De stroom aan toeristen in Volendam betekent voor de één vooral gezelligheid en inkomsten, van de ander mag het allemaal wel een beetje minder. Githa Jonk heeft geen bezwaar tegen toeristen, maar ziet liever een ander soort bezoeker komen dan die er nu voornamelijk is. Eentje die wat meer tijd neemt voor het bezoek aan Volendam en dan het liefst ook nog flink de portemonnee trekt. „We hebben een vakantiepark in Volendam en je ziet dat de mensen die daar verblijven langer op de dijk blijven hangen. Ze maken een foto in klederdracht, gaan ergens eten en geven geld uit. Op die manier hebben we er allemaal iets aan.”
Lees hier het hele Premium artikel op de site van het NHD.
Ze hadden hun ziel en zaligheid niet aan ToersEnTikkets moeten verkopen.
En voor wat die ‘vakantieparken’ betreft, die zien er wel zó ontiegelijk saai, sfeer- en levenloos uit, daar wil je niet dood gevonden worden.
Alleen al de entree, een parkeerterrein vol verlaten viskarren, een opslagterrein vol afgedankte zeiljachten, een jachthaven waar je nooit een sterveling ziet, een minidorpje vol vluchtelingen met daarachter een parkeerterreintje naar het strandje vol faciliteiten voor dat minidorpje, een strandje waar je ter plekke depressief wordt en overal zwerfvuil.
Vervolgens horeca die nou niet bepaald uitnodigt, schoonheidssalons, een nutteloze supermarkt met niks erin…
Jaaaaa! Volendam heeft alles!
Onzin, Snaartje!
We kunnen ondernemers niet dwingen om hun business te veranderen. Als ze het verkeerd doen, gaan ze failliet. Jammer maar helaas.
Wél kunnen we het Venetië-model overnemen. Dat toeristen alleen naar binnen mogen als ze een kaartje van 10 euro aan de poort kopen. En dan gaat de opbrengst naar de inwoners en kunnen de belastingen omlaag.
Wat moeten we met dat patat- en selfietoerisme. Laten we breed uitdragen, dat Edam, Monnickendam, Marken, Broek (vergeet Broek niet!)), Zaanse Schans en Amsterdam véél leuker zijn. Dan is de dijk weer voor ons zelf. We hebben genoeg andere bedrijvigheid om ons hoofd boven water te houden.
Volendam = Onzin.
Kijk Basta, er zijn toeristen en er zijn reizigers.
Toeristen zijn mensen die volledig afgaan op de inhoud van een of andere glossy folder – of flitsende website – die ze van alles belooft en door middel van met Photoshop gepimpte foto’s toont wat ze te wachten staat als ze per vliegtuig, bus, taxi eenmaal op de plaats van bestemming zijn beland.
Deze toeristen – meestal in groepsverband – komen over het algemeen niet verder dan het resort of hotel waar ze logeren. Door wat geprogrammeerde excursies naar een of andere ‘bezienswaardigheid’, waar ze – voorzien van badge, headsetje en een schaapachtige blik in hun ogen – achter een gids met vlaggetje aansjokken met een goedkope snelsnelsnel-lunch als afsluiter, zien ze nog ‘iets’ van de ‘omgeving’.
Die zie je niet alleen hier over de dijk of over het pad achter het Noordeinde sjokken, je ziet dergelijk klapvee overal. Voornamelijk bange onzekere mensen die niks zelf durven te ondernemen.
Reizigers zijn moedige nieuwsgierige mensen die gewoon weggaan, zonder specifiek doel of bestemming, zich spontaan laten leiden door het Leven, van de ene verrassing in de andere rollen en thuiskomen met spannende verhalen over de avonturen die ze hebben beleefd.
Die zie je ook wel eens in Volendam, rondzwervend door de bebouwing àchter de dijk, door de straatjes van Korea, de omgeving tussen Conijnstraat en Julianaweg, de Kloosterbuurt, omgeving kerk, kerkhof, Doolhof, vaak voorzien van een puzzeltocht die door de VVV/Museum wordt verstrekt.
Deze mensen nemen ook de tijd om lekker te lunchen, want er staat geen bus een half uur lang met draaiende motoren (luchtvervuiling en geluidshinder) op de Parallelweg te wachten tot de kudde is ingestapt.
Groot verschil niet?
Dan heb je ook nog het patatkarrenvolk. De nieuwe zigeuners. De Roma van de reiscommercie.
Voorzien van luxe camper met alles er op, er in, er aan, vooral een televisie, hoppen ze van de ene camperplek naar de andere camperplek. Van daaruit bezoeken ze per meegenomen e-fiets (of zelfs scooter, motor of een klein autootje in een aanhanger) de omgeving, doen hun boodschappen in een Koopkast (Auchan, Continente, E. Leclerq, Intermarché e.d.) en zijn verder heel erg op zichzelf.
