Inwoners eerder betrekken bij gemeentelijke plannen en vooraf duidelijk maken hoeveel invloed zij daadwerkelijk hebben. BVNL-fractievoorzitter Saul Jonk pleit daar al jaren voor. Nu de gemeente werkt aan een vaste werkwijze voor inwonersparticipatie ziet hij concrete resultaten. ‘Een informatieavond organiseren als het plan eigenlijk al vaststaat, heeft weinig met participatie te maken.’ Vier jaar geleden maakt BVNL van inwonersparticipatie een belangrijk onderwerp in de gemeenteraad. Volgens Jonk is daar alle reden toe. “We zagen te vaak dat inwoners pas werden betrokken als een plan al grotendeels was uitgewerkt. Dan mocht iedereen tijdens een informatieavond zijn mening geven, terwijl de belangrijkste keuzes feitelijk al waren gemaakt. Vervolgens noemden we dat participatie. Dat vonden wij niet voldoende.” BVNL heeft daarom verschillende voorstellen en moties ingediend om inwoners eerder en structureler bij plannen te betrekken. “Je moet vooral duidelijk zijn over wat participatie inhoudt. Waarover kunnen inwoners meepraten? Hoeveel invloed hebben ze? Wat gebeurt er met hun ideeën en bezwaren? Mensen hoeven niet altijd hun zin te krijgen, maar ze hebben wel recht op een eerlijk proces en een goede uitleg.”
Vaste werkwijze
De Raadsinformatiebrief die de gemeenteraad op 20 augustus ontving, laat volgens Jonk zien dat die uitgangspunten onderdeel worden van de gemeentelijke werkwijze. De gemeente ontwikkelt vaste stappen en hulpmiddelen waarmee vooraf wordt bepaald wie door een plan worden geraakt en hoe deze mensen worden betrokken. “Dat is precies waar we naartoe wilden. Participatie moet niet afhankelijk zijn van welke wethouder, ambtenaar of projectleider toevallig met een dossier bezig is. Er moet binnen de hele organisatie een duidelijke werkwijze zijn.” Daarvoor worden onder meer een impactmeter en digitale ‘participatiewizard’ ontwikkeld. Die helpen bepalen welke vorm van participatie bij een onderwerp past. Ook voor bedrijven en andere initiatiefnemers komen duidelijkere uitgangspunten.
Terugkoppeling
Minstens zo belangrijk vindt Jonk wat er daarna gebeurt. “Je kunt mensen uitgebreid om hun mening vragen, maar vervolgens moet je ook vertellen wat je met die inbreng hebt gedaan. Welke ideeën zijn overgenomen? Welke niet? Waarom is uiteindelijk een bepaalde keuze gemaakt? Juist die terugkoppeling ontbrak nog weleens.” De echte test volgt volgens hem bij concrete projecten. “Papier is geduldig. We zullen kritisch blijven volgen of inwoners daadwerkelijk eerder worden betrokken en vooraf weten hoeveel invloed ze hebben.”
Toch is Jonk trots op wat er is bereikt. “Toen wij hiermee begonnen, was dit nog geen vanzelfsprekend onderwerp. Inmiddels zijn voorstellen aangenomen en wordt participatie structureel binnen de gemeentelijke organisatie ingericht.” Voor Jonk raakt dat aan de kern van lokale politiek en is juist dit de reden waarom BVNL is opgericht. “Een gemeente is van haar inwoners. Als plannen gevolgen hebben voor je straat, buurt, dorp of bedrijf, hoor je niet pas aan het einde te mogen zeggen wat je ervan vindt. Je hoort vanaf het begin mee te tellen.”
Helemaal mee eens.