Dit jaar is in het Edams Museum de expositie ‘Naar Levend Model’ te zien, met werk uit de schetsboeken van kunstenaars die in Edam domicilie hebben gehad: W.O.J. Nieuwenkamp uiteraard, het kunstenaarsechtpaar Jan Bander en Leonié Lutomirski, tot slot Ties van Dijk. Een vijfde naam zou niet hebben misstaan: Georg Stahl, zo’n veertig jaar woonde hij in Edam. In zijn nalatenschap bevinden zich kleurrijke schetsen, zijn bijdrage aan de 1957 Stadsfeesten in Edam. Voor de Voorhaven, voor boven het water van de gracht, ontwierp hij sierlijke, mobile-constructies, als fantastische vliegers. De objecten bleken niet bestand tegen de hevige zomerstorm die kort voor het feest woedde. Foto: Wagenspel. Georg ‘Arnolfini’ Stahl (rechts) met de acteurs tijdens de stadsfeesten van Edam in 1957
Georg August Stahl (Kassel 1903 – Edam 1982) is een Duits kunstschilder uit Kassel, die al naam maakte voordat hij naar Nederland vluchtte. In 1929 exposeert hij met andere internationale avant-gardisten, onder wie Kandinski en Klee in Kassel. Stahl is politiek geëngageerd, actief in de socialistische (SPD) en communistische (KPD) partij, hij is strijdbaar tegenstander van de nazi’s.
Om aan de nationaalsocialistische terreur in zijn woonplaats Kassel te ontkomen, vestigt hij zich in 1930 in Rotterdam. In 1933, als Hitler aan de macht komt, moet Stahl zich aanmelden voor de Reichskulturkammer (een middel om de Duitse kunstwereld in nationaalsocialistisch zin gelijk te schakelen); bij weigering hangt hem arrestatie als entartete, ‘ontaarde’ kunstenaar boven het hoofd. Zijn vluchtelingenstatus in Nederland wordt nu definitief. In Rotterdam sluit Stahl zich aan bij de kring van beeldende kunstenaars, de R33, hij ontmoet er moderne kunstenaars als Leendert Bolle, Quirijn van Tiel, Piet Begeer en Henk Chabot.
Een van de laatste schilders in kunstenaarsdorp Volendam
Georg Stahl verhuist in 1936 van Rotterdam naar Hoorn, in 1937 wordt zijn zoon Georg Walter er geboren. In juli 1940 vertrekt Georg Stahl met zijn jonge gezin naar Edam. Hij hoopt als kunstschilder in de kleine plattelandsgemeente in Waterland onzichtbaar te blijven voor de Duitse bezetter, die ook in Nederland al snel een Kultuurkamer-gelijkschakeling van de kunstwereld (met verplicht lidmaatschap) begint.
Het lukt Stahl aanvankelijk onopgemerkt te blijven. In Volendam betrekt hij een atelier direct aan de haven, tegenover de visafslag. Daar schildert hij hoe de toegang tot de haven van Volendam in mei 1940 door afgezonken botters is geblokkeerd, een verdedigingsmaatregel die na de capitulatie voortduurt. Stahl laat niet na een politieke boodschap aan het schilderij mee te geven: om de giek van een van de botters, grotendeels door het water verzwolgen, drapeert hij de Nederlandse driekleur. In de eerste oorlogsjaren zet Stahl ook een aantal Volendammers op het doek, zoals talrijke schilders in het kunstenaarsdorp vóór hem hebben gedaan. ‘Stahl was waarschijnlijk een van de laatste “vaste” Volendammer schilders tot de oorlog alles wegveegde’, aldus zijn zoon Walter, architect in Chicago.
Het verblijf van Georg Stahl in Edam en Volendam wordt bij de Duitse bezetter bekend, mogelijk door verraad. Hij wordt in maart 1943 gedwongen het leger in te gaan, zijn gezin ontkomt zo aan internering. Zijn plan is te deserteren, zodra de gelegenheid zich voordoet. Stahl komt als Duits soldaat terecht in Normandië, waar na D-Day (6 juni 1944) hevig om de stad Caen wordt gevochten. Stahl is radio-operateur, hij ziet kans contact op te nemen met de Geallieerden. In juli 1944 wordt hij gevangengenomen door de Canadezen, hij zal enkele jaren in een POW-kamp (prisoner of war) in Cheshire, Engeland vastzitten. Daar tekent en schildert hij, de commandant van het kamp wordt begunstiger van zijn kunst. Ondertussen zijn Stahl en zijn gezin vanwege de Duitse nationaliteit als ‘vijand van de Nederlandse staat’ geregistreerd.
Burgemeester Terwindt van Edam (plaatsvervanger van de wegens collaboratie geschorste Van Baar) zet zich in voor het gezin Stahl. In maart 1946 vraagt hij de Rijksvreemdelingen-dienst om niet tot uitwijzing uit Nederland te besluiten: ‘Stahl heeft zich gedurende de bezetting steeds als een oprecht vriend van het Nederlandsche volk gedragen, en zich steeds ook metterdaad als felle tegenstander van het nationaalsocialisme getoond.’
