
Foto Ed van der Elsken: Henriette en Eddy Posthuma de Boer in Parijs, circa 1957, gefotografeerd door Ed van der Elsken. De foto, afkomstig uit het privé-archief van de familie Posthuma de Boer, was tot nu toe nooit gepubliceerd.
De foto’s van Ed van der Elsken, nu te zien in het Rijksmuseum, barsten van de uitgelaten sfeer in het naoorlogse Nederland. Henriette Posthuma de Boer (90) en haar man Eddy maakten deel uit van zijn bijzondere vriendengroep; tijdens een bezoek aan de tentoonstelling met PS blikt ze terug. ‘Hier vroeg Ed of we in een van die bootjes wilden gaan zitten. We waren jong en dolverliefd, en dat zie je.’ “Zo vertrouwd, alsof ik Ed gisteren nog heb gezien,” zegt de 90-jarige Henriette Posthuma de Boer. Ze zit op een bankje in het Rijksmuseum en kijkt naar een film waarop fotograaf Ed van der Elsken in de jaren zeventig aan het werk is op de veemarkt van Purmerend. De opname is te zien op de overzichtstentoonstelling Up Close van het werk van Van der Elsken (1925-1990). 276468571
Henriette en haar man, fotograaf Eddy Posthuma de Boer (1931-2021), waren in de jaren vijftig en zestig goed bevriend met Van der Elsken en zijn toenmalige vrouw Gerda van der Veen. In augustus 1959 stonden ze op de kade om het tweetal uit te zwaaien toen ze op wereldreis gingen. Ze woonden tot hun terugkeer in september 1960 tijdelijk in hun woning aan de Koningstraat 5 in de Nieuwmarktbuurt. “Ook om op de dertig tropische vogels van Gerda te passen,” herinnert Henriette zich. “En ze vroegen ons om het huis op te knappen, we hebben toen alles paars en geel geschilderd, geheel volgens de mode van die tijd.”
Eddy drukte de foto’s af die Ed vanuit de havens die hij aandeed per post naar Nederland stuurde en die werden gepubliceerd in het allang verdwenen tijdschrift De Katholieke Illustratie. Het werk dat Van der Elsken in dat jaar maakte, publiceerde hij in 1966 in het beroemde fotoboek Sweet Life. Henriette Posthuma de Boer is de laatste nog levende van de vrienden die in die jaren lief en leed met elkaar deelden. Van der Elsken fotografeerde haar huwelijk met Eddy in 1961 en legde een paar jaar eerder in Parijs hun allereerste prille verliefdheid vast. Die nooit eerder vertoonde foto dook recent op uit het persoonlijke archief van de familie Posthuma de Boer.
Rommelig oud winkelpand
Het begon voor Henriette Posthuma de Boer, toen nog Henriette Klautz, op de Boulevard Saint-Germain-des-Prés in Parijs. Daar zoende ze – ze denkt ergens in 1956 – voor de eerste keer met haar Eddy. Ze was op dat moment twintig jaar oud, hij was vijf jaar ouder. “Ik had toneelschool gedaan en wilde chansonnière worden, woonde op vijf hoog en trad zo nu en dan op in kleine cafés. Parijs was in die jaren de plek waar je wilde zijn, weg van het benepen Nederland, lang leve de vrijheid! Simon Vinkenoog en Karel Appel woonden er, daar gebeurde het.”
Posthuma de Boer was samen met een wederzijdse vriend naar Parijs gekomen en stond onaangekondigd voor de deur. “Eddy was verlegen, hij zei niet veel, maar juist dat trok me aan na een eerder avontuur met een heftige Corsicaan,” zegt Henriette over die allereerste ontmoeting. “Eddy had een camera bij zich en trok de stad in. Op een van die dagen ging ik met hem mee en we zoenden elkaar. Ik was toen nog niet echt van plan iets met hem te beginnen, hoor, ik was nog zo jong!”
