsstation Hemweg. De keldervloer en kelderwanden zijn op het laatst aan de beurt.’
Kant en klare wanden
‘Als de kelderwanden klaar zijn, bouwen we de vloer voor de technische installaties. Daarna volgen de gevel- en binnenwanden, kant-en-klaar geïsoleerd uit de fabriek. Tien meter lang en drieënhalve meter breed. Echt enorme dingen. Een vrachtwagen levert de wand af, twee kranen takelen hem overeind en zetten hem op de keldermuur. In de prefab panelen zitten holle buizen die precies op de ijzeren staven van de kelderwand passen. Daarna vullen we de buizen met gietmortel. Dat is een soort dun beton dat vloeibaar wordt aangebracht en daarna hard wordt. Zo ontstaat een stevige verbinding tussen de kelderwand en het paneel.’
Volgens Edzo is de kwaliteit van deze kant-en-klare wanden beter dan een wand die je op de bouwplaats maakt. ‘In de fabriek is de temperatuur altijd gelijk en is het droog. Ander voordeel is dat we zo veel sneller werken.’
Realistische planning
Op de rand van de bouwkuip staan twee zoemende machines. Edzo: ‘We werken in de buurt van een Natura2000 gebied en moeten aan de stikstofregels voldoen. Daarom draaien onze pompen om het grondwater weg te pompen op elektriciteit en is het grondwerk aan het begin van het project uitgevoerd met elektrisch materieel.’
Er staat veel druk op het project, maar toch is de planning realistisch. Niemand loopt elkaar in de weg, loopt te stressen of is gehaast aldus Edzo. ‘Dit komt ook de veiligheid ten goede. Dat zie je bijvoorbeeld terug in een nette bouwplaats.’
Het project loopt volgens planning. ‘Als de gebouwen klaar zijn plaatsen we de installaties, sluiten alles aan en testen meerdere keren. In het tweede kwartaal van 2028 nemen we het station in gebruik.’