Het is weer zover. We gaan samen plaatjes draaien. We, dat zijn Mark, Emiel, Johan en ik. We nemen daartoe allemaal onze eigen elpees mee en die leggen we dan op de draaitafel. Soms gaat het om één specifiek nummer, soms gaat het om het album en af en toe gaat het gewoon om de groep. Daarnaast zijn de hapjes en de drankjes ook belangrijk om de sfeer wat op te peppen. Zo hebben we hele lekkere worst van Zuid, die je bij Zuid nog niet eens mag aanraken, maar waaraan we ons hier geheel te buiten kunnen gaan. Echt een gezellige middag met veel verrassingen.
Het begint allemaal wat anders dan anders. Ten eerste is het deze keer bij mij thuis in plaats van bij Emiel en ik heb een hele verzameling singletjes uit de jaren zestig en zeventig klaargezet, waarin de heren naar hartenlust mogen grasduinen en wanneer ze iets van hun gading horen, mogen ze dat na toetsing door de commissie allemaal mee naar huisnemen. Zo neemt bijna iedereen wel een paar leuke plaatjes mee naar huis en er worden ook singletjes vergeten me te nemen. Kom ze maar halen. Er worden echt leuke, ouderwetse nummertjes gedraaid.
Let er hierbij op dat het woord ouderwets, naarmate wij ouder zijn geworden, een heel andere betekenis heeft gekregen. Vroeger was ouderwetse muziek vooral muziek van voor de oorlog en nu betreft het muziek uit onze eigen jeugd. Maar dat doet er allemaal niet toe. We draaien prachtige muziek, genieten van de mooie verhalen en albums en alle artiesten voegen zich gemakkelijk tussen Matti Caspi en Véronique Sanson. Het wordt een heerlijke muzikale middag, met veel nieuwe ontdekkingen.
Mijn schoonmoeder komt ook nog een plantje en een zoen brengen en Theo komt na zijn reis naar de Noordkaap en zijn pijnlijk verzwikte enkel ook nog even langs voor het maken van een afspraak. En ik maak zelf nog een verse afspraak met Eisso, maar dat is het dan wel. ’s Avonds gaan we nog even naar het Soundbites Festival op de Beestenmarkt, waar ik voor elke act een gedichie heb geschreven. Dan is de dag voorbij. Maak je geen zorgen. Morgen is er weer eentje. Een zondag nog wel. Geniet ervan.
beste Ate, dappere Troeter, we weten dat we allemaal een keer van deze aarde afstappen. Jij bent er nadrukkelijk mee bezig en schrijft het uitermate indringend van je af. Ik ben naïef en denk dat ik nog lang niet aan de beurt ben en kijk weg van de mogelijkheid dat Hein toch om de hoek staat. Daarbij moet ik af en toe denken aan het mooie gedicht ‘de tuinman en de dood’, opnieuw op regel gezet door Van Eyck maar in wezen al veel ouder dan de weg naar Rome. Het komt uit het oude Babylon dus dat bewijst dat de angst voor de dood van alle tijden is en misschien ook de basis van alle godsdiensten. Immers de mens grijpt zich aan alles vast om die laatste stap draaglijk te maken.
Ik heb het gedicht nog even voor jou en al je volgers opgediept en neergeschreven. Veel sterkte daar tegenover de Katvangerssteeg. Jos Koenen
P.N. van Eyck.
De tuinman en de dood.
Een Perzisch Edelman:
Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: ‘Heer, Heer, één oogenblik!
Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.
Ik schrok, en haastte mij langs de andre kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.
Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahân!’ –
Van middag – lang reeds was hij heengespoed –
Heb ik in ’t cederpark de Dood ontmoet.
‘Waarom’, zoo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
‘Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?’
Glimlachend antwoordt hij: ‘Geen dreiging was ’t,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,
Toen ‘k ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan,
Die ‘k ’s avonds halen moest in Ispahân.’