Ook Hendrik Chabot schrijft vanuit Rotterdam een steunbetuiging, hij noemt Stahl in een brief aan diens vrouw een uitgesproken antifascist: ‘Fijn dat de burgemeester van Edam U gelukkig goed gezind is. Ik kan U ook mededelen dat Uw man, toen ik hem kende, voor de bezetting, beslist goed was.’ In de zomer van 1947 keert Stahl terug naar Edam. Pas in april 1950 wordt hij door het Nederlands Beheerinstituut ontvijand.
Georg ‘Arnolfini’ Stahl, 1957
Vanaf de jaren vijftig wordt het werk van Stahl veelvuldig tentoongesteld, ook internationaal. Als Edam zich in 1957 opmaakt voor het 600ste geboortejaar is Stahl bij de voorbereidingen van het feest betrokken. Op initiatief van de ULO-hoofdonderwijzer in Edam steekt zo’n driekwart van de bevolking zich in ‘Middeleeuws’ kostuum (hijzelf niet) en versiert de stad.
Stahl heeft het modellenboek van de onderwijzer niet nodig: met een knipoog naar de kunstgeschiedenis verkleedt hij zich als Arnolfini, geportretteerd door Jan van Eyck: de lange loshangende mantel, met bont afgezet, op het hoofd de hoed als markant merkteken. Zo poseert Georg ‘Arnolfini’ Stahl voor het wagenspel, ook de decorstukken en de decoratie op de wagen schildert hij. Zijn bijdrage aan de stadsfeesten strekt zich verder uit tot de grachtversieringen die hij voor het buurtcomité Voorhaven ontwerpt. Hij tekent kleurrijke, mobile-achtige sculpturen à la Alexander Calder, gedacht als feestelijke slingers voor boven het water van de smalle gracht, visachtige objecten aan kabels. Zijn ontwerpen voor de Voorhaven-versiering zijn bewaard gebleven.
Stahl tekent sierlijke mobile-ontwerpen voor de gracht waaraan hij woont. Bij de mobiles à vent’, zoals de naam ook luidt, heeft de wind een actieve rol. In een krantenbericht lezen we welk lot de versieringen van Stahl treft. Op zaterdagavond 6 juli raast een zomerstorm over de al aangebrachte feestversieringen in Edam (het feest begint op 12 juli ).
‘Op de Voorhaven was de ravage zeer groot. Twee lichtzuilen op betonnen voetstukken van omstreeks 40 kg werden door de storm omvergeworpen en kwamen in het water terecht. Andere woeien om, maar bleven op het gras of op de straat liggen. Enige omwonenden wisten in de stromende regen de overige zuilen te kantelen, waardoor de wind er geen vat meer op had. De fantastische figuren boven het water, gemaakt van buizen en betonijzer, liepen schade op. Gelukkig kon nog veel worden hersteld.’ Gehavend maar hersteld dragen de Stahl-constructies bij aan de 1957-feestvreugde in Edam.
Tentoonstellingen in Edam en Volendam
In dezelfde tijd, in juli 1957, is er een Stahl-tentoonstelling in de Galerie CCC in Rotterdam. Uit een bespreking van Piet Begeer, een R 33-collega uit de Rotterdamse tijd, leren we meer over de kunst van Stahl. ‘De schilderijen die de oud-Rotterdammer Georg Stahl in de Galerie CCC exposeert zijn op een enkele uitzondering na ontstaan als schilderkunstige neerslag van herinneringen aan een Italiaanse reis. Herinneringen aan het zintuiglijk waarneembare, aan de natuur, die hij in al zijn werken getrouw blijft. Echter niet de natuur zoals die zich aan ons oog voordoet.’
Stahl componeert, speelt met wat hij heeft waargenomen waarbij herkenning op de tweede plaats komt, aldus Begeer, ‘maar ook dan blijft een verbondenheid met de natuur rechtstreeks voelbaar’. Begeer omschrijft het werk als lyrisch in vorm én kleur: ‘Georg Stahl speelt met de vormen naar de aard van de dichter; hij laat zich gaan in een lyrische bewogenheid en de lyrische bewogenheid die het kenmerk is van zijn zuivere composities is tevens het typische kenmerk van zijn kleur. Die kleur is bekoorlijk, verfijnd, bescheiden en beschaafd en zonder nadrukkelijkheid met brede streken van het paletmes voorzichtig en niettemin met zekerheid aangebracht.’ Begeer besluit: ‘Men voelt dat dit werk oprecht is, dat het zo moest zijn en niet anders.’
Stahl overlijdt in 1982. Een door hem ontworpen plaquette siert het graf in Edam (het graf is in 2012 geruimd). Rest ons zijn kunst. In een groepstentoonstelling in 2020, in de covid-geplaagde periode van lockdowns, heeft het Edams Museum al werk van Georg Stahl laten zien. Een gecombineerde Georg Stahl-tentoonstelling in Edam en Volendam zou de ‘lyrische kunstschilder’ Stahl opnieuw onder de aandacht kunnen brengen. In Volendam: een expositie met Stahl-portretten, uit privébezit, rond het schilderij ‘Gezonken Botters’ uit de Spaander-collectie – als oorlogstafereel een indrukwekkend historiestuk. In Edam: bruiklenen uit het Chabot-museum waar de nalatenschap van Stahl is ondergebracht, en verder werken uit privébezit. De tentoonstelling zou ook aanleiding kunnen zijn om de mobile-schetsen van Stahl uit 1957, die zijn zoon in Chicago beheert, weer terug te halen naar Edam.
Erik Besseling