Het bericht haalde op 23 juni 2024 zelfs het NOS-nieuws: de kunstschilder Wassily Kandinski (1866-1944) heeft in 1904 een bezoek gebracht aan Nederland, daarbij heeft hij ook Volendam bezocht: in een schetsboekje zijn een dorpsgezicht en figuurstudies te vinden. Aanleiding om deze bijzonderheid te memoreren is de opening van de Kandinski-tentoonstelling in het H’Art Museum in Amsterdam, met meer dan zestig werken afkomstig uit het Centre Pompidou, Parijs. De vraag van de NOS-verslaggever of de beroemde kunstenaar misschien in Volendam ook zijn ‘Kanal in Holland’ heeft geschilderd, een klein olieverfschilderij dat ook op de tentoonstelling hangt, blijkt lastig te beantwoorden.
Wassily Kandinski wordt in 1866 in Moskou geboren. Pas op zijn dertigste kiest hij definitief voor een carrière als kunstschilder: hij stopt met zijn academische carrière in economie en recht in Moskou en vertrekt naar München om daar schilderlessen te nemen. Hij zal in Duitsland blijven totdat in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, hij keert gedwongen naar Rusland terug. In de laatste jaren van zijn (eerste) Duitsland-verblijf ontwikkelt Kandinski zich tot pionier van de abstracte schilderkunst.
Kandinski in Nederland
Na zijn studietijd in München stelt een grote erfenis Kandinski in staat om, samen met zijn partner, kunstenaar Gabriele Münter, een aantal reizen (1904-1908) te ondernemen. Hun eerste bestemming is Nederland. Van 11 mei tot 21 juni 1904 bezoeken zij Rotterdam, Den Haag (Scheveningen), Arnhem, maar de meeste plaatsen die zij aandoen liggen in de provincie Noord-Holland: Haarlem, Amsterdam, Zaandam, Edam, Volendam, Marken, Broek in Waterland, Hoorn. Het betoverende, op zwart papier in tempera geschilderde ‘Samstagabend’ laat zien wat Kandinski zich in Noord-Holland eigen maakt: een klein havenstadje, waar de inwoners in traditionele klederdracht de zaterdagavond vieren. Marken heeft als inspiratiebron gediend, de mannen- en vrouwenfiguren zijn in de dracht van het eiland gestoken, maar voor de kleding van elke vrouw is een eigen kleurenpalet gekozen.
Kandinski’s reis in Nederland is in twee van zijn schetsboekjes te volgen. In het H’Art Museum wordt een ervan digitaal getoond. Achtereenvolgens zijn een dorpsgezicht van Volendam, figuurstudies in Marken en Volendam, en een stadsgezicht in Edam te zien. Bij enkele schetsen staan opmerkingen te lezen over kleuren. Zo schrijft hij in het dorpsgezicht van Volendam, de dijk met links de markante protestantse stolpkerk, over een ‘roodgeel jack’ (rotgelbe Jacke) voor de vrouwenfiguur die hij erin tekent. Twee figuurstudies van Volendammers, een vrouw en een man, sluiten Kandinski’s verblijf in Volendam af.
Enkele bladzijden verder in het schetsboekje zien we een stadsgezicht: Kandinski is in Edam aangekomen. Hij tekent er de Kaasmarkt, links een luifel met de uitstalling van koopwaar, aangrenzend zijn de twee hoge herenhuizen met trapgevels getekend: de eerste is met geveldecoratie en al nauwkeurig vastgelegd, voor de tweede wordt volstaan met verticale lijntjes voor ramen en voordeur. Hoezeer dit deel van Nederland Kandinski vertrouwd wil zijn, blijkt niet alleen uit ‘Samstagabend’ en enkele andere ‘gekleurde tekeningen’, zoals hij ze noemt, maar ook uit het feit dat hij zijn partner Gabriele Münter in Volendams kostuum schildert. Hij zal Volendam, het vissersdorp met zijn kunstenaarskolonie, slechts op doorreis hebben leren kennen, maar zoals uit het Münter-portret blijkt moet het dorp hem voor zich hebben ingenomen.
