Jaap Bond (66) is met pensioen. De oud-politieman uit het Noord-Hollandse Volendam is ruim een kwart eeuw bestuurlijk actief geweest. Eerst als CDA’er voor provincie Noord-Holland en de laatste vierenhalf jaar als voorzitter van de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB). Hoog tijd voor een terugblik op die intensieve en enerverende periode. Bond is net terug uit Canada waar hij vakantie vierde en familie bezocht. Het eerste weekend thuis zijn er drie kleinkinderen te logeren. ‘Druk, maar wel leuk. Voor dat soort dingen heb ik nu eindelijk meer tijd.’
Politiek is vooral mensenwerk; als je een klik hebt met elkaar, dan gaat het bijna vanzelf
Jaap Bond, oud-voorzitter KAVB
Hoe bent u in de politiek terechtgekomen?
‘Dat is wel bijzonder. Ik was baas van de regionale recherche en plaatsvervangend pelotonscommandant bij de Mobiele Eenheid. Een vriend was fractievoorzitter van de lokale CDA-afdeling. Ik sprong bij met secretariswerk. In die tijd was de woningnood ook hoog. Jongelui werden naar de Vinex-wijken van Purmerend of Lelystad verwezen. Ze vroegen me om in Haarlem te regelen dat we mochten bouwen voor de Volendamse jeugd. Als nummer 20 op de kieslijst stemde zo’n beetje het hele dorp op mij. Met die voorkeurstemmen kwam ik voor het CDA op 2 Provinciale Staten binnen.’
En toen?
‘Het bleek nog niet zo eenvoudig om de meerderheid te overtuigen. Ik weet nog goed: 17 februari 2003 om half twee ’s nachts werd mijn amendement aangenomen met 39 stemmen voor en 37 tegen. Volendam mocht bouwen. Missie geslaagd.
‘Maar toen benaderden ze me voor het fractievoorzitterschap. Ik begon de provinciale politiek steeds interessanter te vinden, hoewel ik bij de politie wel gewend was sneller knopen door te hakken. Onze fractie telde zeventien leden. Best lastig om de boel bij elkaar te houden in die eerste periode van het dualisme. Na die vier jaar wilde ik me meer gaan richten op mijn carrière bij de politie – nog steeds mijn fulltimejob – toen ze me vroegen om gedeputeerde te worden.’
Verraste u dat?
‘Ik was daar nooit zo mee bezig geweest. Ik had het reuze naar mijn zin bij de politie en had daar goede carrièreperspectieven. Ik weet nog goed dat een leidinggevende zijn twijfels uitsprak of het vak van gedeputeerde wel iets voor me was. Ik zou te rechtdoorzee zijn. Dat triggerde me om het toch te proberen.’
Heeft de ervaring bij de politie u geholpen?
‘Zeker. Juist die eerlijkheid hield me overeind. Destijds speelde de miljoenenstrop met de IJslandbank. De deal was voor mijn tijd gesloten, dus ik was daar niet schuldig aan. Het college struikelde.
‘Ik heb altijd geweigerd me te conformeren aan de heersende bestuurscultuur. Geen lekker eerste jaar, maar ik mocht terugkomen in het nieuwe college, samen met onder anderen Elisabeth Post (VVD). Ook kwam Johan Remkes er vlot bij als commissaris van de Koning. Dat waren tien fantastische jaren. Politiek is vooral mensenwerk. Als je een klik hebt met elkaar, dan gaat het bijna vanzelf.’
Hoe kijkt u terug op die twaalf jaar?
‘Ik begon op economische zaken en daar viel ook landbouw onder, later in combinatie met natuur. De agrarische sector sprak me gelijk aan. Ik heb een klik met de mentaliteit, het ondernemerschap, omgaan met pieken en dalen. Vaak zijn het familiebedrijven. Dat is wel een link met mijn Volendamse afkomst: hard werken, niet om de hete brij heen draaien.’
Wat waren de grote onderwerpen in die periode?
‘Ik ben trots op de inrichting van de Greenports. De primaire sector, onderzoek, onderwijs en toeleveranciers werken nu nauw samen. Later ook in landelijke samenhang met andere regio’s. Ik ben altijd iemand geweest die graag verbinding wil maken. Samen sta je sterker. Zoiets kost veel energie aan het begin, maar het levert later extra winst op.’
Wat is u verder vooral bijgebleven?
‘De afwikkeling van het Wieringerrandmeer, een enorm woningbouwproject dat strandde door de economische crisis. Als provincie bleven we met ruim 500 hectare grond zitten. Het verlies werd begroot op minimaal 13 miljoen euro. Het lukte om de gronden in fasen op de markt te brengen en zo de agrarische structuur te versterken, natuur, recreatie te realiseren en wateropgaven op te lossen. Uiteindelijk zelfs met een financiële plus. Een mooie prestatie die we hebben geleverd samen met collega-bestuurder Post van grondzaken en kavelruilorganisatie Stivas.’
En toen kwam de KAVB.
‘Ik had diverse aanbiedingen, maar die van de KAVB sprak me het meest aan. Er viel veel winst te boeken. Er was geen verbinding met de handel, amper connectie met de Keukenhof en het fundamenteel onderzoek lag stil. Zeer onwenselijk vanwege alle uitdagingen op het vlak van water, bodem en gewasbescherming. Het is ons gelukt om af te dwingen dat alle bollentelers weer hun financiële bijdrage leveren aan het onderzoek.’
Wat waren hier de grote onderwerpen?
‘Al vlot brak corona uit, met grote gevolgen voor de hele tuinbouw. We hebben een crisisteam gevormd en de zaak bijna militair benaderd, met vaste sessies om steeds alles in kaart te brengen, oplossingen te bedenken en met vijf ministeries een noodplan te schrijven om de sector overeind te houden. De grenzen bleven open, tuincentra ook.