Het moderne waterbed werd eind jaren zestig uitgevonden door de Amerikaan Charles Hall en het werd enorm populair in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. We hebben er – naast rugpijn soms – onder andere de term ‘waterbedeffect’ aan overgehouden: het verschijnsel waarbij het tegengaan van een probleem op één plek leidt tot een verplaatsing, waardoor hetzelfde probleem elders opnieuw opduikt. Net als bij een waterbed waarbij indrukken op één plek het matras op een andere plek omhoog duwt.
In april 2024 al stemde de Amsterdamse gemeenteraad in met het voorstel om betaald parkeren in heel Amsterdam Noord stapsgewijs in te voeren. Dit besluit werd mede ingegeven om parkeerdruk en -overlast tegen te gaan en om langparkeerders te weren die niet gebonden zijn aan een wijk of bepaalde plek. Sinds half november 2025 is betaald parkeren in het laatste noordwestelijke deel van Amsterdam Noord effectief geworden. In de wijken Oostzanerwerf, Tuindorp Oostzaan, Kadoelen en Banne Buiksloot moet voortaan van negen uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds betaald worden om je auto te parkeren. Bewoners kunnen maximaal twee vergunningen krijgen en parkeerplaatsen op eigen terrein of garages worden daar nog van afgetrokken. Voor bedrijven gelden andere regels; afhankelijk van het aantal werknemers van het bedrijf.
Nou dat hebben we geweten in Landsmeer! Sinds de uitbreiding van het betaald parkeren is er duidelijk sprake van het eerder beschreven waterbedeffect. Als je de lokale sociale media mag geloven zelfs van een spreekwoordelijke tsunami.
In het zuidwestelijke deel van onze gemeente, dat direct grenst aan de genoemde wijken, is de parkeerdruk zichtbaar toegenomen. Aan de IJdoornlaan, op het zuidelijkste deel van het Zuideinde en ook in Luijendijk-Zuid en bij het volkstuinencomplex aan de Scheepsbouwersweg staan (overdag) ineens veel meer geparkeerde auto’s. Veel bedrijfsbusjes en taxi’s ook, die ’s ochtends worden verruild voor een of zelfs meerdere privéauto’s.
Het wrange is dat in de overwegingen voor het uitbreiden van het betaald parkeren in Amsterdam gememoreerd wordt aan dit mogelijke waterbedeffect: bij de invoering van betaald parkeren speelt namelijk altijd de vraag of omliggende wijken last krijgen van parkeerders die uitwijken. Maar die ‘last’ houdt blijkbaar op bij de gemeentegrens.
Feit is dat we met de situatie in onze maag zitten en er ook niet zoveel aan kunnen doen; zeker niet op korte termijn. Het is namelijk niet verboden om in onze openbare ruimte te parkeren. Eenvoudige of snelle oplossingen zijn er dan ook niet. Als er überhaupt (acceptabele) oplossingen zijn?
Want – ik heb het vaker gezegd bij verkeers- en mobiliteitsvraagstukken: elke oplossing creëert weer een nieuw probleem. Denk aan het recente invoeren van de blauwe zone op het Marktplein, die voor veel beschikbare parkeergelegenheid heeft gezorgd voor winkelend publiek, maar voor extra parkeerdruk direct buiten de blauwe zone in bijvoorbeeld de Havenzathe.
Vooralsnog monitoren we de situatie en bekijken hoe die zich verder ontwikkelt. Want uiteindelijk lijkt de enige effectieve maatregel een vorm van parkeerregulering. Dat wil zeggen: blauwe zones of parkeervergunningen. Maar (tot) waar dan, voor wie, wat kost dat en hoe wordt daarop gehandhaafd? En uiteindelijk leidt ook dat tot betaald parkeren… en de vraag is of we daarop zitten te wachten?