Niet lang daarna keerde ze terug naar Amsterdam. Ze nam contact op met de man met wie ze had staan zoenen. “Ik zocht woonruimte, het was net als nu heel moeilijk iets te vinden in Amsterdam. Eddy had een auto dus ik dacht dat hij ook een mooi huis zou hebben. Hij zei meteen dat ik bij hem kon logeren.” Toen ze bij de Rustenburgerstraat 80-hs aankwam, bleek het een nogal rommelig oud winkelpand met achterin een fotostudio en aan de straatkant een soort woon-slaapkamer met daarin een bed van 1,20 meter breed. “Daar ben ik die eerste avond toen maar in gaan liggen, mét Eddy, en zo raakte het aan.”
Ze leerde in de maanden die volgden Eddy’s collega Ed van der Elsken (1925-1990) kennen. “Ed was natuurlijk al bekend door zijn boek Een liefdesgeschiedenis in Saint-Germain-des-Prés, maar ik had hem niet eerder ontmoet. Hij had een paar jaar eerder ook in Parijs gewoond, hij was ook elf jaar ouder.”
Samen gingen de twee fotografen er eind jaren vijftig regelmatig op uit om de roemruchte nachtconcerten in het Concertgebouw te fotograferen met Amerikaanse jazzgrootheden als Ella Fitzgerald, Sonny Rollins en Louis Armstrong. Ook maakten ze samen een boek over de dansers van het Nationale Ballet dat in 1960 verscheen in de reeks Zwarte Beertjes-pockets onder de titel Dans Theater met teksten van Vrij Nederland-interviewer Bibeb. Van der Elsken en Eddy Posthuma de Boer trokken in die jaren veel met elkaar op, ook al hadden ze heel verschillende karakters. “Ed wilde opvallende figuren en vreemde vogels voor zijn lens, Eddy wilde juist het gewone leven vastleggen,” zegt zijn weduwe. “Hij stond het liefst achter een boom terwijl hij fotografeerde. Hij was zachtaardig en voorzichtig, terwijl Ed vooral uitriep: ‘Hallo, hier ben ik, ik ben Ed!’ Een andere manier van werken dus, maar ze respecteerden elkaar wel.”
Quartier Latin
Henriette raakte goed bevriend met Van der Elskens vrouw Gerda (1935-2006). Zij was de dochter van de vermoorde verzetsheld en kunstenaar Gerrit van der Veen. “Gerda en ik waren in die jaren beste vriendinnen,” vertelt ze. “We trokken veel met elkaar op. Over de oorlog en haar vader hadden we het niet. We wilden vooruit in die jaren en vooral niet terugkijken.” Ze vormden met z’n vieren een hecht groepje en gingen er regelmatig met de auto op uit. Zo ook een keer naar Parijs, vermoedelijk in de zomer van 1957. “Ed had er natuurlijk lang gewoond en ik ook, al was dat minder lang, dus het was een heerlijk weerzien. We zaten in een hotelletje in het Quartier Latin en liepen eindeloos door de stad.”
Op een van de wandeltochten belandden ze – aan het zonlicht op de foto te zien – aan het einde van de dag in het Bois de Boulogne. Van der Elsken zag een paar verlaten huurbootjes liggen aan de rand van een vijver. “Hij vroeg of Eddy en ik in een van die bootjes wilden gaan zitten. Ed vond het een mooie compositie, denk ik. We waren jong en dolverliefd op dat moment, en dat zie je: we gaan helemaal in elkaar op.”
Op de achterkant van de foto staat het stempel van Ed van der Elsken, maar het beeld komt niet voor in zijn archief, dat is ondergebracht bij het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. “Ed heeft die foto aan ons gegeven, hij heeft jaren hier thuis aan de muur gehangen,” zegt Posthuma de Boer.
Een jaar later fotografeerde Van der Elsken het jonge paar tijdens een bal masqué in de hoofdstedelijke sociëteit De Kring. “Eddy lijkt hier wel op de kunstschilder Henri de Toulouse-Lautrec. Ik had de rand van een hoge hoed afgeknipt en er plastic vruchten op bevestigd, de kettingen die ik daar om heb, heb ik nog steeds.” Van der Elsken maakte in die jaren foto’s van feestende mensen, die de benauwde wederopbouwjaren van zich af dansten. Hij had plannen om een boekje uit te brengen onder de titel Feest, maar daar is het bij leven niet van gekomen. In 2019 werd het ontwerp ontdekt in zijn archief en alsnog uitgegeven. De foto van Eddy en Henriette Posthuma de Boer belandde niet in het boek. Eddy hielp wel bij de samenstelling en de bijschriften.