Zodra ze weer in hun patatkar zitten gaat de deur dicht, de schotel omhoog, de tv aan en van sociaal contact is nauwelijks sprake.
Dat klinkt mooi, maar het probleem is dat Volendam vooral is ingericht op snel geld verdienen in plaats van op echte beleving. Bezoekers die langer blijven en geld uitgeven zijn prima, maar dan moet er wel iets authentieks te beleven zijn en niet alleen een decor. Investeer daarom in geschiedenis en identiteit, maak erfgoed zichtbaar en bied kwaliteit, zodat mensen komen voor de ervaring. En als toerisme een verdienmodel is, laat de opbrengsten dan ook echt terugvloeien naar de inwoners. Nu wordt er vooral aan Volendam verdiend terwijl de lasten bij het dorp blijven. Gebruik die inkomsten om gemeentelijke lasten voor eigen volk te verlagen en te investeren in leefbaarheid en erfgoed, zodat niet alleen ondernemers, maar het hele dorp profiteert.
Vervolgens de kampeerders. Je hebt glampingkampeerders, bijdeboerkampeerders, ‘wilde’natuurkampeerders (Staatsbosbeheer).
Je ziet ze vaak met tent, vouwwagen, sleurhut, fietsen op de trekhaak, dakbepakking en jengelende kinderen achterin de SUV richting camping afreizen, van waaruit ze door ANWB en VVV aanbevolen bezienswaardigheden bezoeken.
And so on.
Als je Volendam vergelijkt met wat de rest van deze planeet allemaal aan schoonheid, kunst, cultuur, natuur, architectuur, historie enzovoort te bieden heeft, is dit overdreven muggenpoepje maar een armoedig zooitje. Het stelt niks voor. De persoonlijkheid van Volendam is slechts een masker dat is gecreëerd voor sociale overleving. Dat masker zit nu aan Volendam vast.
Het volkje is erg muzikaal. Dat dan weer wel. Maar ook dàt is niet uniek, muziek maken ze namelijk overal. Spotify staat er vol mee.
Het is onbegrijpelijk dat het vaak lijkt alsof ondernemers én inwoners op de dijk meer invloed hebben dan bewoners in andere delen van Volendam. Mensen elders in het dorp trekken ook aan de bel over leefbaarheid en veiligheid, maar voelen zich niet of nauwelijks gehoord. Daardoor ontstaat het gevoel dat de lijntjes tussen de dijk en het bestuur wel heel kort zijn 🤑en dat belangen niet gelijk worden gewogen. Besluiten zouden transparant en in het belang van het hele dorp moeten zijn, niet vooral van één gebied.
@Gaar: Moet je kijken wat ze de afgelopen decennia met Spaander hebben gedaan…
Oogverstuikende verbouwingen, ontoepasselijk ‘modern’ schilderwerk, geen kunstwerken meer maar opgeblazen foto’s, Engelssprekend personeel die nul feeling hebben voor egards, zelfs niet eens weten in welk glas de port geschonken moet worden, een sfeerloze ‘herberg’ met een plastic pop erin als entree en een terras met uitzicht op een verloederde asfaltplak vol blik.
Een gruwel.
En dan die dijk met pepernoten, dubbele (stroop)wafelwinkels, een croissanterie waar je voor de prijs van 1 croissant (1,20) er vijf bij de Vomar koopt, een kleuterkoekjeswinkel, gedateerde snoevenirswinkels met allemaal dezelfde zooi uit China, een nep’kaasfabriek’ en ga zo maar door.
En maar blijven denken dat DIT het is.
Niet alleen hier hoor, de vercommercialisering van drie-keer-niks-en-het-wordt-nooit-meer-wat vindt je overal in Zeuropa waar toeringcars kunnen parkeren.
@Gaar: Ze hebben gewoon veel teveel kapsones. Het draait alleen maar om Die Dijk.
De rest van de bevolking is van ondergeschikt belang. Je weet wel, de BraafSlaven.
Die hebben niks te vertellen. Durven ook niks te vertellen.
Die mogen de steeds hogere wordende belastingen betalen voor de excessen van de Gemeente Files.
En maar zaniken over de ontwikkeling van een ‘Waterfront’.
Ze kunnen beter eerst eens IN zichzelf de orde op zaken stellen, voordat ze ook maar één letter ‘plan’ op papier laten zetten door ChatGPT, vergezeld van met AI geproduceerde namaakplaatjes van ‘hoe het eruit zou kunnen zien’.
Ziezo, genoeg geSnaard vandaag 🙂