De scenes die Kandinski in Noord-Holland vastlegt, documenteren zijn belangstelling voor een in de tijd verzonken wereld – een interesse die hij al vóór zijn reis naar Nederland aan de dag legt. In enkele vroege autobiografische geschriften (1913) verklaart hij hoe hij zich als kunstenaar heeft ontwikkeld. Na wat hij noemt de ‘dilettantentijd’ van zijn jeugd in Rusland, en vóórdat hij de kunst en de natuur (om na te bootsen) als ‘zelfstandige ‘rijken’ begin te scheiden, is er een tussenperiode, aansluitend op zijn studietijd in München. In deze periode, waarin ook zijn Nederland-reis valt, richt hij zich op de Duitse middeleeuwen. Hij ontdekt dat ‘voorbije tijden, als iets dat niet echt meer bestaat’ hem als kunstenaar een creatieve vrijheid verschaffen. ‘Om deze tijd nader te leren kennen’ zo schrijft hij (in het Duits), ‘tekende ik in musea, in het prentenkabinet van München, maakte ik reizen naar oude steden. Ik ging echter volkomen vrij om met het materiaal dat ik op deze manier verwierf en maakte me geen zorgen over de vraag of een bepaald kostuum tegelijkertijd met een ander bestond of met het karakter van de gebouwen.’ Kandinski’s interesse in ‘voorbije tijden’ sluit aan bij wat hem in de etnografie en volkskunst in Rusland al heeft geboeid.
Fascinatie voor kleur
Daarnaast heeft Kandinski een fascinatie voor kleuren. Hij herinnert zich dat hij als 13- of 14-jarige jongen een verfdoos kocht: ‘Dat gevoel van toen – of beter gezegd: de ervaring van de verf die uit de tube komt, heb ik nog steeds.’ De kleuren op het palet veroorzaken voor hem een tweeledig effect: een fysiek effect, het oog wordt getroffen door de schoonheid van de kleuren; maar op een dieper niveau is er ook een vibratie van de ziel, een spirituele reactie, waarin de kleur het diepste deel van het menselijk wezen kan raken. Hij noemt kleuren ‘vreemde wezens’, begiftigd met eigenschappen (geel staat voor aards, geweld, blauw voor hemels, kalmte, enz.), klaar om zich gewillig aan nieuwe combinaties te onderwerpen. Voor de kunstenaar is daarbij, aldus Kandinski, een ‘innerlijke noodzaak’ leidend: hij of zij begrijpt als ‘ziener’ hoe de spirituele wereld al onze ervaringen en sensaties instrueert en vormgeeft. In deze autobiografische notitie uit 1913 is de weg naar zijn ‘immateriële kunst’ al aangegeven. Tijdens zijn reis in Nederland wordt zijn fascinatie voor kleuren vooralsnog bepaald door het Franse (post)impressionisme.
Na zijn reizen ontwikkelt Kandinski zich binnen enkele jaren tot een pionier van de abstracte kunst. Daarbij is hij is ook een begenadigd schrijver. Hij probeert de functie van kunst opnieuw te definiëren. Eerst in zijn publicatie over het geestelijke in de kunst (Über das Geistige in der Kunst, 1911), dan een jaar later opnieuw, nu samen met Franz Marc en anderen (Der Blaue Reiter Almanach, 1912), schrijft Kandinski over de strijd tussen materialisme en spiritualiteit. Alleen van de laatste, de spiritualiteit, is de ware revolutie te verwachten, zij kan het materialisme overwinnen. Kunst dient als tegengif tegen het materialisme. Hij schrijft over zijn eigen Werdegang, hoe hij tot een ‘object-vrije’ manier van schilderen komt, zoals onder meer in zijn series ‘improvisaties’ en ‘composities’, een manier van werken die zich ook oriënteert aan de muziek.
