Heel even was er de hoop: zouden de massieve zwerfkeien langs het strand van Hoorn eigenlijk hunebedden zijn? Die gedachte leidde tot wilde plannen, met een eigen Hoorns hunebed als climax. Zo ver kwam het niet, maar de Hoornse stenen hebben er wel voor gezorgd dat een oude geschiedenis nieuw leven is ingeblazen.
Arnold Wegner (PvdA) en Chris de Meij (Hart voor Hoorn) dachten vorige maand dat ze op het stadsstrand van Hoorn een bijzonder stukje geschiedenis hadden gevonden. De enorme keien die daar al honderden jaren liggen zouden niet zomaar een paar stenen zijn, maar overblijfselen van eeuwenoude Drentse hunebedden. Maar hun voorstellen voor een eervolle vermelding, zoals een eigen hunebed bouwen, een paar stenen terugbrengen naar Drenthe, of desnoods een informatiebord, kregen bij het college geen gehoor.
Want, zegt de gemeente Hoorn, uit onderzoek blijkt dat de parkeerkeien op het Hoornse stadsstrand helemaal geen Drentse hunebedden zijn. Harry Huisman, geoloog bij het hunebedcentrum in Drenthe, onderzocht de keien al in 2018 en concludeerde dat slechts één kei, gespleten in 13 stukken, een deksteen van een hunebed betrof. Die stenen liggen alleen niet in Hoorn, maar in Etersheim, in de gemeente Edam-Volendam.
Gelukkig zijn die Hoornse keien ook weer niet helemaal ‘gewoon’, zegt Huisman. Want de keien komen wel degelijk uit Drenthe en zijn rond 1730 naar Noord-Holland gebracht om de dijken te versterken. De oorspronkelijke houten dijken waren dusdanig beschadigd, dat ze Hoorn niet meer konden beschermen tegen het water. “Drentse keien zijn destijds door heel Nederland verhandeld. Het is een heel bijzonder verhaal.”
Hier meer op de site van NH Nieuws. Foto: Arnold Wegner