Al tientallen jaren ben ik ondernemer aan het Zuideinde in Volendam. Ik heb met veel plezier gewerkt, geïnvesteerd in mijn bedrijf en geprobeerd een bijdrage te leveren aan onze lokale economie. Daarom had ik nooit gedacht dat mijn ondernemersverhaal op deze manier zou eindigen.
De gemeente Edam-Volendam heeft besloten het erfpachtrecht van mijn bedrijf aan Haven 47 op te zeggen. Daardoor dreigt het opheffen van mijn onderneming, waarbij de financiële gevolgen in belangrijke mate bij mij als ondernemer terechtkomen. Dat blijkt uit de formele stukken waarmee de opzegging aan mij is betekend.
Ik schrijf dit niet omdat ik tegen ontwikkeling ben. Ik begrijp dat een gemeente plannen maakt voor de toekomst en dat daarbij soms moeilijke keuzes moeten worden gemaakt. Waar ik moeite mee heb, is de manier waarop ik als ondernemer dit proces heb ervaren.
Er zijn gesprekken met de gemeente gevoerd. Tijdens die gesprekken werd mij een voorstel gedaan van ongeveer € 120.000. Ook werd als mogelijkheid genoemd dat ik zelf een partij zou zoeken die mijn onderneming wilde overnemen en die vervolgens wél met de gemeente tot overeenstemming zou kunnen komen. Voor mijn gevoel werd daarbij onvoldoende gezocht naar een oplossing waarmee zowel de gemeente als ik verder konden.
Kort daarna bezocht ik een bijeenkomst over de plannen voor het Waterfront. Tijdens die presentatie zag ik de locatie waar mijn onderneming al jarenlang gevestigd is terug in de toekomstplannen. Dat gaf mij het gevoel dat de toekomst van mijn bedrijf feitelijk al was ingetekend, terwijl het traject met mij nog liep.
Alsof dat nog niet genoeg was, werd ik vervolgens gebeld door ABNAMRO. Tijdens dat gesprek werd mij verteld dat de deurwaarder contact had opgenomen met de bank in verband met mijn rekening-courant. Ik heb uitgelegd wat er speelde en hoe de situatie was ontstaan. Dat telefoontje maakte grote indruk op mij. Ik had nooit verwacht dat ik tijdens dit traject ook op deze manier met mijn bank zou worden geconfronteerd.
Niet lang daarna ontving ik een brief van de advocaat van de gemeente waarin de opzegging van het erfpachtrecht formeel werd aangekondigd. Vervolgens werd deze door een deurwaarder officieel aan mij betekend. Daarmee werd duidelijk dat de gemeente had besloten de juridische weg in te slaan.
Uit gemeentelijke stukken blijkt dat al geruime tijd wordt gewerkt aan de ontwikkeling van het Waterfront en dat de plannen inmiddels in een fase van verdere uitwerking en participatie zijn gekomen. RIB Beeldkwaliteitsplan tegengaan verrommeling in openbare ruimte in toeristisch centrum Volendam 2026 / Plan van aanpak Verrommeling Toeristisch Gebied Volendam. Als ondernemer had ik gehoopt dat juist in zo’n traject intensief zou worden gezocht naar een oplossing die recht doet aan zowel de publieke belangen als aan de belangen van bestaande ondernemers.
Daar ligt naar mijn mening ook een verantwoordelijkheid voor het gemeentebestuur en de wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling. Gebiedsontwikkeling gaat niet alleen over kaarten, bestemmingsplannen en procedures. Achter iedere onderneming staan mensen, gezinnen, werknemers en jarenlang opgebouwde investeringen. Juist daarom verdient iedere ondernemer een open en zorgvuldig gesprek wanneer ingrijpende besluiten worden genomen.
Ik besef dat niet iedereen mijn mening zal delen. Toch hoop ik dat mijn verhaal aanleiding geeft om stil te staan bij de manier waarop een overheid met haar ondernemers omgaat. Ook wanneer de uitkomst uiteindelijk hetzelfde zou zijn, maakt de wijze waarop je met elkaar omgaat een wereld van verschil.
Mijn verhaal gaat uiteindelijk niet alleen over mijn eigen onderneming.
Het gaat over de vraag hoe wij in Edam-Volendam omgaan met ondernemers die jarenlang hebben geïnvesteerd in onze gemeenschap. Een gemeente bouwt niet alleen aan woningen, wegen of een nieuw Waterfront. Een gemeente bouwt ook aan vertrouwen.
Ik hoop dat toekomstige ondernemers die met vergelijkbare ontwikkelingen worden geconfronteerd, kunnen rekenen op een proces waarin de menselijke maat, wederzijds respect en een open dialoog centraal staan.
Willem Prins

Dit is dus het bewust kapot maken van een eervolle ondernemer die hier al jaren werkt!! Vd80? Ja die geven daar niet meer om!!! Zeer triest dit!! Eigelijk misdadig
Zolang het de gemeente maar niets kost. En de mensen die daar zitten snappen het vaak zelf niet
Vaak is het een circus in zn gemeentehuis
Het pand dat de heer Prins voor zijn bedrijf aan de haven gebruikt is al zo’n 50 jaar zwaar verwaarloosd. De heer Prins heeft zich in al die jaren nooit bekommerd over de rest van de bevolking die tegen zijn wanstaltige gebouw moest aankijken.
Ik ben heel blij dat onze gemeente het erfpachtrecht eindelijk heeft opgezegd met de heer Prins. Eigenlijk 30 jaar te laat.
Bij het lezen van dit verhaal dan ben ik toch geneigd om te zegen dat je maken heb met criminelen
Oké in Den Haag weten we dat daar criminelen de dienst uitmaken
Maar onze eigen burgers die hier in de gemeente raad zitten dat daar criminelen tussen zitten dat had ik nooit verwacht
Basta heeft gelijk. Het pand ziet er niet uit en moet verwijderd worden. Maar….er moet wel een goede regeling worden getroffen met de familie Prins. Misschien voor een gedeelte mee financieren verwijderingskosten. Nieuw stadskantoor gaat niet door dus is er wat geld over.
@Jan Basta, Je moet je de ogen uit je kop schamen! Zo ga je niet met mensen om, wat je ook van het pand vindt. Dat jij zo in de wedstrijd staat zegt eigenlijk al genoeg, geen enkele empathie voor de hard werkende medemens.
Laat deze mensen door de gemeente krijgen wat ze horen te krijgen. Vakmanschap in heel Nederland bekend ! En dan zo met een kluitje in het riet worden gegooid. Schandalig van onze gemeente met echt al hun bureaucratische criminelen. Den Haag is er niets bij! Hoop op een verstandige oplossing 👍🙏
Willem, zijn vader en zijn broer zijn bescheiden, hardwerkende mensen. Allround vaklui in scheepstechniek. Met hun technische kennis en 24-uurs mentaliteit zijn ze onmisbaar geweest bij het varend houden van de Volendammers vissersvloot, waarvoor geen alternatief in de wijde omgeving bestond. Daarnaast bedienden ze binnenvaarders, Markenexpress, bruine vloot en pleziervaart. Natuurlijk zaten ze met hun erfpachtovereenkomst al jarenlang ‘in blessuretijd’. Een onzekere situatie, logisch dat je dan niet meer in je pand investeert. Maar het zou wreed zijn om als beloning voor al dit harde werk ze nu financieel nog even over de afgrond te duwen met sloop- en saneringskosten.