Zestig jaar samen
“Ben ik dit?” roept Posthuma de Boer uit als ze kijkt naar een foto van zichzelf in een wijd uitlopende rok. Een tenue zoals vrouwen die in de jaren vijftig droegen, met een brede ceintuur met grote gesp, een witte mouwloze blouse, een sjaaltje om haar nek en een handtas aan haar arm. Ze staat op de kade in IJmuiden en wuift naar de fotograaf. Dat is Ed van der Elsken, die op deze dag samen met Gerda van der Veen begint aan zijn wereldreis. “In die naoorlogse jaren ging de wereld eindelijk voor ons open.”
Op de contactafdrukken van het vertrek die in het Nederlands Fotomuseum worden bewaard, is te zien hoe een groot gezelschap zich heeft verzameld om het stel uitgeleide te doen. Eddy Posthuma de Boer maakt foto’s vanaf de kade van zijn vertrekkende vrienden, sigaret tussen zijn vingers. En Van der Elsken fotografeert op zijn beurt Eddy en de andere uitzwaaiers. Het was op die dag dat het tussen Eddy en Henriette opnieuw aan ging. “We waren een paar maanden uit elkaar geweest. Ik was te jong, vond ik, om al met een man samen te wonen. Ik wilde zingen, was begonnen als klassiek zangeres, wilde me nog niet binden. Maar daar op die kade vielen we opnieuw in elkaars armen en woonden een jaar lang samen in het huis van Ed en Gerda aan de Koningsstraat 5. We zijn uiteindelijk meer dan zestig jaar bij elkaar gebleven.”
Eddy en Henriette arriveren op hun huwelijksdag, 4 april 1961, bij het toenmalige stadhuis (nu hotel The Grand). De rit in de witte koets was een cadeau van Ed van der Elsken, die het tafereel ook vastlegde.Bron foto Ed van der Elsken
Op 4 april 1961 trouwden Eddy en Henriette en was Ed van der Elsken de huwelijksfotograaf. Het was een intiem huwelijk, het jonge paar nodigde de wederzijdse ouders niet uit. “De relatie met die van mij was in die jaren moeizaam. Mijn vader was uitgever en oprichter van Elseviers Weekblad. Hij vond het aanvankelijk maar niets dat ik met een fotograaf wilde trouwen, al is hij daar later op teruggekomen,” zegt Posthuma de Boer. “En ook de vader van Eddy was afkeurend. Hij was een Friese socialist, een man van de blauwe knoop. Als hij langskwam, moesten we alle drankflessen verstoppen. Hij vond ons maar losbollen.”
Tot grote verrassing van het paar kwam op de ochtend van het huwelijk een witte, door een paard getrokken koets de Achtergracht oprijden, waar Eddy en Henriette inmiddels woonden. “Verrassingscadeau van Ed, de man van het grote gebaar – ik vond het echt geweldig,” zegt Posthuma de Boer. “Ik droeg die dag een zelfgemaakt mantelpakje, waarvoor ik speciaal naailessen had gevolgd. Geld om kleding te kopen hadden we niet.” Van der Elsken legde vast hoe op het stadhuis de handtekeningen werden gezet, met als enige andere gasten de cartoonist Frits Muller (1932-2006) en zijn toenmalige vrouw Yvonne Sweering (1936-2018). Na afloop zie je het gezelschap door een steeg lopen en vervolgens het glas heffen aan een bar. “We dronken een glaasje parfait d’amour in café De Drie Fleschjes. En daarna gingen we weer naar huis, dat wel vol bloemen stond.”
Een paar maanden later kochten de jonggehuwden het huis in de Grensstraat waar Henriette nog steeds woont. “We hadden drukke levens: ik zong bij de opera, later stopte ik met zingen en legde ik me toe op de journalistiek. We kregen dochters Tessa en Eva, terwijl Ed en Gerda ook kinderen kregen, een paar jaar daarna scheidden en Ed naar Edam verhuisde. We zagen elkaar nog maar sporadisch, de vriendschap verwaterde.”