Parijs
Kandinski’ keert in 1914 naar Rusland terug, met in 1917 de grote politieke omwenteling. Conservator Angela Lamp schrijft in de tentoonstellingscatalogus over deze tijd: ‘De verandering van locatie, de definitieve scheiding van Gabriele Münter – zijn partner uit de Münchener jaren – alsook de langdurige oorlog en de onzekere vooruitzichten hadden een verlammend effect op zijn creativiteit.’ In 1921 komt Kandinski terug naar Duitsland, hij zal er aan het Bauhaus (eerst in Weimar, daarna in Dresden) verbonden zijn. Sinds 1928 is hij Duits staatsburger. Als Hitler in 1933 aan de macht komt, en het Bauhaus moet sluiten, verhuist Kandinski naar Parijs. Onder de nazi’s wordt zijn werk in Duitsland als ‘entartete Kunst’ tentoongesteld. Tot zijn dood in 1944 woont en werkt Kandinski in Parijs.
Kanal in Holland
Terug naar Kandinski’s reis in Nederland en de betekenis ervan voor zijn ontwikkeling als kunstenaar. Volgens Angela Lampe is er sprake van een tweespalt in Kandinski’s werk tijdens diens ‘nomadische jaren’ tot 1908, enerzijds met zijn liefde voor middeleeuwse beeldcultuur en Russische volkskunst, en anderzijds met de grote invloed van de Franse impressionisten en postimpressionisten (Monet, Cézanne, Gauguin, Matisse, vervolgens Van Gogh, Signac, Seurat). Zo komen in Nederland naast elkaar twee soorten werken tot stand: in de eerste plaats de in tempera op donkere ondergrond (karton of papier op karton) geschilderde voorstellingen, zoals het op Marken geïnspireerde ‘Samstagabend’, die zich vooral oriënteren aan de Russische verhalen en legenden; en ten tweede de kleine olieverfstudies, op doek en karton, die hij met paletmes in post-impressionistische stijl vervaardigt.
Volendam
Rest nog de vraag of het schilderij ‘Kanal in Holland’ in Volendam is geschilderd. Het toont de gracht in diagonale lijnen, rechts de straat, links de huizen direct aan het water, door hun weerspiegeling zijn de rode daken als een vrolijk ‘notenschrift’ boven en onder de horizon over het doek verspreid. De titel van het werk bevat geen aanwijzingen, zoals in Kandinski’s ‘Rotterdam’ of ‘Scheveningen’ – schilderijen in hetzelfde formaat en op dezelfde ondergrond. Overigens zijn de titels van de werken niet altijd van Kandinski zelf afkomstig. Ook een sleutel tot herkenning, zoals in ‘Samstagabend’, met de kenmerkende klederdracht uit Marken, ontbreekt.
Een algemener onderwerp in het (Noord-)Hollandse landschap dan een gracht met huizen is nauwelijks denkbaar. Zou de gracht na 120 jaar nog te herkennen zijn? Bij enkele schilderijen van Kandinski is een zwart-wit foto vanuit hetzelfde gezichtspunt beschikbaar (soms gemaakt door Gabriele Münter). Zo schildert hij vanuit zijn kamer in hotel Americain aan het Leidseplein een Amsterdams stadsgezicht, met een druk bevolkte brug over een gracht. Het is fascinerend beide naast elkaar te zien, schilderij en foto, en Kandinski’s weergave tot in detail te volgen.
Voor het schilderij ‘Kanal in Holland’ is (nog) geen foto beschikbaar. Waar precies heeft Kandinski zijn verfspullen uitgepakt om de huizen met rode daken vast te leggen? De NOS-journalist meent het antwoord al te weten: ‘Godfather van abstracte kunst begon in Volendam’. In feite is het schilderij ‘Kanal in Holland’ uit 1904 geen begin, het past in de rij landschappen en stadsgezichten die Kandinski op post-impressionistisch wijze vanaf 1901 in Zuid-Duitsland is gaan schilderen, en ook als genre in Nederland (Rotterdam, Scheveningen, Amsterdam) beoefent. Maar de vraag van de journalist heeft de nieuwsgierigheid gewekt: Kandinski’s Kanal verdient erkenning. Welke gracht in Nederland kan met de eer gaan strijken door de beroemde schilder te zijn vereeuwigd? De zoektocht kan beginnen.
De Kandinski-tentoonstelling in het H’Art Museum duurt nog tot zondag 10 november

